 |
Oorzaken
De infectie wordt voornamelijk
overgebracht via speeksel (likken en bijtwonden). Urine, ontlasting
en melk kunnen ook virusdeeltjes bevatten. Via de baarmoeder
kunnen de kittens besmet worden. |
Na besmetting met het virus
kunnen er verschillende processen op gang komen:
- Het virus wordt onmiddellijk gedood door de kat.
- Het virus vermenigvuldigt zich in de lymfeklieren in
de kop en hals. Daarna gaat het via de bloedbaan naar
het beenmerg waar het wordt gedood.
- Het virus gaat ook naar het beenmerg, maar de kat kan
het virus niet doden en het virus komt weer in de bloedbaan.
Deze katten zullen nu drager van het virus zijn en kunnen
andere dieren besmetten. Deze katten zullen in het algemeen
binnen 3 jaar overlijden.
Bovengenoemde besmettingsroutes zijn het belangrijkste. Er
zijn ook nog andere infectiewegen bekend, welke niet vaak
voorkomen (deze worden nu niet besproken). Welke infectieweg
de kat ondergaat hangt af van de gezondheid van de kat. Ook
stress en de besmettingsdruk (vele katten opeen) kunnen een
rol spelen. Zeer belangrijk is ook de leeftijd van de kat.
Kittens hebben bij een infectie een grote kans om drager te
worden, terwijl oudere katten het virus vaak overwinnen.
Algemene symptomen
In het algemeen zijn de symptomen vaag. De katten zijn sloom,
hebben slechte eetlust, er is bloedarmoede en dieren vermageren.
Dit alles komt door de volgende ziekten:
- Er ontstaan tumoren in het lichaam, zoals in de lymfeknopen,
in het beenmerg, in de darm maar soms in lever, milt en
nier. Ook de leucemische vorm kan voorkomen, waarbij de
bloedcellen worden omgevormd tot kankercellen.
- Bloedarmoede ten gevolge van beenmergonderdrukking.
- Door onderdrukking van het afweersysteem kunnen er vele
andere infecties ontstaan. We zien vaak tandvleesontsteking,
luchtwegproblemen en nierontstekingen. Ook andere virusinfecties
(zoals FIP en FIV) krijgen dan een kans om toe
te slaan.
De diagnose
Met een simpele bloedtest is de diagnose te stellen. Een negatieve
bloedtest betekent, dat de kat het virus niet bij zich heeft.
Het is mogelijk dat een kat positief is, d.w.z. het virus
is aanwezig, maar dat de kat het virus nog zal doden. Daarom
moet bij een positieve test na 3 maanden de bloedtest herhaald
worden om aan te tonen, dat het dier levenslang drager zal
blijven. Is de 2e test negatief dan heeft de kat de infectie
overwonnen.
Therapie en preventie
Er is geen goede behandeling voorhanden. Men kan de gelegenheidsinfecties
behandelen. Er zijn wat positieve berichten over interferon,
een middel dat tegen virussen werkt. Het is nu wel zeer goed
mogelijk om katten via een inenting te beschermen. Voordat
de enting gegeven wordt moet de bloedtest wel negatief zijn
omdat anders de enting niet aanslaat.
Bron: Huisdierenziekenhuis |