• Leucose is een infectieziekte, die wordt overgebracht door het Feline leukemievirus. Katten zijn gevoelig voor het Leucose-virus en kunnen hieraan overlijden. 

  • Besmetting

    Na besmetting kan er met de geïnfecteerde kat twee dingen gebeuren:

    1. De kat wordt kortstondig ziek en heeft wat koorts. Het geheel lijkt op een ‘griepje’ en de kat overwint na 1-2 weken het virus en wordt weer de oude.
    2. De kat kan het virus niet overwinnen en het virus blijft in het lichaam aanwezig. Deze dieren blijven dan een besmettingsbron voor andere katten, omdat ze continu het virus verspreiden. Deze geïnfecteerde katten zullen na een aantal maanden ziek worden en sterven in het algemeen binnen 3 jaar.

    Bij deze groep virusdragers kunnen zich allerlei ziektes ontwikkelen zoals:

    • Verschillende vormen van bloedkanker
    • Enorme bloedarmoede
    • Enorme weerstandsvermindering.
  • Oorzaken

    Microscopisch beeld van een Felineleukemievirus

    De infectie wordt voornamelijk overgebracht via speeksel (likken en bijtwonden). Urine, ontlasting en melk kunnen ook virusdeeltjes bevatten. Via de baarmoeder kunnen de kittens besmet worden.

  • Na besmetting met het virus kunnen er verschillende processen op gang komen:

    • Het virus wordt onmiddellijk gedood door de kat.
    • Het virus vermenigvuldigt zich in de lymfeklieren in de kop en hals. Daarna gaat het via de bloedbaan naar het beenmerg waar het wordt gedood.
    • Het virus gaat ook naar het beenmerg, maar de kat kan het virus niet doden en het virus komt weer in de bloedbaan. Deze katten zullen nu drager van het virus zijn en kunnen andere dieren besmetten. Deze katten zullen in het algemeen binnen 3 jaar overlijden.

    Bovengenoemde besmettingsroutes zijn het belangrijkste. Er zijn ook nog andere infectiewegen bekend, welke niet vaak voorkomen (deze worden nu niet besproken). Welke infectieweg de kat ondergaat hangt af van de gezondheid van de kat. Ook stress en de besmettingsdruk (vele katten opeen) kunnen een rol spelen. Zeer belangrijk is ook de leeftijd van de kat. Kittens hebben bij een infectie een grote kans om drager te worden, terwijl oudere katten het virus vaak overwinnen.

  • Algemene symptomen

    In het algemeen zijn de symptomen vaag. De katten zijn sloom, hebben slechte eetlust, er is bloedarmoede en dieren vermageren. Andere virussen en bacteriën krijgen de kans om ziektes te veroorzaken. Deze katten hebben steeds ontstekingen in de mond, zijn steeds verkouden en hebben vaak diarree. Dit alles komt door de volgende ziekten:

    • Er ontstaan tumoren in het lichaam, zoals in de lymfeknopen, in het beenmerg, in de darm maar soms in lever, milt en nier. Ook de leucemische vorm kan voorkomen, waarbij de bloedcellen worden omgevormd tot kankercellen.
    • Bloedarmoede ten gevolge van beenmergonderdrukking.
    • Door onderdrukking van het afweersysteem kunnen er vele andere infecties ontstaan. We zien vaak tandvleesontsteking, luchtwegproblemen en nierontstekingen. Ook andere virusinfecties (zoals FIP en FIV) krijgen dan een kans om toe te slaan.
  • De diagnose

    Met een simpele bloedtest is de diagnose te stellen. Een negatieve bloedtest betekent, dat de kat het virus niet bij zich heeft. Het is mogelijk dat een kat positief is, d.w.z. het virus is aanwezig, maar dat de kat het virus nog zal doden. Daarom moet bij een positieve test na 3 maanden de bloedtest herhaald worden om aan te tonen, dat het dier levenslang drager zal blijven. Is de 2e test negatief dan heeft de kat de infectie overwonnen.

    De katten waarbij de bloedtesten 2x positief zijn met een tussentijd van 16 weken worden als levenslange dragers beschouwd.

    Deze katten zullen in het algemeen niet oud worden en blijven een gevaar voor andere katten, omdat ze steeds het virus blijven verspreiden. In ieder geval moeten deze katten geïsoleerd gehouden worden. De katten die levenslang dragers worden, zijn vooral jonge kittens en verzwakte dieren. Het is in het algemeen van groot belang om bij jonge katten, die steeds maar ziek zijn, eraan te denken, dat ze dragers zouden kunnen zijn van het Leucose virus. Het is dan aan te raden om een Leucose bloedtest te doen.

  • Therapie en preventie

    Er is geen goede behandeling voorhanden. Men kan de gelegenheidsinfecties behandelen. Er zijn wat positieve berichten over interferon, een middel dat tegen virussen werkt. Het is nu wel zeer goed mogelijk om katten via een inenting te beschermen. Voordat de enting gegeven wordt moet de bloedtest wel negatief zijn omdat anders de enting niet aanslaat.

    Bron: Huisdierenziekenhuis