• Column De verhuizing

    Afgelopen vrijdag probeerde mijn baasjes mij met dat afschuwelijke reiswiegje voor katten te lonken. Ik heb er een enorme hekel aan want ik weet dat ik daarna altijd bij de dierenarts beland. Op mijn leeftijd zit ik echt niet meer te wachten op die eeuwige prikjes of gemompel over een dieet na vier pootafdrukken op de weegschaal. Ik besloot mij snel te verstoppen. Binnen tien seconden had mijn bazin mij te pakken en stopte mij ondersteboven in dat rotding. Ze sloot mij op en ik voelde mij de zieligste kat van de hele wereld. Ik mauwde hoog en klagend en ik probeerde ze duidelijk te maken dat ze mij er toch echt uit moesten halen. Weten ze niet dat ik enorm hecht aan mijn vrijheid? Waarom doen ze mij dit aan? 'Help, ik heb claustrofobie. Red mij!' gilde ik terwijl ik met mijn pootjes tussen de gaatjes wurmde. Even later hoorde ik gebrom in mijn oren. Bah, dat geluid voorspelde weer een bezoek aan de dierenarts...

  • Spanning

    Toen ik even stopte met gillen, hoorde ik de naam Rikkie vallen. Ik voelde mij toch wel zeer vereerd en ik spitste mijn poezelige kattenoortjes om alles op te vangen van het gesprek.
    'Hoe zal hij het vinden?'
    'We moeten hem echt de eerste tijd binnenhouden.'
    'Mama, de juf zei dat een kat bij een verhuizing wel acht weken binnen moet blijven.'
    'Acht weken? We laten hem dit hele jaar nog binnen.'
    'Gelukkig is hij gechipt.'
    'Vind je dat hij nog een bandje om moet met een kokertje?'
    'Moeilijk. Als hij er toch uitglipt en hij heeft een bandje om dan denken de mensen dat hij bij iemand hoort en dan pakken ze hem niet zo snel op.'
    'Ja, maar als hij geen bandje om heeft dan houdt iemand hem misschien.'
    'We moeten hem gewoon binnenhouden, jongens. We maken er desnoods een echte huiskat van. Hij is al op leeftijd.'
    Ik snapte niet zo erg waar ze het over hadden maar wel voelde ik de spanning en daarom begon ik weer heel zielig te miauwen.

  • Spulletjes en dozen

    Plotseling hoorde ik het gebrom niet meer in mijn oren en voelde ik dat ik werd opgetild. Toen het deurtje van mijn gevangenschap werd geopend, kroop ik er heel behoedzaam uit. Ik verwachtte dat ik op een zwarte tafel zou staan en dat een meneer of mevrouw in een witte jas glimlachend naar mij keek. Ik stond echter in een onbekende grote ruimte. De meubels herkende ik. Ik snuffelde aan de stoelpoten en ik liep langs de kasten. Overal stonden spulletjes en dozen. De geur van "iets lekkers" cirkelde mijn neusje in. Ik zag mijn etensbakje staan en mijn bakje water. Vanmorgen stonden ze nog op hun plek. Waarom stonden ze nu hier? Toch nam ik een paar hapjes uit mijn etensbakje. Smikkelend merkte ik dat ik verwend werd met kattensnoepjes. Daar stond mijn krabpaal en in die hoek stond mijn kattenbak. Ik speurde en onderzocht, ik nam de nieuwe dingen in mij op en rook aan alles wat ik tegenkwam.

  • Konijntje

    Het mooiste vond ik de grote ramen tot aan de grond. Ik kon zo naar buiten kijken zonder dat ik ergens op moest springen. Na de woonkamer liep ik naar de hal. Daar zag ik een trap. Ik hupste als een konijntje naar boven en daar vond ik het een walhalla voor katten. Er waren daar kamers vol dozen, dozen en nog eens dozen. Naast het grote bed lag een broek. Ik nestelde mij daarin en begon te spinnen. Het lag overheerlijk. Ze hoeven voor mij geen sjiek verwarmd mandje te kopen. Voor mij gaat er niets boven een opgevouwen klusbroek vol stof en viezigheid. Zalig!

    Na mijn dutje liep ik een verdieping hoger. Daar vond ik het niet zo interessant en ik hupste weer helemaal naar beneden. Voor een gesloten deur bleef ik staan en ik begon te miauwen.
    'Ach schatje, wil je daar ook nog even kijken', riep mijn baasje. De deur ging gelijk open. Een kat heeft tenslotte personeel.

  • Directeur

    Voor mij opende een ware schatkist voor katten. Containers in de hoek, heel veel dozen en nog veel meer plekjes om achter te kruipen of verstoppertje te spelen. Ik was eerlijk gezegd verrukt en genoot zichtbaar. Het mooiste plekje was boven de container zodat je uitzicht had op wat daar allemaal staat. Ik was geen kat in een vreemd pakhuis. Hier was ik de kapitein op mijn schip.
    'Directeur, waar ben je?' werd er naar mij geroepen maar ik kwam niet. Ik verstopte mij achter de containers en dit keer hield ik mij heel stil.
    'Rikkie, waar ben je?'
    'Ik zie hem niet. Zie jij hem?'
    'Ik ga aan deze kant zoeken en jij aan die kant.'
    'Hij zit hier achter de container.'
    'Jij kunt je wel verstoppen, hè?'

  • “Ze hoeven voor mij geen sjiek verwarmd mandje te kopen. Voor mij gaat er niets boven een opgevouwen klusbroek vol stof en viezigheid. Zalig!”

  • Die vrijdag was een vreemde dag voor mij. Ik werd op een onbekende plek neergezet waar ook mijn eten en drinken plotseling stond. Die dag heb ik veel nieuwe indrukken opgedaan en het was dan ook een heel vermoeiende dag voor mij. Spinnend viel ik in slaap op die lekkere broek naast het bed van mijn baasjes.

  • Kat in een vreemd pakhuis

    Toen ik de volgende dag mijn oogjes opende, begon ik van schrik te miauwen. Waar was mijn huis gebleven? Help, ik ben mijn leven kwijt! Ongerust liep ik als een hondje achter ieder gezinslid aan. Als zij naar beneden liepen, hupste ik er achteraan. Waar zij waren, wilde ik ook zijn. Ik was bang om alleen te zijn. Eerlijk gezegd voelde ik mij die zaterdagochtend heel erg een kat in een vreemd pakhuis. Ik miauwde en ik smeekte om aandacht. Die kreeg ik volop. Ik werd opgepakt, achter mijn oortjes gekriebeld, geknuffeld en daardoor voelde ik mij ook meer op mijn gemak. Ik gaf kopjes en ik begon mij steeds iets meer thuis te voelen. Ik miauwde naargelang de dag vorderde minder. Mijn tweede plekje die ik veroverde was de eetkamerstoel en het derde plekje werd een doos. Daar zat ik twee hoog terwijl ik een uitzicht had op nog meer dozen, een bed en kale muren.

    Op dit moment ben ik nog niet zo ver dat ik roep dat ik aan dit huis ben gehecht. Wel voel ik mij hier een beetje thuis. De geluiden klinken vertrouwd in mijn oren en ik lig zalig opgerold op een doos. Verhuizen is voor een kat als ik zo gek nog niet maar je wilt niet weten wat een rommel het is in dit huis. En dan die kale muren...

    Zal ik in een pot alarmrode en een pot hemelsblauwe verf springen en daarna mooie behangetjes maken? Wat vinden jullie?