 |
|
| Ras: |
Amerikaanse Korthaar |
| Herkomst: |
Noord-Amerika |
| Karakter: |
Speels, gezond, intelligent, heeft ruimte
nodig |
| Uiterlijk: |
Middelgroot tot groot, stevig gebouwd |
| Vacht: |
Kort, dik en glanzend |
| Kleuren: |
Zwart, rood, blauw, wit en crème,
al dan niet met witte- of tabby-aftekeningen |
|
Deze kat is de Amerikaanse tegenhanger van de British Shorthair (Brits Korthaar) en de Europees Korthaar. De eerste Europese kolonisten kwamen in de Verenigde Staten aan met katten die zich goed aanpasten aan het strenge klimaat in het noorden van dit land. Dit ras komt voort uit een selectieve kruising van de gewone straatkat met geïmporteerde rassen zoals de Brits Korthaar, de Burmees en de Pers. In 1904 registreerde de C.F.A. als eerste Amerikaans Korthaar Buster Brown, een smoke kater, afstammeling van een Brits Korthaar. Het ras, dat tot in de zestiger jaren Domestic Shorthair werd genoemd, werd in 1966 officieel erkend onder de naam American Shorthair. De F.I.Fe heeft het ras niet erkend. De kat is zeldzaam in Europa, erg geliefd in Japan en zeer populair in de Verenigde Staten.
Algemene kenmerken
Middelgroot tot groot. Gewicht: 3,5 tot 7 kg. Krachtig
lichaam met gelijkmatige verhoudingen. Kortharig (Shorthair).
|
Video:
Amerikaanse Korthaar |
|
Karakter/bijzonderheden
Een evenwichtige, rustige kat met een makkelijk karakter
die verknocht is aan zijn baasje. Een gezelschapsdier,
speels en sportief. Een echte buitenkat die zich een
geducht jager toont. Toch is het leven op een flat ook
geen probleem voor hem. De puberteit van deze sterke
en geharde kat is vroeg (vanaf zeven tot acht maanden).
De verzorging is eenvoudig. Wekelijks borstelen, tijdens
de rui dagelijks. Ongeveer drie tot zeven dagen voor
een show kan hij worden gewassen. |
Hoofd
Middelgroot, breed, afgerond. Licht holle lijn van het
voorhoofd naar de neus (kleine stop).Goed ontwikkelde
wangen bij volwassen katers. Vierkante snuit, niet te
kort. De neus is van gemiddelde lengte. Vierkante, krachtige
kin en sterke kaken.
Oren
Middelgroot, flink uit elkaar, niet te open aan de basis,
aan de uiteinden afgerond.
Ogen
Middelgroot tot groot, rond, tamelijk ver uit elkaar
staand, iets schuin. Kleur in harmonie met de vachtkleur.
Hals
Middellang, sterk en gespierd.
Lichaam
Gemiddeld tot groot, wat langer dan hoog, maar niet
langgerekt. Brede borst, vooral bij de volwassen katers.
Goed ontwikkelde schouders. Gemiddeld beendergestel,
krachtige bouw.
Poten
Middellange, goed gespierde poten. Middelgrote, ronde
voeten.
Staart
Gemiddeld van lengte, dik bij de aanzet aflopend naar
een ronde punt. Wordt bijna op één lijn
gedragen met de rug.
Vacht
Korte, dikke, glanzende vacht, plat aan het lichaam,
met in de winter een dikke ondervacht.
Kleur
Alle kleuren zijn erkend, behalve chocolate, lilac en
colourpoint. |