• Nieuws Alles over het gebit van de kat
  • Alles over het gebit van de kat

  • De kat heeft een carnivoren (vleeseter) gebit. Dat betekent dat het gebit geschikt is om een prooi mee te vangen en te verscheuren. Naast de scherpe klauwen spelen de sterke hoektanden een belangrijke rol bij het vangen en doden van de prooi. De grote knip kiezen worden gebruikt bij het verscheuren van de prooi. 

  • Schedel en gebit van de kat. Foto: Dierenkliniek Wilhelminapark

    De ontwikkeling van het gebit van de kat begint al in de baarmoeder: de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit worden al voor de geboorte aangelegd. Net als de mens en de hond heeft ook de kat een melk- en een blijvend gebit.

    De kittens worden tandeloos geboren. De eerste elementen van het melkgebit komen 2-4 weken na de geboorte door. In het begin zijn er geen tanden of kiezen te zien.

    Het melkgebit gaat wisselen en het blijvende gebit komt dan tevoorschijn. Hieronder beschrijven we wanneer de tanden en kiezen doorkomen en op welke leeftijd het melkgebit gaat wisselen.

    Het blijvende gebit begint zich verder te ontwikkelen op het moment dat de kaken gegroeid zijn; de elementen van het blijvende gebit zijn namelijk een stuk groter dan het melkgebit. Door de groei van de blijvende elementen worden de wortels van het melkgebit geresorbeerd (opgelost) en valt het melkgebit uiteindelijk uit.

    Op een half jaar gaan de hoektanden wisselen. Bij de ene kat is dat al op 5,5 maand bij een ander pas op 6 maanden dat de blijvende hoektanden volledig zijn doorgekomen.

    Net als bij de mens kunnen er zich bij katten ook gebitsproblemen voordoen. Op de website van Dierenkliniek Wilhelminapark lees je er alles over.

    Bron: Dierenkliniek Wilhelminapark