 |
Hieronder staat informatie en tips over het zo lang mogelijk
behouden van de kwaliteit van het leven van je kat. Maar eerst
is het belangrijk om te weten welke functies de nieren hebben
en wat voor soorten nierfalen bestaan en wat de symptomen zijn
bij nierfalen.
Nierfuncties
De nieren hebben vier belangrijke functies, deze zijn:
- Filteren van afvalstoffen uit het lichaam.
- Reguleren van de elektrolyten kalium, calcium, fosfor
en natrium.
- Produceren van erythropoïetine, wat belangrijk is voor het produceren van
rode bloedcellen.
- Produceren van renine, een enzym dat de bloeddruk controleert.
|
Tekenen van nierfalen
Een van de belangrijkste aanwijzingen dat je kat een nieraandoening
heeft, is wanneer hij meer drinkt. Andere veel voorkomende symptomen
zijn:
meer
dorst en meer plassen; als je een binnenkat hebt zie je
dat de plassen groter zijn.
- weinig eetlust
- gewichtsverlies
- doffe vacht
- slechte adem
- braken en diarree
- zweertjes in de bek
- minder energie en meer slapen
- depressie en sloomheid
 |
Waarom drinkt de kat meer?
Je kat zal meer plassen, omdat de nieren het vocht niet meer
goed kunnen vasthouden. Doordat je kat veel plast, moet hij
dit compenseren door meer te drinken.
Als je kat te weinig drinkt
dan worden de symptomen erger. Het ureumgehalte in het bloed
stijgt, waardoor je kat misselijk en sloom wordt. Door de misselijkheid
zal je kat dan overgeven, waardoor hij verder uitdroogt. Het
is belangrijk dat je dan zo snel mogelijk naar de dierenarts
gaat, omdat de kans groot is dat je kat anders snel overlijdt. |
Hoe wordt nierfalen vastgesteld?
De symptomen van nierfalen komen ook bij andere aandoeningen
voor, daarom zal de dierenarts onderzoek moeten doen om erachter
te komen of het om nierfalen gaat. De volgende onderzoeken kunnen
gedaan worden, afhankelijk van de toestand van je kat:
- Bloedonderzoek
Dit kan aantonen of er teveel giftige afvalstoffen in het
bloed zitten (ureum en creatinine). Deze afvalstoffen worden
normaal gesproken door de nieren uitgescheiden.
- Urineonderzoek
Het urineonderzoek kan aantonen of er teveel eiwit in de
urine zit, of het te sterk verdund is en het kan aantonen
of er een infectie aanwezig is. Om te kijken of er sprake
is van een infectie kan het beste een blaaspunctie worden
gedaan.
- Röntgenonderzoek
Een röntgenonderzoek of echoscopie kan helpen bij het vaststellen
van de diagnose.
|
1 - Acuut nierfalen
| 2 - Normale nier | 3 - Chronisch nierfalen |
Acuut nierfalen
Bij acuut nierfalen neemt de nierfunctie plotseling af, dit
kan komen doordat er te weinig bloed naar de nieren gaat, of
doordat de urine de blaas niet kan verlaten, door bijvoorbeeld
een gruis in de urineafvoerbuis. Ook vergiftiging kan tot acuut
nierfalen leiden, bijvoorbeeld door het kauwen op een giftige
plant. Bij acuut nierfalen is de kans dat de nieren zich herstellen
het grootst.
Chronisch nierfalen
Bij chronisch nierfalen neemt de nierfunctie langzaam af. Aangezien
de nieren een grote overcapaciteit hebben, wordt het nierfalen
meestal pas opgemerkt wanneer meer dan 70% van de nierfunctie
is uitgevallen. De kat is dan meestal lusteloos, vermagerd,
drinkt en plast veel, krijgt een slechte vacht, et cetera. In
de meeste gevallen is het dan al te laat. Toch zijn er verhalen
bekend van katten die nog enkele jaren leefden met redelijk
hoge nierwaarden, dus er is geen reden om de moed gelijk op
te geven.
Jonge of oude kat
Heb je een jonge kat met nierfalen, dan is er meestal een
achterliggende oorzaak. Misschien heeft je kat een blaas of
nierbekkenontsteking, maar het kan ook zijn dat hij een aangeboren
nierafwijking heeft. Als je weet wat de achterliggende oorzaak
is dan kan hier mogelijk een behandeling voor worden gevonden.
Zo wordt er in het geval van nierbekkenontsteking antibiotica
gegeven. Na een kweek wordt bepaald welk antibioticum het
beste kan worden gebruikt.
Nierproblemen zijn een veelvoorkomend probleem onder oudere
katten. Het is daarom verstandig om
je kat jaarlijks te laten testen vanaf een leeftijd van acht
jaar.
Rassen
Bij bepaalde rassen is een grotere kans op nierfalen. Deze rassen
zijn: Abessijn, Balinees, Heilige Birmaan, Maine Coon, Russisch
Blauw en de Siamees. Let bij deze rassen dus extra goed op gedragsveranderingen
zoals lusteloosheid, meer drinken, grotere plassen, en een slechte
vacht. Bij deze rassen wordt aangeraden jaarlijks de nieren
te testen vanaf de leeftijd van zeven jaar.
Nierwaarden
De twee nierwaarden waarnaar wordt gekeken bij nierfalen zijn
creatinine en ureum. Deze twee stoffen geven de nierfunctie
aan, hoe meer stoffen er in het bloed zitten, des te lager de
nierfunctie. Doordat de 'filtertjes' in de nieren zijn aangetast
worden deze gifstoffen onvoldoende uit het bloed gehaald, waardoor
deze gifstoffen in het lichaam blijven circuleren. Deze stoffen
zorgen er ook voor dat je kat zich niet lekker voelt; hij is
misselijk en wil daarom niet eten en/of drinken, hij moet overgeven
en voelt zich lusteloos.
"Treat the cat, not the numbers"
Bij hele hoge nierwaarden wordt niet altijd hetzelfde geadviseerd
door dierenartsen. Soms wordt aangeraden om de kat gelijk in
te laten slapen. Andere dierenartsen gaan verder en geven medicijnen
en een nierdieet mee, en zij willen misschien een echo laten
maken van de nieren. Belangrijk hierin is het gedrag van je
kat. Een veelvoorkomende zin op het internet is dan ook "treat
the cat, not the numbers". Zolang je
kat nog vrolijk is en speelt, voel je dan niet gedwongen tot
euthanasie. Je kunt ook altijd een second opinion
aanvragen.
Medicijnen en nierdieet
Nierkatten
krijgen het medicijn Fortekor voorgeschreven. Fortekor werd
voorheen voorgeschreven als medicijn voor hartpatiënten,
maar in 2002 is het middel ook op de markt voor nierkatten.
Het zorgt voor een betere doorbloeding van de nieren, waardoor
deze beter gaan werken.
- Ook krijgen nierkatten vaak Primperid, dit helpt tegen
de misselijkheid, zodat de nierkat zijn eetlust terugkrijgt.
- Er bestaan speciale nierdiëten voor katten met nierproblemen.
Vaak wordt Hill's k/d voorgeschreven. Dit is er in
nat en droogvoer.
- Soms worden er poeders voorgeschreven die ervoor zorgen
dat de samenstelling van de elektrolyten weer in balans
raakt.
- Soms is de bloeddruk van een nierkat veel te hoog, hier
wordt vaak Amlodipine voor gegeven.
- Lactulose wordt vaak gegeven voor een soepele ontlasting.
Nierkatten hebben vaak last van constipatie, omdat de ontlasting
in de darmen uitdroogt. Lactulose heeft verder geen werking
in het lichaam.
- Ook wordt er vaak gebruik gemaakt van Ipakitine poeder.
Dit zorgt ervoor dat er minder fosfor in het bloed komt.
Fosfor is slecht voor de nieren. Daarnaast neemt het toxische
stoffen voor de nieren op uit het maagdarmkanaal.
- Er zijn voor nierkatten die niet willen eten ook eetlustbevorderende
medicijnen zoals diazepam en/of periactin.
 |
Een nierkat is vaak misselijk en wil dan niet eten.
In dit geval geldt de regel: 'slecht' eten, (dat wat hij
wel lekker vindt), is beter dan niet eten.
Als je kat
niet wil eten kun je er ook voor kiezen om te dwangvoeren.
Met een voedingsspuit kun je dan meerdere keren per dag
je kat bijvoeden. |
Tips
- Soms hebben nierkatten last van maagzuur. Als het etensbakje
laag op de grond staat krijgen ze hier last van, omdat ze
tijdens het eten met hun kop naar beneden hangen. Zet het
bakje dan ergens op, zodat het hoger staat en de kat er
gemakkelijk bij kan.
- Zet zoveel mogelijk waterbakjes neer, en zorg dat er altijd
schoon water in zit. Denk eventueel aan een drinkfontein
voor katten, of een gewoon fonteintje die je bijvoorbeeld
bij een tuincentrum kan kopen.
- Maak het eten een beetje warm, zo geurt het meer en dit
stimuleert de eetlust.
- Roer met je vinger door het bakje, als de kat ervoor zit,
soms zet dit aan tot eten.
- Leg een paar brokjes naast het bakje; omdat katten schone
dieren zijn eten ze daarom soms de brokjes naast het bakje
op.
- Leg de brokjes op een schoteltje, veel katten houden
er niet van als ze uit een diepe etensbak moeten eten.
- Leg 1 brokje op je hand en kijk of je kat zo wil eten.
Waar je op moet letten:
Ontlasting
Let er goed op dat je kat regelmatig poept. Eens per dag is
normaal, maar eens per twee dagen kan ook. Constipatie kan zorgen
voor misselijkheid, braken en diarree.
Drinken
Hou ook goed in de gaten of je kat voldoende drinkt, als je
kat uitdroogt zal hij zich automatisch minder goed voelen. Een
vochtinfuus kan hier heel goed tegen helpen. Je kunt ook zelf
vocht geven door middel van een spuit, geef dit vanuit de zijkant
in zijn bekje en wees voorzichtig, als je teveel geeft kan je
kat zich verslikken.
Kalium
Vraag aan je dierenarts of hij kan kijken naar het kaliumgehalte
in het bloed. Te weinig kalium kan ervoor zorgen dat je kat
misselijk is en weinig spierkracht heeft. Hoewel je kan denken
dat het einde nadert, zou het ook goed door een kaliumtekort
kunnen komen, en dit is op te lossen met een supplement. In
dit geval wordt bijvoorbeeld Tumil-K in poedervorm gegeven.
Gebit
Hou het gebit van je kat in de gaten. Nierproblemen gaan vaak
hand in hand met gebitsproblemen zoals ontstekingen of zweertjes.
Slijm in de mond van je kat kan hier bijvoorbeeld op duiden.
Bloeddruk
Vraag ook of je dierenarts kan bepalen hoe hoog de bloeddruk
is van je kat. Een te hoge bloeddruk komt vaak voor onder oudere
nierkatten. Door een te hoge bloeddruk neemt de druk op de oogbollen
toe en loopt de kat kans om blind te worden.
Noodgevallen
Sommige dierenartsen hebben een nummer van een vervangende of
weekenddierenarts. Zorg ervoor dat je een nummer hebt dat je
kunt bellen als het plotseling slecht gaat met je kat.
Hoe moeilijk het ook is, bedenk van
tevoren wat jij nog een acceptabel leven vindt voor je kat.
Meestal is de verzorging van een nierkat heel intensief, waardoor
er het gevaar is dat je deze grens uiteindelijk gaat verschuiven.
Overleg ook met je dierenarts wat hij nog acceptabel vindt.
Artikel en foto's "Linus" door: Wendy Wittenberg
Website: Linus
de Flinus - Ervaringen met een nierkat |