De neusholte
De smaakpapillen op de tong stellen de kat in staat
stoffen te herkennen die oplossen in water of in
het speeksel tijdens het likken aan en het eten
van voedsel. Reuk en smaak zijn zeer nauw met elkaar
verbonden, doordat de neusholte (n)
direct in de bek uitmondt.
Geur is belangrijk
De
kat heeft tweemaal zoveel geurreceptoren in zijn
neus als de mens. Hij ruikt om informatie te krijgen
over voedsel, de aanwezigheid van andere katten
en dreigend gevaar. De kat voelt zich eerder aangetrokken
tot voedsel door de geur dan door de smaak en zal
nooit iets proeven zonder er eerst aan geroken te
hebben.
Vet is aantrekkelijk
Vooral de geur van vet in vlees trekt de kat zeer
aan. Katten in de natuur eten met name veel muizen
en het vetgehalte van de muis bestaat uit ongeveer
40 procent vet.
Orgaan van Jacobson
De herinnering aan geuren worden opgeslagen in de
hersenen. De lucht wordt door het orgaan van Jacobson
waargenomen, die zich in een speciale holte in het
gehemelte bevindt. Deze holte is gevuld met cellen
die de geuren opvangen en vervolgens overbrengen
naar de hersenen om daar de herinnering vast te
leggen. |
|
Wat proeft een kat?
De smaakpapillen zijn zeer gevoelig en kunnen onderscheid
maken tussen zout, bitter en zuur. De kat beschikt
niet over smaakpapillen voor zoet. Om het nog ingewikkelder
te maken zijn katten bijzonder gevoelig voor de
smaak van water.

Deze ontwikkelde 'water-smaak' houdt waarschijnlijk
verband met de ongevoeligheid voor zoete substanties.
Uit onderzoek is gebleken dat voedsel met een hoog
gehalte aan stikstof en zwavel, bestanddelen van
de aminozuren die in vlees voorkomen, de smaakpapillen
stimuleren.
Schuimbekken
Een vieze smaak veroorzaakt veel (schuimend) speeksel
om de smaak zo snel mogelijk kwijt te raken. Er
zijn medicijnen die dezelfde reactie bij de kat
teweegbrengen.
 |