• Ik ben Siepie en ik heb net het bovenste laagje van mijn brokjes-in-saus-maaltijd afgesnoept. Het waren brokjes met konijn, maar de smaak kan me eigenlijk nooit zoveel schelen. Het is de saus. Ik ruik de saus al van ver. Soms van zó ver, dat het haast onmogelijk is om vanuit daar iets te ruiken, maar toch kan ik het. Als ik elke dag alleen maar saus in mijn voerbak zou krijgen, zou ik het niet erg vinden. Zo gek ben ik er op.

  • Zompig

    Column Saus

    Nu de bovenste laag er af is, resten mij alleen nog de brokjes. Weke, zompige brokjes met hier en daar nog een restje saus. Dat kan ik er later altijd nog tussenuit sabbelen, maar eerst maar eens kijken hoe ver Luna is.
    Luna houdt niet zo van saus. Tenminste, niet zoals ik. Ze heeft wat bescheiden hapjes genomen en ligt nu te rusten op de vensterbank. Ik loop naar haar voerbak en eet haar saus op.

    Wat zal ik nu eens gaan doen?

    Eerst maar eens niks. Ik vouw m’n voorpoten onder mijn borst en laat me op de keukenvloer zakken. Ik ben er nou toch.

    Ik kan ook naar mijn mandje lopen, maar stel dat ik opeens weer zin krijg in het restje saus. Dan moet ik weer helemaal teruglopen. En mijn ogen vallen al dicht, dus het mandje red ik niet eens.

  • Pootje gehaakt

    Muizen en vogels. Honderden zitten er in de tuin. Ze wenken me en ik ren er op af. Ik blijf maar rennen en rennen, maar ik kom niet dichterbij. De muizen, maar vooral de vogels beginnen me uit te lachen. Eén vogel haakt me zelfs pootje en door mijn hoge snelheid ga ik over de kop en doe me flink pijn.
    Ik krijg jullie nog wel, roep ik. Voorlopig weet ik toch nog niet zeker of jullie lekkerder smaken dan saus.

    Saus?

    Mijn ogen gaan langzaam weer open en zijn gericht op mijn voerbakje. Wat een rotdroom. Gelukkig is dit weer de werkelijkheid en in de werkelijkheid heb ik nog een restje saus. Op het moment dat ik mijn tong uitsteek om het restje tussen de natte brokjes uit te wurmen, wordt er een sleutel in het slot van de achterdeur gestoken. Het baasje is weer thuis! Wat te doen? Met haar thuiskomst gaat ook de achterdeur open: de deur naar buiten, de deur naar vrijheid en de deur naar onnoemelijk veel uren plezier!

  • Vreugdegeuren

    Ik glip eerst maar eens langs haar benen naar buiten. Ik snuif de buitenlucht op, de wereld ligt aan mijn voeten en onoplettende vogels straks ook! Ik speel met een blaadje, met een vliegje, geef Luna een mepje en wéét dat ik de juiste beslissing heb genomen.
    Het baasje is het niet eens met mijn beslissing, althans niet na een uurtje of vijf. Ze wil dat ik weer binnen kom, maar mooi dat ik dat niet doe. Ik draai mijn kont naar haar toe, zwiep met mijn staart en steek mijn neus in de lucht.

  • “Ik draai mijn kont naar haar toe, zwiep met mijn staart en steek mijn neus in de lucht...”

  • Zo fris als de tuin ruikt in deze tijd van het jaar, het ruikt dan zo heerlijk naar herfst. En naar saus.

    Het baasje staat daar in de deuropening met mijn voerbak in haar hand. Ik bezwijk onder al deze vreugdegeuren en moet de herfst achter me laten.
    Saus! Wat heb ik je gemist.