• Column Pieteneuters

    Deze morgen, voor wekkertijd was ik al meermaals afgedwaald in mijn gedachtendromen. Niet dat mijn poezels wonderkinderen zijn, maar toch betrapte ik mijzelf erop twee gulzige tranen van geluk uit mijn slaapogen te vegen toen ik mijn vierpotige engeltjes knuffelde bij wijze van ochtendritueel. Nog amper adem durfde ik te happen terwijl ik behoedzaam de draad trachtte op te pikken van een zalige droom en waarachtig, het lukte een heel klein beetje. Toegegeven, het was ook een heel klein beetje een dekmantel om niet meteen uit die warme knusse bedstee te hoeven.

    Zo begon die vrijdag na een hectische donderdagavond met een lieflijk ronkend rumoer en het getrippel van speelpootjes die humoresk door de kamers dartelden. Een mens zou er met twee rechterbenen van uit zijn bed springen. Zo verbeeldde ik me, met mijn nog ietwat suffe gezicht, hoe gelukkig we zouden zijn als we eindelijk samen konden buitenspelen in een park van een tuin, zonder dat daar angst moest zijn voor domme imperfecties, ongezonde uitlatingen, lelijke onverlaten of verloren lopende sniepjes.

  • Bemoeinisrandje

    Het is nu eenmaal een geboorterecht van een kat om eens in de zoveel tijd de kwajongen uit te hangen en ik zou ze niet anders willen. Medelijden heb ik, met die arme onbegripvolle anti-dierenvrienden (in mijn ogen) die altijd onbegrijpbaar stamelen als ze je recht in je gezicht moeten aankijken wanneer ze weer eens een betoog afsteken over een lek in het dak dat waarschijnlijk door een asfaltsnoepende kat is verzorgd, of katten die gelokt worden om aan de voordeur te spritsen door op één-hoog-wonende-binnenhuis gesneden katers die nooit een poot op de vensterbank zetten, potten die breken (net of ik kan geen hele rits breekbaars uit mijn handen laten glippen) en nog zo van die kul. -Je zal het maar meemaken.- Iedere baas in zijn stek krijgt zo wel een bemoeinisrandje.

  • Olifant

    ‘Lichtzinnig sollen met verworven ingebeeldheid,’ zo placht ik het te noemen om mezelf een beetje te paaien en tegelijkertijd niet meteen in een bulderlach te schieten. Moesten de uitlatingen soms niet zo flagrant zijn, een mens zou zich er zelfs niet over opwinden. Maar ach, de Heer heeft van alles zijn tal nodig zo schijnt en we zullen er ons dan maar bij neerleggen dat die arme drommels er waarschijnlijk ook niets aan kunnen doen, dat het een uiting van bittere verveeldheid is, of dat ze zichzelf niet graag zien, of dat ze de hele dag niets anders te doen hebben dan te zitten kniezen over waar nog eens over te zagen… Al kan het knap lastig zijn als een speelpoesje op één hoog dat achter zijn floeren muis zit in een huiskamer bij wijze van vergelijk haast vergeleken wordt met een wild stampende paard -net of iemand dat in zijn huiskamer heeft lopen.- Of dat iemand in een ander appartement blijkbaar gestoord wordt door een katje dat van een kast van anderhalve meter springt – het is toch geen olifant begot?

  • Onzin

    Wanneer ik dan voor de zoveelste keer mijn idee over zoveel kortzichtigheid achter mijn kiezen bijt en tracht niet geanimeerd op te veren, ben ik naderhand toch gelukkig om mij in naam van alle dierenvrienden niet in ‘dat straatje’ geduwd te laten hebben. Maar zoals ik al zei, ‘het kan best knap lastig zijn als je met zulke merkwaardige en bevreemdende opvattingen geconfronteerd wordt,’ redeneerde ik die ochtend met mezelf en een sigaretje terwijl mijn pluisjes een voor een hun knuffel kwamen halen vóór de serenade van de lege bordjes begon. Geen enkel normaal mens gelooft trouwens zulke onzin en die nare donderdag was gelukkig ook weer voorbij voor hopelijk een jaar.

  • Pieteneuten

    Wonderlijk plechtig zat ik onder Jaspers aristocratische knuffelbeurt meteen middenin het positieve van de poging-tot-bijna-verteerde-ongemakken van de avond voordien en liet me verleiden door het vakkundig advies dat ik las in zijn opgewekte aanblik. ‘Weg met die zever,’ lachte hij me toe en ik gaf hem graag gelijk. Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé. Al zou je het niet gezegd hebben als je sommige… Maar neen, het is trouwens haast te gek voor woorden en vandaag geen negativiteit, er is al genoeg drukte geweest om wat lucht in een fles. Nu is het tijd voor leuke dingen.

    Het besef alleen al dat zo’n warm harig lijfje een mens zijn dagelijks lot kan plezieren, lijkt misschien meer een opvatting uit een of andere roman, maar hier was het die vrijdag je reinste realiteit.

  • “Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé…”

  • Tobiasbillen

    Op weg naar de keuken betrapte ik Dexter op een krachtige uitdrukking van zijn rechtervoorpoot richting Tobiasbillen die hem hongerig-ongeduldig voorbijschoten en voor ik hem kon terechtwijzen werd hij reeds door Jasper op zijn plaats gezet, waardoor hij zich meteen nederiger opstelde en braafjes in de rij aansloot. Die Jasperse ridderlijkheid gaf Tobias net dat beetje kracht om terug op zijn streepjes te staan. Tenslotte is hij de oudste van de bende en moeten de kleintjes naar hem luisteren. Het kleine vagebondje gaf een prietig miauwtje zonder stemverheffing om aan te geven dat hij de les begrepen had en dook braafjes in zijn bord. Tobias, om zijn leiderschap kracht bij te zetten, duwde Dexter zelfs even opzij om in diens bordje te zitten. Drie brokken liet ik hem op zijn strepen staan, maar daarna wisselde ik snel de bordjes om zodat iedereen weer zijn portie at.

  • Geen sinecure

    Het leven kan zo schoon eenvoudig zijn dat het raadzaam is en blijft om je ten allen tijde begripvol op te stellen. Zelfs naar onbegripvolle mensen toe, al is dat geen sinecure. En het is steevast beter als met een ploertendoder over straat te lopen zwieren want er is al genoeg miserie in de wereld…