• Iemand van de vakbond heeft hier hopelijk een oplossing voor, maar als ik de zomervakantie voel aankomen hou ik mijn hart al vast voor de vele arme huisdieren die her en der zomaar afgezet worden door onverantwoordelijke sujets. Ja, sujets, want iemand die zo iets doet is in mijn ogen geen mens. Van zodra de eerste vondelingverhalen weer de ronde doen, voel ik het al onder mijn huid kriebelen. Ongehoord maar helaas, elk jaar weer droeve realiteit.

  • Laf

    Geen ervaringsdeskundige zijnde maar wel al genoeg geconfronteerd met nestjes en dozen kittens, hondjes die aan bomen gebonden worden en ander leed, wordt een dierenliefhebber er steeds bewuster mee geconfronteerd dat er een andere gemoedelijkere wereld moet bestaan voor de arme schepseltjes die deze laffe daden niet overleven.

  • Column Gesjareld

    Gelukkig zijn er wel nog mensen die hun huisdier graag zien. Zo zijn er onze bijnaburen die elk jaar hun sleurhut uit de garage trekken, schoonmaken, volproppen en dan enkele dagen later, vrolijk toeterend met hun hele gezin, waarvan twee kinderen, twee honden – en geen kleintjes – een poes en een hamster de uittocht richting Frankrijk inzetten. Een mens wordt er warm van en steevast komen ze een dikke drie weken later terug… met sleurhut, hebben en houden, de hele santenboetiek dieren, kinderen inclusief, en een immense navakantielach met dito kleur. Helemaal uitgewaaid en herbrond voor een nieuw jaar vol sleur, school, werk en verplichtingen. We wuiven ze graag uit, het is ook steeds zo’n leuke bende om te zien vertrekken. Telkens dat moment aanbreekt heb ik zo het gevoel van ‘nu is het echt zomer’ en dan krijgt een mens zin in de gekste dingen. Het seizoen van BBQ, Mojito, klussen en leuke daguitstapjes is dan officieel aangebroken.

  • Uitwuiven

    Enkel Jasper heeft het helaas niet zo op die uitwuifperikelen. Van zodra hij het nogal uitbundige gelach van de vertrekkende vakantiegangers opmerkt, zie je hem vol afschuw kijken en binnen enkele tellen wisselt hij zijn zo comfortabele en favoriete plekje in voor een donker hoekje waar hij dan steevast enkele uren gaat zitten monkelen terwijl hij door een deurspleet zodanig alles afspiedt dat hij er haast scheel van kijkt.

  • Oeroud instinct

    Wanneer de vrolijke meute vertrokken is en de omgeving weer lijkt tot rust te komen, zie je hem na een halfuurtje quasi verbaasd uit zijn veilige oord trippelen met die typische Jasperhumor, terwijl hij haast als een brutaaltje zijn witpluizige achterwerk vrolijk heen en weer schudt. Niets wijst er dan nog op dat hij enkele uren tevoren angstig weggesniept was. Op Dexters snoet, die je dan bijna achterwaarts – jaja, inderdaad achterwaarts, geen zicht maar wel erg grappig – in diens zog ziet waggelen, lees je de pienterheid van een oeroud instinct dat hem ingeeft de ‘oudere groten’ voor te laten gaan om de veiligheid te testen en daarna als een volleerde toneelspeler – zo leek hij immers stoer en nergens bang voor – elegant in de buurt van grote broer te nestelen alsof er van de hele dag geen vuiltje aan de lucht geweest was. Na vijf minuten schijnbare onderdanigheid liggen de twee dan vriendschappelijk tegen elkaar leunend groot toilet te houden, waarbij geen enkele teen overgeslagen wordt.

  • Siësta

    Die dag, na de vrolijke uittocht van onze bijna-buren en toen de zwoelte van de zomer zich liet gevoelen, gingen we na een iets te lang uitgevallen siësta en een badkamerbezoekje allemaal okselfris de namiddag tegemoet. Het is te zeggen, buiten Jasper om dan, die was na zijn vermoeiende schoonmaak weer in slaap gevallen op zijn pootjesbed en snurkte met open mond ongegeneerd nog een boompje door.

    Voor ons gerijpte poezenliefhebbers het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen en een schrijfmoment voor mij, want volgende week is het weer mijn beurt op De Kattensite en het wordt dus de hoogste tijd om die grijze cellen nog eens te kriebelen.

  • “...het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen…”

  • Columnkriebel

    De avond tevoren hadden we helaas naar de SM-rechter gekeken en ik geloof dat mijn katermannetjes daar allemaal nog zo van onder de indruk waren dat geen van allen puf leek te hebben om zelfs maar een minicapriooltje uit te steken dat mijn columnkriebel eer aan kon doen, of was het de zinderende warmte. Na enkele diepe zuchten van mijntenwege sleepte ik mijn stilaan verbrandende lichaam deemoedig richting schrijfzetel en verorberde van pure wanhoop nog drie rode pruimen en een half smeltende Leoreep. Omdat mijn inspiratie weg bleef, nam ik er een roman bij van een schrijvende vriendin ter tijdpassering en twijfelde of ‘het’ vandaag nog zou komen.

  • Wit wolkje

    In mijn ooghoek zag ik opeens enkele weldoorvoede gestalten naderbij schrijden en het eerste aanbiddelijk silhouet met gestroomlijnde rug werd even later enkel van mij gescheiden door een lange schaduw. Al snel streelde een witte natte neus de mijne om aandacht op te eisen en hoewel ik mijn uiterste best deed mijn zogenaamde aandacht op mijn boek te houden, werd Jaspers volhouden al snel knuffelend beloond. Vertederende aanbiddelijkheid heeft hij, mijn witte wolkje en probeer daar maar eens tegenin te gaan. Tobiasje bracht zijn rode speelmuis mee tussen zijn tanden en liet ze vallen naast mijn voeten om er meteen – veel kunstiger dan ik verwacht had – op te vliegen. Pootjes die grotendeels in het luchtledige maaiden van verrukking, maakten al snel geen onderscheid meer tussen speelmuis en moekesbeen. Auw.

  • Zomer

    Felix had er intussen zijn zomerse vocabulaire bijgenomen om aan te geven dat hij ook nog naar een plaatsje solliciteerde op mijn schoot. Waardoor Dexter jammerend begon te kneuten omdat mijn met mij gevulde zetel vol lag met broeremansen en hij er niet meer bij kon terwijl de anderen hem – buiten Tobias – voldaan en slaperig beloerden. Dat stond hem allerminst aan. U merkt het, de macht en de aard van de poezelige omstandigheden zorgden er voor dat er niet meer gelezen en nog veel minder geschreven werd, want probeer dat zelf maar eens onder zo’n berg friemelend gemiauw. Ik kon het wel zwetend schudden voor vandaag. Maar ach, ik had nog enkele dagen en het is maar één keer officieel zomer… toch?