• Column De salontijgerlord

    Met trillende lip moest ik het toegeven, mystici hadden het immers al eeuwen geleden voorspeld: die ene dag dat God de kat uitvond was hij lang niet meer oefenende met diens configuratie – om het even in woorden van deze tijd te zeggen – van dit nieuwe model dat hij voor ogen had. De kat werd zo geconstrueerd dat hij onder de noemer ‘buitenbeentjes’ valt in de dierenwereld, althans in de ogen van deze volgzame katlover. De kat is immers een ‘specialleke’ dat de levenskwaliteit menig mens gevoelig kan beïnvloeden.

  • Charmes

    Bijvoorbeeld: Het geluksniveau van een geholpen salonkater is enerzijds een factor die een grote impact heeft op het individuele denken van elk katlievend individu. Al heeft hij natuurlijk ook wel enkele gebreken die amper het vernoemen waard zijn, al soms ik er voor de leute toch eventjes (bij wijze van revolte) enkele op van mijn witste salontijgerlord. Hij voorziet zich niet van proper ondergoed maar is wel zelfreinigend, hij heeft geen culinaire aspiraties maar is dol op lekker eten, hij heeft geen uitgesproken exotische looks, veegt nooit zijn voeten af, eet amper met lange tanden net of alles even lekker is (wat in de ogen van mijn smaakpapillen bijna onmogelijk is), hij verlangt nooit naar een lekker warm schuimbad maar wel naar een warm bedje, van vriendschap plant hij zijn nageltjes diep in mijn vlees, hij snort daarbij zo goedkeurend dat je wel een erg slecht mens moet zijn om daar niet van gecharmeerd te zijn, hij heeft een instinctieve afkeer van modepopjes, naaldhakken en boerende buurmannen, hij haat natte voeten bij zichzelf en heeft het al helemaal niet hoog op met modderige kleigrond die in zijn pels blijft hangen, hij houdt van een speels windje in zijn pels, wulpse kattinnen en dansende vogeltjes al zal hij nooit voor een nageslacht zorgen, hij streelt (lees duwt) elke avond op hetzelfde tijdstip mijn neus met zijn natte neus plat bij wijze van verbouwing en slaapwelgroet en trekt zich daarbij helemaal niets aan van het huishoudelijk protocol over niet zeveren in de bedstee, hij mag meestal niet mee op kraambezoek, hij leeft mee met mijn kleine en grote verdrietjes maar kan me geen volledige omarmende troostknuffel geven, hij kijkt steevast met schitterende verlangoogjes als was je God wanneer iemand de koelkast opentrekt, hij heeft het niet op loodgieters en rennende postbodes en hij miauwt nadrukkelijk om mensen extra bewust te maken van zijn aanwezigheid en tekorten. Kortom, hij is een van mijn kleine wondertjes die onder andere mij met een ampere vingerknip gijzelde met zijn charmes, en ik viel als een blok voor zijn wit gepelste tenen.

  • Priepjes

    Ook bezit hij alle belangrijke factoren die een kat een kat maken, al twijfel ik soms wel eens aan zijn ochtendadem en weet ik niets van wat er zo’n hele godganse dag in dat lieve hoofdje omgaat; bijvoorbeeld of hij soms vakantiedromen heeft, of of hij soms stilstaat bij het zwakke vlees van de buurtkater ten opzichte van de buurpoes. Al is hij zelf geen pater en al heeft hij vierkant lak aan instructies, zijn blik kijkt hoewel soms slaperig, haast altijd intelligent, zelfs al hangt hij er wat onwezenlijk onderuitgezakt bij in zijn persoonlijk opgeëiste leunstoel. Hij is een meester in het uiten van hulpeloos klinkende priepjes om iets gedaan te krijgen maar kan net zo goed met een torenklokstem en stoere beentjes zijn idee uiten.

  • Half opgevreten taart

    En qua flora houdt hij vooral van verse tulpen (die zetten hem aan om zonder mijn welbevinden aan het grazen te slaan en hij is daarna erkentelijk door te komen flemen op sokkenvoeten met bijpassende babyface waar hij ook een meestergraad in heeft.) Consequent pas ik mij dan aan aan zijn grilletjes en knor nooit omdat er naast zijn verzorging amper tijd overblijft om mij-tijd te genieten. Mijn sociale leven ziet er dan ook uit als een half opgevreten taart. Allemaal kruimels en dat enkel en alleen omdat ik de plicht voel en de drang heb om hem te plezieren. Zou er iets mis met me zijn???? Inderdaad, het voorprogrammeren van een mens is nog niet niks voor een katertje. Je zou voor minder je winterpels verliezen.

  • Scheurmiauw

    Opeens daagt het mij dat ook hij voorkeuren en waarden heeft en erg creatief blijkt met het bewerken van mijn innerlijke aard, op een manier waartegen ik compleet en volledig weerloos ben. Volledig onder invloed als was hij een drug, gehoorzaam ik met de snelheid van een TGV tegen wil en dank en blijf maar lekkers (lees tulpen en andere snoep) aanslepen, zodat hij vooral zijn vreugdegevoel niet hoeft te onderdrukken. Bij de minste scheurmiauw spoed ik mij ongerust derwaarts om me er van te vergewissen dat mijn lievelingetje niets te kort komt. Zijn speelhoek lijkt dan ook op een vrolijk slagveld waar ik en opnieuw en opnieuw en opnieuw opruim om de boel een beetje leefbaar te houden want mijnheertje heeft het graag netjes. Zo zie je maar, het is niet simpel de mens van een katertje te zijn al is het wel een geweldige bron van tevredenheid op lange termijn en dan heb ik nog niet gesproken over mijn andere drie sjamfoeters…

  • “Bij de minste scheurmiauw spoed ik mij ongerust derwaarts om me er van te vergewissen dat mijn lievelingetje niets te kort komt…”

  • Mystici

    Ik betrap mezelf op een grijns bij de woorden van mijn overgrootma zaliger: ‘Zorg goed voor je kinderen, gelijk welk pluimage ze bezitten, vermors geen geluk omdat het even niet lijkt te passen.’ Zij was een wijze dame mijn groot memeeke.

    Maar tja, wat wil je, mystici hadden het al eeuwen geleden voorspeld en dan mijn opvoeding nog… dus kan ik er in wezen niets aan doen weerloos te zijn ten opzichte van hem en vroeg of laat zal ik me er geestelijk ook wel bij neerleggen dat ik van in de wieg voorzien was als vogel voor de kat(ers)… daar hoef ik tenminste niet voor op mijn lijn voor te letten en bij gebrek aan mensenkinderen heb ik later toch tenminste niet voor niets geleefd.

    Daar hoor ik zijn lokroep alweer, nu moet ik eerst dringend zijn behoeften gaan inwilligen want hij bekijkt me al met zo’n blik uit een echte maffiafilm, voor hij die torenstem weer opzet.