• Column Smeer- en kampeerpoes

    Na enkele heidense plastaferelen die zich tijdens een zoveelste zompig weekend voor mijn ogen hadden afgespeeld, besloot ik met Dexter de natuur in trekken en daar een meesterwerk neer te pennen. Tenslotte was het binnen verzengend heet geworden en werd mijn aandacht steeds weer afgeleid door een demonstratieve plasDexter, die het nodig vond om elke stap die zijn Felixje gezet had, na te gaan en te overdonderen met een vleugje hoogst persoonlijk parfum. Daar het mijn voeten danig uithing om de hele dag te lopen berispen, dweilen en ontsmetten, leek dat een leuk en vooral ook gezond alternatief. Voor drie redenen nog wel: 1) Iedereen in huis kon even op zijn effen komen van dat plasmonster dat toch de boel op stelten zet. 2) Een beetje buitenlucht kon hem hopelijk kalmeren, anders mij wel. En 3) een buurman die al een halve dag de Beegees imiteerde om karaokeniveau type drie, alsof hij oefende voor een ‘Ontdek de ster-avond,’ hielp geen meter.

  • Onzedige nimf

    Daar het de eerste aangekondigde regenloze dag in anderhalve week zou worden, lokte de natuur mij als een onzedige nimf en ik besloot pen, papier, Dexter met mand, een hoopje dweilen, eten, drinken, verschoon ingeval het een zwoele avond betrof en we zouden kunnen blijven slapen en een kattenbak in de auto te laden om er onderuit te trekken richting tuin. Mijn poetsgewroet leek immers al alle lucht in de huiskamer verdrongen te hebben en iedereen leek toe aan een dutje of een verzetje.

  • Pipimonster

    Dus, zo gezegd, zo gedaan. Na een controlebeurt van volle borden en lege bakken voor de thuisblijvers waren we ribbedebie, Dexter en ik. Zonder één enkele automiauw kwamen we aan in onze persoonlijke groene zone. Welgeteld drie minuten duurde het voor we dat thuisgevoel weer vonden en als een antiquair genoten we van elk priegeltje groen, elke streepje zon en elk bloempje dat we ontwaarden. Aangezien Dextermans op blote voetjes liep -wanneer hij niet gedragen werd- besloot ik hetzelfde te doen, kwestie van solidair te zijn. Even buitengaan was duidelijk de juiste keuze geweest, we bekwamen zienderogen. Toch leek het of mijn pipimonster stiekem minzame lachjes uitte om onze impulsiviteit. Zo stiekem dat ik hem er haast van verdacht de hele boel op stelten gezet te hebben om mij lekker helemaal voor zich alleen te hebben. Tenslotte was het inderdaad meer dan drie weken geleden dat wij tweetjes samen gekampeerd hadden. Een unicum voor mijn kattenrepertoire, maar een zegen voor mijn gemak. Dexter bleek immers de ideale kampeerpoes te zijn. Wanneer ik bezig was in de tuin zat hij braaf in zijn poezelière, al dan niet met de deur open –aangelijnd welliswaar- of genoot hij van of het uitzicht op zijn kipjes, of van het zonnetje. ’s Avonds trippelt hij steevast eerst even –nog steeds aangelijnd- richting houthoek en dan hupsakee, in zo’n opgewekt en stevig drafje roetsj de tent weer binnen. Hij zit zo graag in die dekselse tent dat ik hem moet verplichten eerst buiten te eten en te plassen -als het weer het toelaat tenminste. Hem alleen in de tent laten, riskeer ik niet echt aangezien het geen stenen muren zijn en hij nogal eens krabnageltjes durft hebben als hij zijn moekeskindjes-crisis krijgt. Je kent dat wel: zo van: “weenween, moeke ik zie u niet en ik moet bij u zijn” gevolgd door een weenblijtscheurmiauw en dan SCHREEUWkrabkrabkrab met piepende bandjes, behalve dan als het een tentzeil betreft, dan zou het meer als ‘scheurritssss’ klinken.

  • Smeerpoeskatertje

    Het is een geboren patat hoor mijn smeerpoeskatertje en toch is ie lief, al heeft ie me de vorige dagen danig op de heupen gewerkt met zijn geplas. Maar weet je, het rare is dat ie ‘op den hof’ nooit wildplast, en daar loopt het nu zo vol met beestjes allerhande, tot zelfs een bezoekpoes. Of het moest zijn dat die reukjes op hem een minder ‘ik-wil-de-baas-zijn-effect’ hebben dan ’t huis. Of hij heeft het gewoon op zijn tijd eens nodig om met mij alleen te zijn.

  • Haantjesgedrag

    In elk geval, laat ons hopen dat al dat plassend haantjesgedrag ook weer een fase is. – Waarom hij dat opeens zo doet, geen kat, kip of konijn dat het antwoord weet en we krijgen het er niet uit. Of is het zijn manier om onverdeeld in het middelpunt van de belangstelling te staan? –Niet dat hij aandacht te kort komt, maar eens in de auto is er inderdaad geen gedeelde aandacht, geen beurtrol die doorschuift over wie het eerste kusje krijgt als ik thuiskom, geen “even wachten lieverdje, straks is het aan jou…” Neen, daar is hij de baas, tenminste, dat lijkt ie zelf te denken.

    Hoewel… Tobiasje is ook al mee gaan dagkamperen in den hof en daar maakte ie niets van. Maar dat is natuurlijk helemaal niet te vergelijken met een echte –ik-heb-toch-wel-lekker-als-enige-in-een-tent-geslapen-zonder-andere-poezels-met-moeke-allenekes- litanie.

  • “Laat ons hopen dat al dat plassend haantjesgedrag ook weer een fase is. Waarom hij dat opeens zo doet, geen kat, kip of konijn die het antwoord weet…”

  • Schrijfwapens

    Badend in een rijke stralenglans installeren we ons dus op een bankje en de klok slaat kwart voor tien. Eindelijk trek ik mijn schrijfwapens tevoorschijn nadat ik mijn prutske zijn terrastegeltje op de grond gevleid heb zodat ie er demonstratief kan gaan naast liggen van zodra hij een beestje ziet kruipen. Anders wil ie helemaal niet zomaar op de buitengrond liggen. ‘Wat wil je, als appartementpoes kan je het toch niet maken vuile zandpootjes te hebben hé’ (denkt hij dan) maar hij is gewoon bang van dat vreemde gevoel onder zijn pootjes tot ie wat geacclimatiseerd of afgeleid is.

  • Ruimtelijk ballast

    Dexter antwoord mijn geschreven betoog met een smeuïge bevestiging en er ligt iets dringends in zijn stem, maar dat kan ook van de honger zijn. Nog even kleedde hij zijn pels met een zomerbriesje tot we ons gingen opmaken om wat te gaan knabbelen. Uren later kleurde de hemel rozigrood als kant-en-klare-tomatensaus, waar we het dan ook uitvoerig over hadden tijdens onze laatste maaltijd die dag. En net toen we -lees ik- aan de afwas dachten te beginnen, ontdeden enkele zotte stapelwolkjes die uit het niets leken te zijn gekomen zich van wat ruimtelijk ballast. Wat er voor zorgde dat we toch vroeger dan verwacht in de tent kropen, waar Dextertje hoegenaamd geen probleem van maakte. Ach, nog een half uurtje en het werd toch donker. Maar moederlief –ik dus- kon wel op een spurtje zijn kattenbak gaan halen aan de andere kant van de tuin voor ie helemaal onbruikbaar geregend zou zijn.

  • Tokkeltokkelgeluid

    Nog even later, na een ouderwets kattenwasje aan de tobbe, kropen we maar onder zeil met een boekje en een zegevierend tokkeltokkelgeluid boven ons hoofd. Het is te zeggen, ik nam het boekje, Dexter nam het voeteneind in plaats van zijn persoonlijke kampeerbedstee.

    We hebben geslapen als roosjes en de volgende ochtend pas kwam ik tot het besef weeral niets geschreven te hebben.

    Wat is me dat toch met al die afleidingen… Gelukkig scheen de zon al uitbundig en ik besloot het die dag toch nogmaals te proberen, de aanhouder wint immers zegt het spreekwoord, en het zou me lukken…Nah!