• Column Poes met klasse

    Zoals u ziet heb ik de looks van een basebalspeelpoes maar ben in feite een ware een salondanser, zij het zonder vrouwelijk heupgedraai. Mijn witte broer daarentegen is fysiek de uiterlijke tegenpool van mij. Hij flaneert met zijn sierlijke 15 centimeter lange sneeuwpels en dito pluimstaart, maar is op en top man. Iets meer dan ik soms, hoewel, ik dat weer ten stelligste afstrijd in eender welke toevallige publieke ruchtbaarheid.

    Zelf ben ik als een kind. Lief, ondeugend en toch weerbaar. Sommigen durven zeggen dat er niet veel kats in mij zit, maar dat is van domheid zeg ik dan. Sommige mensen zeggen zelfs dat ik een klein verstandje heb als het op kat zijn aankomt, maar dat weerleg ik dan meestal op mijn eigengereide manier. Mijn poten jeuken steevast van zo’n lelijke opmerking en met een grol en een streepje versgeplaatste tattoo op hun arm, kunnen ze er dan later het hunne van denken. Een Tobiasje beledigt men niet voor niets. Daarna ga ik een kwartier misnoegd in mijn zetel liggen. Pfff.

  • Gecondenseerde melk

    Ik ben zo kat als ik maar zijn kan. Iedereen heeft toch zijn eigenaardigheden? Kan ik er wat aan doen dat ik nu eenmaal liever bieslook eet dan gehakt? Dat ik gecondenseerde gesuikerde melk lekkerder vind dan Whiskas? Dat er maar één vleessoort is die me kan verleiden en waar ik mijn droge korrels voor laat staan zijnde bloederig rosbief. En zeg nu niet dat dát niet kats is.

  • Elegante billen

    Wanneer mijn bazinnetje eens een lekkere pitaschotel meebrengt, ga ik mooi in smeekmodus naast haar bord zitten (op de toegelaten en aangeleerde afstand). Doch, als ze dan even niet kijkt, besluip ik in stilte die hoop lekkernij en kidnap daar de lekkerste griekse peper af. Dat doe ik dan met zo een elegantie dat zelfs de meest opmerkzame kijker niet merkt dat er een putje verdwenen is uit de berg eten. Ooit durfde een attentere bezoeker mij daarvoor uitlachen. Hij beweerde dat zulks geen kattenmanieren waren. Dat ik wel een vreemd beest moest zijn, afgezant van een of andere aliën, en dat enkel en alleen omdat die peper me toevallig meer aansprak dan dat pitavlees. Nou geloof me maar, die zin zal die onverlaat nog lang heugen. Meteen heb ik mijn elegante billen naar hem gedraaid, en voor hij op zijn knieën vergiffenis vraagt voor deze lelijke uitlatingen, zal het tij bij mij niet keren. Liever op mijn mat alleen liggen dan op een schoot van een mens die geen kats verstaat.

  • Diefjesjacht

    Trouwens, wanneer we dan eens de kans krijgen een pitaschotel te besluipen, komt mijn witte pluimstaartbroer gewillig helpen kijken. Hij vraagt mij ook steevast om voor de verandering toch eens een stuk van dat pitavlees te nemen, dan heeft hij ook wat. Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties. En mijn voorkeur gaat nu eenmaal niet uit naar vlees. Dat neem je als er niets anders meer voorhanden is. Zo zit dat. Hij moet maar meer lef kweken en zelf op diefjesjacht gaan. Hoog tijd dat pluimstaartbroer op zijn eigen witte pootjes begint te staan. Voorproeven is al lang niet meer van deze tijd en Dexter en Felixjes bevestigen dat ruimschoots.

  • “Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties…”

  • Gecondenseerde melk

    Daardoor vindt Jasper mij dan weer een raar kwietje, maar anderzijds kan ik net hetzelfde van hem zeggen. Ergens zijn wij elkaars tegenpolen en toch blijken we zo gelijk. Zo lust hij bijvoorbeeld geen rosbief, zelfs geen bloederige? Als je dat dan kat kan noemen?
    Maar onze liefde voor ons moeke delen wij wel allemaal. Haar durven sommigen wel eens gezellig gestoord vinden, wij weten waarom.

    Zo zie je maar. Ieder heeft zijn eigenaardigheidjes, zo ook wij. En ik ben er trots op een echt Tobiasje te zijn.

    Tot miauws met poot en neusjeswrijfknuffelkus,

    Tobiasje x