• Column Dexters désexualisatie 2- De brigade van de zielige piepjes

    We zijn nu drie weken verder in de tijd en de frustratie tussen Dexter en Felix heeft zich nog steeds niet genormaliseerd. Mijn kleine lieve huppeldepupjes waren zo goed als zichzelf, als je de karakterveranderingen niet meerekende. De nachten waren nog het ergst. Iedereen wilde bij moeke slapen, maar dat hield in dat er steeds eentje last had om zijn gevoeg te doen doordat hij niet rustig tot aan zijn bakje kon raken zonder op de hielen gezeten te worden door Dexter. Het appartement werd dus met posen in twee verdeeld.

    Helaas kan ik mezelf niet tegelijkertijd verdelen over twee ruimtes en zo ontwikkelde zich ‘De brigade van de zielige piepjes.’ Heel schattig om aan te horen, helaas in de nachtelijke uren is dat wel wat anders. Felixje leefde nog steeds grotendeels boven op kasten, maar ik hoef hem er niet meer om de zoveel tijd af te plukken om hem naar een bordje te dragen, of naar zijn toilet. Er komt eindelijk wat schot in de zaak. Felixjes nieuwe bijnaam was haas, angsthaas en koning Dexter gedroeg zich ondertussen als een dweperige machotiener.

  • Geïsoleerd pineutje

    Toch zag je in Felixjes ogen dat hij dolgraag wilde meespelen, of mee op bed liggen zoals in die goeie ouwe tijd (van drie weken geleden) en heel soms zag je hem op vakkundige wijze halsstarrig zichzelf en zijn trots bij elkaar schrapen. Met een scheef loensend oog beloerde mijn arm sociaal geïsoleerd pineutje dan de ruimte onder zijn kast af tot hij lef genoeg vond om af te dalen. Helaas doordat hij niet in zijn normale doen was en met gratis hulp van de zwaartekracht die zich opdrong, knalde hij er achter en bleef met een minuscuul gekreun even verbouwereerd zitten alvorens zijn geklaag, waarvoor hij tijdens de val geen tijd had gehad, opstartte.

    Dat was voor Dexter het startschot geweest om zó plechtstatig voor de kast te gaan zitten dat ik Felixjes moed in zijn witte sokjes zag zakken, waardoor die als de wiedeweerga een sprint inzette richting golftoren, om even later door een uit schrik misgecalculeerde sprong drie seconde nadien miauwend aan de kast te bengelen.

  • Priepen

    Met een wip had ik Dexter – voor de zoveelste keer – uit de lucht geplukt om hem met een grote grol terecht te wijzen en vervolgens in de wandelmand te stoppen. ‘Stoute poesjes moeten hun straf uitzitten,’ sprak ik hem streng toe ‘Felixbroertjes dienen niet om zo te pesten.’ Hij antwoordde even met iets dat het midden hield tussen ‘pff, zaag’ en ‘mag dat ook alweer niet?’ in een spottend miauwtje, alvorens mij aan te kijken met een kinderlijke blik. Toch bleef ik streng, hij bleef twintig minuten in de benchmand zoals in dergelijke omstandigheden gebruikelijk geacht wordt, ondanks zijn zielig priepend protest. Een moeder moet soms hard zijn ook al zag het er niet meteen uit dat sniepje frietel snel weer zou durven afdalen op eigen houtje.

  • Column Dexters de-sexualisatie

    Enkele uren later was het etenstijd. Aangezien Dexter nu ook op strikt dieet staat, besloot ik hem tijdelijk naar de slaapkamer te lokken om hem daar met grote broer Tobias te voederen. Dat gaf mij lekker de gelegenheid om de twee andere sloebers een zakje Whiskas te geven. Die mochten tot nog toe alles nog eten en een beetje nattere voeding was goed voor Felixjes buik. ‘Voor de schuif,’ plachte ik het te vergoelijken, want die duts zat hem nu soms veel te lang op te houden naar mijn inziens. Dat was ook de perfecte manier om de andere twee niet de ogen uit te steken met dat lekkere vlees. Tenslotte kan je hen niet wijsmaken dat zij niets krijgen hé als ze er zo tuk op zijn. Het lijkt dan wel of ze gestraft zijn en dat is in dit geval qua eten niet zo.

    Dexter liep mooi met gestrekte staart en bijpassende ronk mee naar de slaapkamer en Tobias volgde in zijn zog toen hij zag dat ik twee bordjes brokken bij had. Toen hun hoofdjes in hun bord verdwenen waren, sloot ik zachtjes de deur en sniepte snel naar de keuken. Op een wip en een tel zat Felixje naast me. Met zakjesvlees was hij dus goed te lokken. Dat werd genoteerd.

  • Sanitaire intermezzo’s

    Toen ik na de maaltijd en de sanitaire intermezzo’s de slaapkamerdeur heropende, was ik getuige van een vertederend beeld. Tobias en Dexter lagen samen op bed en ik hoorde hem triestig meedelen aan zijn broer: ’Mijn specialiteit is eten en ik ben nu zó mager en toch zetten ze mij op regiem, erg hé broer.’ Tobiasje troostte hem met een tedere poot om zijn lijfje en een lek over zijn altijd vuile neusje. ‘Arme schat,’ zei ik en gaf hem knuffelend asiel. Felixje was ondertussen uit zichzelf terug naar zijn kastappartement getrokken en daar bleef die wel een tijdje. Omdat hij er de laatste dagen zo veel vertoefde had ik hem trouwens een nieuw matrassenbedje met wollen flap gekocht, waar hij niet af te slagen was. Veel malser dan die harde planken en een drink- en noodeetbakje werd ook tijdelijk geïnstalleerd. Alles om toch maar een beetje gezonde nachtrust te hebben.

  • Kruidje-roer-me-niet

    Toen ging het twee nachten veel beter, tot ik de derde nacht opgeschrikt werd door een monstrueuze schreeuw die niet veel goeds beloofde. Na een kleine astrante confrontatie nummer kweetniethoeveel, vond ik mijn jongste miauwende zielsverwantjes tegenover elkaar in aanvalsmodus en dat bleek enkel de aanzet van een onweersconcerto. Felixje reageerde op Dexters stoere coupepoging met verre van devote vespers aan zijn adres, zo hard dat de funderingen er hier nog van naschudden. Ik was er effenaf niet goed van. Snel repte ik me om de onverlaten uit elkaar te houden en af te zonderen. Dit waren geen manieren. ‘Iedereen heeft recht om op zijn gemak naar ’t gemak te gaan,’ sprak ik Dexter weeral streng toe maar trillend verzonk hij in zijn kruidje-roer-me-niet-instelling en er was geen beginnen aan. Dus werd hij weer op straf gezet in de wandelmand, terwijl Felix snel naar de kattenbak trippelde waar hij hevig links en rechts kijkend grollend zijn gevoeg deed.

  • “Na een kleine astrante confrontatie nummer kweetniethoeveel, vond ik mijn jongste miauwende zielsverwantjes tegenover elkaar in aanvalsmodus…”

  • Elke dag is er een beetje beterschap in hun gedrag naar elkaar toe en regelmatig wordt er een nieuwe manier van straffen toegepast. Mijn uiterst grote leeuwengrol met aangepast poezenpootklauwend schijngedrag had even effect, evenals mijn boze kattenblaas en de inrichting van een heus kachot in een berging. Maar het blijkt steeds tijdelijk. Wanneer ik zie dat Felix van zijn kast wil en ik zie Dexter trillend op gang komen dan helpt het als ik naar hem blaas, allé, toch twee seconden. Als dat niet stopt na enkele keren komt de waterspuit boven met een natte nevelwolk. Dan zie je hem verwonderd inhouden.

  • Schrikkepineutje

    Toch blijkt het moeilijk voor Dexter om zijn broertje dat hij voordien niet kon missen, terug te aanvaarden en je ziet gewoon dat Felixje hunkert naar die knuffels van toen. Het blijft een rare zaak. We kijken het nog een beetje aan zolang er beterschap is. Hopelijk helpt die spuit om dat haantjesgedrag in te perken lang genoeg om hem terug te doen inzien dat zijn broerke zijn liefste vriendje is. Mijn schrikkepineutje is in elk geval zijn lef aan het opbouwen en Dexter is al zover dat hij zichzelf na een wijzende vinger die gepaard gaat met iets van/of; ‘allé Zenne, azo nie hé, gij klein schandaal, zijdegij niet verlegen.. op wat trekt dat nu… ga maar een beetje afkoelen…’ waarna hij braaf met staartje in de lucht voorloopt in de richting van de vinger naar de kamer of berging om zijn tijd te gaan uitzitten. Na zijn straf is hij trouwens ook nooit rancuneus en komt hij meteen knuffelen. Een speciaal manneke hoor, beetje keikopje maar toch is het moeilijk er boos op te zijn of te blijven, al zijn hier het op harmonieus vlak momenteel nogal zware tijden…