• Ik ben Rikkie en een trotse kater van vijftien jaar. In de vorige columns lazen jullie dat mijn baasjes graag een babyhondje wilden. Het is zo leuk voor jou, riepen ze mij enthousiast toe. Ik probeerde er alles aan te doen om dat malle idee uit hun hoofd te praten. Niet zonder succes, moest ik arrogant constateren. Mijn bazin vertelde mij dan ook dat er geen pup in huis zou komen. Natuurlijk was ik dolgelukkig en ik zag een roze toekomst waarbij ik het alleenrecht zou houden op hun onvoorwaardelijke liefde.

  • Brutaliteit

    Column Aftasten

    Tot er binnen enkele uren een grote volwassen hond voor mijn kattenneusje stond. Mijn baasjes kwamen niet met een pup thuis maar met een volwassen hond van zes jaar. Dat grote witte monster rende onmiddellijk naar mijn kattenbrokjes en begon er van te snoepen. De brutaliteit!

    Ik ben iemand die netjes is opgevoed. Als mijn bakje wordt gevuld, eet ik wat en laat iedere keer een restje liggen. Het is een gewoonte van mij. Ik denk altijd maar zo: als de zon ophoudt met schijnen of het regent katten en honden, dan heb ik in ieder geval mijn malse brokjes nog waar ik op kan terugvallen.

    Mijn bazin zette mijn etensbakje snel hoog zodat het beest niet nog meer van mijn lekkernij kon jatten. Nadeel voor mij was dat ik steeds hartverscheurend moest mauwen als ik trek had. Jaloers keek ik naar de eetbak en drinkbak van de hond. Die bakken waren vijfentwintig maal zo groot als die van mij!

  • Circus

    Ik snap niet waarom mensen een hond willen terwijl er katten bestaan. Ik vind dat een hond thuishoort in het circus of in de dierentuin. Zet een parcours uit in het circus en laat hem zijn behendigheid showen aan de mensen. Hij kickt toch zo op aandacht? Geef hem die aandacht!

    Gooi honden in hokken in de dierentuin en hij kwispelt en blaft blij naar zijn publiek.
    Wij katten begrijpen honden niet. We zullen ze, tot de wereld ophoudt, nooit snappen. Ik bedoel: als ik nu een boekje open doe over die witte herdershond die in mijn huis eet, slaapt, drinkt en zelfs ademhaalt dan snap je wat ik bedoel met mijn vraag waarom in hemelsnaam de mens een hond als huisdier neemt.

  • De indringer

    Oké, ik zal proberen iets over die indringer te vertellen. Het kost mij veel energie omdat ik soms blaas van woede dus vergeef me als ik soms van de hak op een iets hogere tak spring. Tenslotte ben ik een kat op leeftijd.

    Die hond bij ons in huis moet vier keer per dag worden uitgelaten. Iedere keer als één van de baasjes de riem pakt, blaft hij van blijdschap en springt tegen hem of haar op. Ik vind het dom dat hij elke keer aan de riem moet en zo overdreven reageert. Neem mij: ik ga netjes zitten voor de deur en mauw. Ze openen de deur en ik ren eruit. Geen poespas.
    Dan alle plasjes die hij doet. Het is een mannetje dus tegen elke lantaarnpaal en boom moet hij even plassen. Ook doet hij zijn behoefte gewoon in het park en moet de baas die vieze drol oppakken met een boterhamzakje. Wat zijn wij dan schone dieren. Gewoon in de kattenbak of netjes in een kuiltje in de tuin van de buren.

  • Onbeschofte hond

    En ach: als ik dan denk hoe hij zich binnen gedraagt. Pffffff het is een onbeschofte hond. Hij gaat overal liggen in huis met zijn logge lijf. Zelfs pal voor de bank waar ik mijn "plekkie" heb veroverd. Je snapt dat ik het liefst over hem heen loop. Even mijn scherpe nageltjes diep in zijn vel... Ik droom ervan.
    Natuurlijk loop ik niet over hem heen maar om hem heen. Ik ben dan wel heel trots en knap en slim maar ik kijk ons soort nog steeds uit de boom. Wist je dat hij soms midden in de nacht op mijn bank gaat liggen? En dan zucht en snurkt hij zo heftig dat ik zelfs mijn eigen gespin niet kan verstaan.

  • “Je snapt dat ik het liefst over hem heen loop. Even mijn scherpe nageltjes diep in zijn vel... Ik droom ervan...”

  • De onschuld zelve

    Het ergste vind ik als hij aan mij snuffelt. Ik maak een hoge rug en steek mijn staart in de lucht. Hij moet wel goed zijn plaats in huis weten. Ik heb namelijk wel de oudste rechten hier en een kat blijft tenslotte superieur aan een hond. Er zijn bijvoorbeeld veel meer liedjes over katten. Het eerste liedje wat ik van mijn moeder leerde was: 'poesje mauw, kom eens gauw.' En denk eens aan de vele spreekwoorden waar de kat de hoofdrol in speelt. "De kat uit de boom kijken" en "het is geen katje om zonder handschoenen te pakken."
    Het zijn stuk voor stuk spreekwoorden die echt voor zich spreken. Kom dan niet als hond aan met het spreekwoord: "Hij is de gebeten hond." Alsof hij de onschuld zelve is. Ik kan nog uren doorgaan over ons soort. Over onze rol op televisie, in tekenfilms en op internet en...

    Terwijl ik jullie een beetje aan het vertellen ben over het bakbeest, waagt hij het plotseling om zijn grote puntneus tegen mijn poezelige neusje te drukken. Hij kust me. Hij wrijft zijn neus tegen de mijne en eerlijk gezegd vind ik het nog leuk ook. Ik laat secondenlang toe hij hoe zijn neus tegen mijn neusje wrijft en van genoegen begin ik te spinnen. Het voelt alsof muisjes rondjes rennen in mijn onderbuik als hij met zijn glanzende bruine ogen naar mij kijkt en knipoogt.