 |
|
| Ras: |
Tonkinees/Tonkanees |
| Herkomst: |
Noord-Amerika |
| Karakter: |
Nieuwsgierig, intelligent, veel aandacht en liefde
nodig |
| Uiterlijk: |
Middelgroot, gespierd, opvallend zwaar |
| Vacht: |
Kort, aanliggend, zacht, zijdeachtig |
| Kleuren: |
Vele kleuren en patronen, net als de Siamees |
|
Dit nieuwe ras, oorspronkelijk gouden Siamees genoemd, is in
de jaren '30 in Noord-Amerika en Canada gecreëerd door de Siamees
met de Burmees te kruisen. Hij trok het publiek echter niet
aan. In die tijd was de Siamees steviger en robuuster en de
Burmees minder rond dan vandaag de dag het geval is. Men heeft
tot 1960 moeten wachten voordat deze kat, herdoopt tot tonkinees,
gewaardeerd zou worden. In 1974 werd hij door de Canadian Cat
Association en in 1978 door de C.F.A. erkend. De tonkinees,
blijft, ondanks zijn populariteit in de Verenigde Staten, zeldzaam
in Europa. In Nederland is men bezig een halflangharige Tonkinees
te ontwikkelen. Dit nieuwe ras noemt men Tibetaan.
Zowel de Tonkinees als de Tibetaan worden in Nederlanderkend door de Federatie Nederlandse Kattenverenigingen (FNK).
Algemene kenmerken
Middelgroot en met een morfologie die tussen die van de lange,
slanke Siamees en de meer gelijkmatig gebouwde Burmees ligt.
Gewicht: 2,5 tot 5,5 kg.
Karakter/bijzonderheden
Deze kat, steeds alert, is actief en speels. Hij heeft ruimte
nodig daar hij sportief is, maar hij loopt makkelijk weg. Erg
sociaal met soortgenoten, zacht en vriendelijk naar zijn baasje,
maar toch minder exclusief dan de Siamees. Hij vraagt evenwel
ook veel aandacht en houdt niet van de eenzaamheid.
Zijn verzorging beperkt zich tot een wekelijkse borstelbeurt.
Men dient te weten dat een kruising Siamees-Burmees enkel Tonkinezen
oplevert en dat de kruising van Tonkinezen onderling statistisch
gezien 50% katten met Tonkinezen minkaftekening, 25% katten met Burmezenaftekening en 25% katten met Siamezenaftekening oplevert.
Hoofd
In vooraanzicht gelijkend op een gelijkzijdige driehoek met
afgeronde zijden. Middelgroot, iets langer dan breed. Hoge jukbeenderen.
Matig lange, vierkante snuit met lichte break. Neus met een
heel lichte stop. Zwakke pinch. De kin wijkt niet, maar steekt
ook niet uit.
Oren
Middelgroot, breed aan de basis met afgeronde toppen. Erg korte
beharing die de huid laat doorschemeren.
Ogen
Perzikpitvormig, ver uit elkaar en schuin geplaatst. Kleur:
blauwgroen, zeegroen smaragd (aquamarijn).
Hals
Middellang, gespierd.
Lichaam
Niet licht of compact. Semi foreign type. Het achterlijf ligt
iets hoger dan de schouders. Middelzware botten. Goed gespierd.
Poten
De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten. Goed ontwikkelde
spieren. Ovale voeten.
Staart
Middellang, breed aan de basis zonder echter te dik te zijn,
lichtjes uitlopend naar een punt.
Vacht
Kort, fijn, zijdeachtig, glanzend, weelderig, vlak aanliggend
op het lichaam zoals bij de nerts (Mink).
Kleur
De typische Siamees aftekeningen, op een dieper gekleurde ondergrond
waarvan de kleur die van de originele Burmees benadert. De pointkleur
gaat vloeiend over in de vachtkleur zonder duidelijk contrast
zoals bij de Siamees. De definitieve kleur wordt niet voor de
leeftijd van 16 maanden bereikt en heeft de neiging, zoals bij
de Burmees en de Siamees, om donkerder te worden bij het vorderen
van de leeftijd. De kleuren zijn zoals bij de Burmees maar iets
minder intens.
Enkele variëteiten:
- Natural mink (brown bij de Burmees, seal bij de Siamees):
het lichaam heeft een warme middelbruine kleur en de points
zijn donker bruin.
- Champagne mink (chocolate): het lichaam heeft een lichtgele
tot crèmekleur, de points zijn chocolade bruin.
- Blue mink: het lichaam heeft een zachte blauwgrijze kleur,
de points zijn middelblauw tot leikleurig.
- Platinum mink (lilac): het lichaam heeft een heel lichte
zilvergrijze kleur, de points zijn donker zilverkleurig.
- Honey mink (cinnamon): het lichaam is goud tot abrikoosamberkleurig,
de points zijn roodbruin. De C.F.A. erkent de honey mink
niet.
|