 |
|
| Ras: |
Egyptische Mau |
| Herkomst: |
Egypte |
| Karakter: |
Levendig, actief, speels, veel aandacht nodig |
| Uiterlijk: |
Oosters en sierlijk, gespierd, fijne en elegante
poten |
| Vacht: |
Kort, zijdezachtig, glanzend, vlekkenpatroon |
| Kleuren: |
Pewter, brons, zilver en smoke |
|
Mau betekent kat in het Egyptisch. Het is zo dat de voorouders
van dit ras werden beschermd en vereerd. Dikwijls werden ze
afgebeeld op monumenten uit het oude Egypte. De Russische prinses
Nathalie Troubetskoy, die naar Italië werd verbannen, bracht
in 1953 vanuit Caïro de eerste vertegenwoordigers van het ras
mee waaronder de poes Baba en een kitten Lisa. Beiden werden
in Rome in 1955 tentoongesteld. In 1956 emigreerde de prinses
naar de Verenigde Staten, ze nam haar katten mee en begon er
de cattery Fatima. Baba werd in 1957 bekroond. Het snelle succes
van dit ras zette andere fokkers aan tot de fok ervan. Het ras
werd in 1988 erkend door de C.F.A. en de T.I.C.A. en deze stelde
in 1988 een rasstandaard op. In datzelfde jaar werd de Egyptische
Mau ook in Europa gefokt, waar het nog steeds een zeldzaam ras
is. De F.I.Fe erkende het ras in 1992. De tabby spotted Oosters
Korthaar, door de Engelsen ontwikkeld, wordt dikwijls met de
Mau verward.
Algemene kenmerken
Middelgroot, gelijkmatig gebouwd, vergelijkbaar met de Abessijn.
Sierlijk lichaam en goed gespierd. Gewicht: 2,5 tot 5 kg. Gevlekte
vacht.
Karakter/bijzonderheden
Levendig, speels, actief, evenwichtig. Deze kat is niet agressief
of nerveus. Hij houdt niet van drukte. Afstandelijk tegenover
vreemden, sociaal met soortgenoten, zacht en zeer lief met zijn
baas. Hij heeft een zachte en aangename stem. Hij past zich
aan het binnenleven aan, maar kan niet goed tegen eenzaamheid.
Sportief en een goede jager, in een tuin kan hij zich uitleven.
Zijn verzorging beperkt zich tot een wekelijkse borstelbeurt.
Hoofd
Wigvormig, met licht afgeronde lijnen, zonder vlakke gedeeltes.
Licht bol voorhoofd. Lichte stop of welving tussen de neus en
het voorhoofd. De kaken zijn niet vol, behalve bij volwassen
katers. De snuit is kort noch puntig, de neus is even lang als
breed.
Oren
Middelgroot tot groot, goed uit elkaar staand, breed aan de
basis, alert en met vrij puntige uiteinden. De binnenzijde is
met korte, vlak aanliggende haartjes bezet. Lynxtips worden
op prijs gesteld.
Ogen
Groot, amandelvormig, noch rond, noch van het oosterse type,
lichtjes schuin geplaatst. Heldergroen of kruisbesgroen/druifgroen
gekleurd. De amberkleur is toegestaan voor jong volwassen dieren
tot een leeftijd van 18 maanden.
Hals
Zeer gespierd en gebogen.
Lichaam
Middellang tussen het foreign en het cobby type in. Hoge en
hoekige schouders (zwaargebouwd). Goed ontwikkelde spieren.
Poten
De achterpoten zijn langer dan de voorpoten. Gespierd. Kleine,
licht ovale voeten.
Staart
Middellang, breed aan de basis en langzaam aflopend naar de
punt.
Vacht
Kort, fijn, zijdeachtig, sterk en vlak aanliggend. Minstens
twee ticking banden op de agoutiharen van de grondkleur. De
vacht is natuurlijk gevlekt (spotted) tabby. Donkere, ronde
vlekken zijn gelijkmatig over de romp en de buik verspreid.
Streeptekening op de ledematen: M of scarabee op het voorhoofd,
mascara lijnen op de slapen en wangen, ringen op de staart,
onderbroken halsketting en ringen respectievelijk op de borst
en de poten.
Kleur
- Silver: zwarte vlekjes, zilverwitte agouti ondergrond, baksteenrode
neusspiegel, zwarte voetzolen.
- Brons: zeer donkerbruine vlekjes, lichtbruine agouti ondergrond,
baksteenrode neusspiegel.
- Smoke: gitzwarte vlekjes, rookgrijze ondergrond, zwarte neusspiegel
en voetzolen.
|