• Verzeker je kat
  • Diabetes mellitus (suikerziekte) is een aandoening waarbij een kat niet in staat is zijn bloedsuiker- of glucosegehalte te reguleren. Deze ziekte kan een kat op elke leeftijd krijgen maar komt vooral voor bij oude of zwaarlijvige katten. 

  • Oorzaken

    Insuline en bloedmeter bij suikerziekte van een kat

    De bloedsuikerspiegel van een kat wordt bepaald door het hormoon insuline. Dit wordt aangemaakt door de alvleesklier, een orgaan dat dichtbij de maag ligt en enzymen produceert voor de spijsvertering.

    Een kat met diabetes mellitus lijdt aan een tekort aan insuline of produceert onvoldoende insuline, met als gevolg dat deze zijn werking in het lichaam echter niet goed kan doen. Het gevolg is een te hoge bloedsuikerspiegel.

    De oorzaken van diabetes mellitus bij katten zijn niet bekend. Deze kunnen liggen in het feit dat de alvleesklier niet genoeg insuline aanmaakt of in een afweerreactie van het lichaam op de insuline die de alvleesklier produceert.

  • Algemene symptomen

    Een kat met diabetes plast meer dan normaal. Dit komt doordat als de bloedsuikerspiegel te hoog is de glucose samen met water uit de nieren wordt afgevoerd. Andere symptomen kunnen de volgende zijn:

    • toegenomen dorst door de vergrote urineproductie
    • veranderde eetlust, soms toegenomen maar vaker verminderd
    • gewichtsverlies
    • slechte vacht
    • lusteloosheid
    • depressiviteit
  • Op de dierenartsenpraktijk

    Regelmatig komen er in de dierenartsenpraktijk katten met suikerziekte. Het ziektebeeld begint met veel drinken en veel plassen. Vaak valt ook op, dat de dieren in het begin meer eten en toch vermageren. Er gaat namelijk veel energie in de vorm van suiker via de urine verloren. Uiteindelijk zullen de katten erg verzwakken en sloom worden, ze kunnen stoppen met eten waarna afwijkende afbraak-afvalstoffen in het bloed ontstaan, waarbij soms een acetonlucht bij uitademing te ruiken valt. Het eindstadium is de dood door een coma, veroorzaakt door een extreem hoge bloedsuiker.

    De oorzaak van suikerziekte is een tekort aan insuline. Het insulinehormoon reguleert de bloedsuiker, zodat dit tussen bepaalde grenzen blijft. Bij te weinig insuline zal de bloedsuiker gaan stijgen. Het kan ook voorkomen dat er welliswaar voldoende insuline gevormd wordt, maar dat het hormoon onvoldoende zijn werking kan uitoefenen. Dit zien we bij gebruik van bepaalde medicijnen en bij zeer dikke dieren.

    Diagnose
    De diagnose suikerziekte is eenvoudig te stellen door in het bloed en in de urine het suikergehalte te meten. Daarnaast meten we altijd de langwerkende suiker, het fructose-amine in het bloed. Deze stof geeft het suikergehalte weer dat gedurende 14 dagen aanwezig was in het bloed en is betrouwbaarder dan het gemeten actuele suikergehalte in het bloed, omdat dit bij een kat door stress omhoog kan schieten, waardoor je een te hoge waarde meet.

    Behandeling
    De behandeling bestaat uit het toedienen van insuline en geven van een speciaal dieet. Tabletten tegen suikerziekte werken in het algemeen helaas slecht bij de kat.
    De eigenaar zal in veel gevallen 2x dag zelf insuline via een injectie aan de kat moeten toedienen. In het begin lijkt dat erg eng, doch met behulp van de dierenarts is het zeer goed uitvoerbaar. De kat zal regelmatig voor bloedonderzoek moeten terugkeren om de juiste insulinedosis te kunnen bepalen.
    Tegenwoordig bestaat er een speciaal dieet voor diabetische katten. Dit is een grote vooruitgang. Door het speciale dieet kan men een lagere dosis insuline spuiten en sommige met name de dikkere katten kunnen zelfs na afvallen een goede bloedsuiker krijgen zonder dat de dieren gespoten worden.

    Aanvullingen
    Indien er teveel insuline wordt gegeven kan de kat een hypo krijgen, ofwel een te lage bloedsuikerspiegel. Dat kan tot een coma leiden. De dierenarts geeft de eigenaar vaak voor de zekerheid dextrosepoeder mee. In geval van nood 1 gr. per kg kat in de bek ingeven (dextrose oplossen in wat water) en altijd snel naar de dierenarts gaan.

    Relatief insuline tekort, zoals vaak bij dikke dieren, kan door uitputting van de insulineproducerende cellen leiden tot een totale destructie van deze cellen, daarom is het altijd belangrijk dit te voorkomen en de suikerpatiënt zo snel mogelijk te behandelen.


  • 2 Reacties

    Zeer duidelijk verhaal.. Mijn kat heeft nu 1 1/2jaar suikerziekte. Ik spuit hem smorgens en savonds op vaste tijden. Ook zijn eten is speciaal en krijgt ie op speciale tijden. Helaas lopen we al een jaar te zoeken naar de juiste hoeveelheid insuline. Normaal is ergens tussen 3 en 5. Echter zit ie nu al op 10 en plast en drinkt nog steeds enorm veel (bijne 3/4ltr per dag). Inmiddels is kracht in de achterpoten ook niet even sterk meer en heeft hij steeds vaker geen eetlust. Plas/poep ongelukjes en soms hard miauwen alsof ie me kwijt is. Hij ligt alleen nog maar en kan alleen nog maar langzaam lopen als een oud opatje. Met wat korte uitspatingkjes zit er weinig meer in hem ben ik bang Wat zou de beste keuze zijn? Hem de eeuwige rust gaan geven of zijn er toch nog opties?

    Reageer

    Beste Koen, ik denk dat daar zeker iets aan te doen is. Het gedrag dat je beschrijft hoort bij een hypo en dat betekent dat de kat een te hoge dosis insuline krijgt. Om hem goed in te regelen is het belangrijkste advies dat ik je kan geven, om je in te schrijven op het forum van diabeteskatten. De mensen daar kunnen je fantastisch goed helpen om je kat weer op de rit te krijgen. Lees ook mijn antwoorden op een soortgelijk geval op ons eigen forum.

    Reageer