 |
|
| Ras: |
Turkse Van |
| Herkomst: |
Turkije |
| Karakter: |
Vriendelijk, houdt van water, intelligent, geneigd
aan één persoon te hechten |
| Uiterlijk: |
Middelgroot, lang, gespierd |
| Vacht: |
Halflang, zacht |
| Kleuren: |
Overwegend wit met rode, crèmekleurige,
zwarte, blauwe, schildpad en tabby aftekeningen |
|
De Turkse Van is een massievere variatie van de Turkse Angora. Hij dankt zijn naam aan het 'Van' meer, vlakbij de berg Ararat, gelegen in oostelijk Turkije. Het is een zeer oud ras dat al in de achttiende eeuw bekend was. Het is pas in 1955 dat een Britse fokster, mevrouw Laura Lushington, er enkele importeerde om een echt fokprogramma in Europa op te zetten. De G.C.C.F. en de F.I.Fe hebben het ras in 1969 erkend. Vanaf 1982 verscheen de Turkse Van in de Verenigde Staten waar de C.F.A. en de T.I.C.A. het ras erkenden. Ondanks dit alles blijft het een erg zeldzaam ras in Europa.
Algemene kenmerken
Gelijkmatig maar stevig gebouwd, vrij massief. Gewicht: 3 tot 8,5 kg.
Karakter/bijzonderheden
Deze erg rustieke, robuuste, levendige kat houdt van zwemmen.
Door selectie is deze kat, vroeger berucht om zijn agressiviteit,
sociaal geworden met zijn soortgenoten. Onafhankelijk, met een
sterk karakter en speels. Hij toont zich zeer lief en soms zelfs
bezitterig naar zijn bazen. Het is een goede kameraad met een
vrij zachte stem.
De Turke Van past zich aan in een appartement, maar een grote
tuin met een bad zullen hem meer bekoren. Hij ontwikkelt zich
traag en heeft drie tot vijf jaar nodig om zijn definitieve
schoonheid te ontplooien. Buiten de ruiperiode, overvloedig
net voor de zomer, beperkt zijn verzorging zich tot een wekelijkse
borstelbeurt.
Hoofd
Middelgroot tot groot, ten minste even lang als breed. Afgeronde lijnen. Afwezigheid van hoeken en rechte lijnen. Hoge jukbeenderen. Volle, ronde snuit. Neusrug met een lichte stop die vervolgens lichtjes gekromd verder loopt. Waarneembare pinch. Licht afgeronde kin.
Oren
Groot, breed aan de basis, hoog op de kop ingeplant, met vrij
afgeronde toppen.
Ogen
Groot, walnoot- of perzikpitvormig, lichtjes schuin geplaatst. De oogleden zijn met roze omringd. Kleur: blauw, amber of odd eyed. Groen is toegestaan maar aan amberkleurige ogen wordt de voorkeur gegeven.
Hals
Kort en stevig.
Lichaam
Lang, groot en stevig. Afgeronde borstkas. Vrij brede heupen. Stevige botten, goed ontwikkelde spieren.
Poten
Middellang. De achterpoten zijn langer dan de voorpoten. Middelmatige botten, gespierd. Ronde voeten. Goed ontwikkelde haarpluimpjes tussen de tenen.
Staart
Middellang, dikke, weelderige beharing die donzig, pluizig is, of een pluimstaart vormt. De haren moeten minstens vijf cm lang zijn. De hele staart heeft een zelfde egale kleur.
Vacht
Halflang tot lang, zacht, zijdeachtig, zonder wollige ondervacht. De kraag en de broek zijn weelderig behaard in de winter.
Kleur
Zuiver witte vacht. Deze schikking van de vlekken wordt aangeduid als het 'Van' motief. De voornaamste erkende kleuren zijn: auburn (rood) met wit en crème met wit. |