 |
|
| Ras: |
Singapura |
| Herkomst: |
Zuidoost-Azië |
| Karakter: |
Vriendelijk, aanhankelijk, speels, nieuwsgierig |
| Uiterlijk: |
Klein tot middelgroot, compact |
| Vacht: |
Kort, zacht, aanliggend |
| Kleuren: |
Donkerbruin ticked tabbypatroon met ivoorkleurige
ondergrond |
|
Singapura, wat Maleis is voor Singapore, is tevens de naam van een gewone kat die in de straten van die hoofdstad leeft. Tommy en Hal Meadows, Amerikaanse toeristen, merkten hen in 1974 op en haalden het daaropvolgende jaar drie katten (Tess, Tickle en Puss) naar Californië. Deze katten werden vanaf 1976 tentoongesteld. T. en S. Svenson waren tevens promotors van dit ras.
In 1980 kwamen andere Singapuras in de Verenigde Staten aan. De T.I.C.A. en vervolgens de C.F.A. erkende het ras respectievelijk in 1984 en 1988. De eerste katten van dit ras werden in Frankrijk en Groot-Brittannië aangetroffen rond 1988-1989. De F.I.Fe heeft het ras nog niet erkend. Ondanks het feit dat het ras in de Verenigde Staten is ontwikkeld, komt hij daar nog steeds weinig voor. In Frankrijk is het ras zeldzaam.
Algemene kenmerken
Compacte, kleine tot middelgrote kat. Gewicht: minder dan 3 kg (de lichtste onder de gedomesticeerde katten). Ticked vacht.
Karakter/bijzonderheden
De Singapura is evenwichtig, nieuwsgierig en sociaal. Vriendelijk en aanhalig. Hij is gevoelig en wordt graag gestreeld. Discreet, met een zeer zachte stem. Hij volgt zijn baas overal. Buiten is hij een uitstekend jager. De poes staat bekend om haar grote moederliefde. De verzorging beperkt zich tot een wekelijkse borstelbeurt.
Hoofd
Klein, rond. Volle wangen zijn bij volwassen katers toegestaan. Korte, brede snuit. Neus lichtjes bol met een lichte stop. Goed ontwikkelde, ronde kin. Duidelijke snorhaarkussentjes.
Oren
Groot, ietwat puntig, breed aan de basis, matig uit elkaar staand. Glanzende, diep gekleurde beharing.
Ogen
Groot, amandelvormig, benadrukt door een donkere belijning. Kleur: groen, goud of koperkleurig. Blauwe ogen zijn niet toegelaten.
Hals
Kort en dik.
Lichaam
Klein tot middelgroot, vrij gedrongen, compact. Goed gebouwd, gespierd. Ronde ribbenboog, licht gebogen rug, afgerond achterlijf.
Poten
Mooi gespierd, fijne botten. Kleine, ovale voeten.
Staart
Middellang, vrij fijn zonder te dun te zijn. Afgeronde punt.
Vacht
Fijn, zeer kort, niet wollig, vlak aanliggend.
Kleur
Ticking vacht met minstens vier banden afwisselend donkerbruin
tot ivoorkleurig met uitzondering van de buik, de keel en de
binnenzijde van de poten die antiek ivoorkleurig zijn. M op
het voorhoofd, donkere make-up op de neus, de ogen en de voetzolen.
Niet gesloten ringen op de poten. Streeptekening aan de binnenkant
van de voorpoten en de knieën. Onderbroken halsketting.
Sepia agouti kleur, met een donkerbruine ticking op een warme
oud ivoorkleurige ondergrond (ook wel brown ticked tabby genoemd).
Donkere zalmroze neusspiegel, bruinroze voetzolen. De binnenzijde
van de oren is zalm-kleurig met ivoorkleurige haren. Donkere
streep over de staart en rug toegestaan, net zoals een donkere
staartpunt. |