 |
|
| Ras: |
Heilige Birmaan |
| Herkomst: |
Birma |
| Karakter: |
Zachtaardig, rustig, gezellig, veel aandacht nodig |
| Uiterlijk: |
Middelgroot, elegant |
| Vacht: |
Zijdezacht, weinig ondervacht, langere haren op
kraag, staart en achterpoten |
| Kleuren: |
O.a. sealpoint, bluepoint, chocolatepoint, lilacpoint,
redpoint, creampoint |
|
Dit ras met een mysterieuze oorsprong is pas onlangs in Europa
verschenen. Britse reizigers zouden vanuit Birma een koppel
katten uit de zogenaamde Lao-Tsun tempel meegebracht hebben.
Een zekere mevrouw Leotardi, uit het zuiden van Frankrijk, bezat
Poupée de Madalpour, een Birmaanse seal point poes die in 1926
in Parijs werd tentoongesteld. Ze zou de ouders, afkomstig vanuit
Birma, van een zekere mevrouw Thadde-Haddish als geschenk gekregen
hebben. De eerste dieren stammen af van een kruising (+/- 1920),
tussen een Siamees met witte aftekeningen aan de uiteinden van
de poten en een langharige kat (Angora of Pers).
Rond 1930 werd Dieu d'Arakan, een seal point kater, de ster
op menige tentoonstelling. Gedurende de tweede wereldoorlog
raakte het ras bijna uitgestorven en werd bloed van de colourpoint
Pers ingebracht om inteelt te beperken. In 1950, kreeg het ras
de naam Heilige Birmaan, om alle verwarring met de Burmees te
vermijden (Birmaan in het Engels). Dit ras werd in de Verenigde
Staten geïntroduceerd in 1959-1960 en in Groot-Brittannië in
1965 waar hij erkend werd. Het oogst een groot succes en wordt
door het grote publiek erg gewaardeerd.
Algemene kenmerken
Middelgroot, gelijkmatig gebouwd maar indrukwekkend en massief.
Gewicht: 4,5 tot 8 kg. Halflang haar.
|
Karakter/bijzonderheden
Zijn persoonlijkheid ligt tussen die van de Pers en de Siamees.
Kalm en evenwichtig. Noch passief noch on-stuimig. Sociaal met
soortgenoten en honden. Speels, goed gezelschap voor kinderen.
Maar hij houdt ook van vrede en rust. Zacht, vriendelijk (vooral
de katers), vaak een beetje bezitterig, hij verdraagt geen onverschilligheid,
noch eenzaamheid. Heeft een zachte stem.
Buiten toont hij zich
robuust, sportief en een getalenteerd jager. Zijn verzorging
vraagt een dagelijkse borstelbeurt gedurende de rui. Normaal
volstaat een wekelijkse borstel- en kambeurt. |
Hoofd
Stevig, breed, vrij rond. Iets langer dan breed. Vrij ronde
schedel. Licht bol voorhoofd. Volle wangen, hoge, uitstekende
jukbeenderen. Romeinse neus, middellang met een niet aanwezige
stop, een lichte welving is toegestaan. Goed ontwikkelde snuit.
Stevige en krachtige kin.
Oren
Middelgroot met afgeronde toppen, matig tot ver uit elkaar staand,
lichtjes schuin staand. De binnenzijde is goed behaard.
Ogen
Groot, bijna rond, ver uit elkaar. Blauw, zo donker mogelijk.
Hals
Middellang, goed gespierd.
Lichaam
Vrij lang, vrij zwaar (semi-cobby). Stevige botten, krachtige
en stevige spieren.
Poten
Middellang, stevig. Zware botten en goed ontwikkelde spieren.
Ronde, stevige voeten. Haarpluimpjes tussen de tenen.
Staart
Middellang, rechtop gedragen, pluimstaart.
Vacht
Zijdeachtige haren, middellang tot lang ter hoogte van de kraag,
het lichaam, de flanken en de staart. Kort op het gezicht en
de ledematen. Weinig ondervacht.
Kleur
Enkel de extremiteiten zijn gekleurd (points: masker, oren,
poten en staart) zoals bij de Siamees. Een goed contrast tussen
de gekleurde points en de rest van het lichaam is vereist. De
uiteinden van de poten zijn wit, dit zijn de zogenaamde handschoenen.
Deze handschoenen, in zuiver wit, moeten eindigen ter hoogte
van het gewricht of de overgang tussen de tenen en de middenvoet,
zonder deze te overschrijden. Aan de achterzijde van de achterpoten
eindigen de sokken in een punt (sporen). Deze sporen kunnen
uitlopen tot op de helft of tot op twee derde van de afstand
tussen de voetzool en het spronggewricht.
De donkere aftekeningen kunnen de volgende kleuren hebben: seal
point (donkerbruin), chocolate point (melkchocolade), blue point
(blauwgrijs), lilac point (rozig staalgrijs), red point (rood),
cream point (crème). De Nederlandse verenigingen erkennen ook
tortie en tabby points. De rest van de vacht is wit tot crèmekleurig.
De voetzolen zijn roze of roze met donkere vlekjes.
Kittens worden bijna wit geboren. De points en de handschoenen
verschijnen pas na 1-2 maanden. De kleur van de aftekeningen
en het lichaam is pas definitief wanneer de dieren volwassen
zijn geworden. De dieren verdonkeren eveneens met het ouder
worden. |