 |
|
| Ras: |
Japanse Bobtail |
| Herkomst: |
Japan |
| Karakter: |
Extravert, intelligent, actief, vrolijk, nieuwsgierig |
| Uiterlijk: |
Gespierd, lang, slank, verkorte staart |
| Vacht: |
Zacht, zijdeachtig, weinig ondervacht |
| Kleuren: |
Overwegend wit met een paar zwarte en rode afgetekende
gekleurde vlekken |
|
De oorsprong van deze geëerde katten zou eerst in China en daarna
in Japan kunnen liggen. Dit omdat de dieren vanaf de elfde eeuw
op allerlei voorwerpen en prenten uit verschillende landen in
het Verre Oosten afgebeeld worden. In die tijd bezaten enkel
de Koninklijke familie en de adel katten van dit ras. Voornamelijk
de driekleurige variëteit, Mi-Ke, wordt geëerd en zelfs vereerd.
Als symbool van geluk en voorspoed worden deze katten steeds
met opgeheven rechtervoorpoot afgebeeld, Maneki-neko: de kat
die groet. Dit gebeurt zowel op kunstvoorwerpen in huizen als
in tempels. Hun kenmerkende korte staart (Bobtail) wordt door
een autosomaal recessief gen veroorzaakt.
In 1968 werden de eerste Bobtails in de Verenigde Staten ingevoerd
door fokster E. Freret die een fokprogramma opzette. De C.F.A.
stelde in 1971 een rasstandaard op. De F.I.Fe erkende het ras
in 1990. In 1981 werden de eerste dieren in Frankrijk ingevoerd:
de poes Sirikit en de kater Aikido. Ondanks het feit dat het
ras zeer populair is in de Verenigde Staten blijft het in Europa
zeldzaam.
Algemene kenmerken
Middelgroot. Goed gespierd lichaam, eerder lang en slank dan
massief gebouwd. Staart is als een pompon. Gewicht: 2,5 tot
4 kg.
Karakter/bijzonderheden
Levendig, extravert, onafhankelijk, nieuwsgierig, met een sterke
persoonlijkheid zoals alle Oosterse katten. Niet altijd vriendelijk
tegenover soortgenoten. Honden worden meestal genegeerd. Zeer
speels en goed gezelschap voor kinderen. Hij is 'spraakzaam'
en 'zingt' met zachte stem. Zeer aanhankelijk en erg gehecht
aan zijn baas. De Japanse Bobtail is zeer evenwichtig en door
zijn goede karakter past hij zich zowel aan op leven in een
appartement als aan een buitenleven. Het zijn sportieve jagers,
verzot op water. De vachtverzorging beperkt zich tot een wekelijkse
borstelbeurt. Ruit weinig.
Hoofd
Lijkt lang, met fijn besneden trekken. Het heeft de vorm van
een gelijkzijdige driehoek met zachte belijning. Hoge en goed
zichtbare jukbeenderen. Volle kaken zijn toegestaan bij niet-gecastreerde
katers. Een pinch. Lange, goed gebouwde neus met een lichte
stop ter hoogte van de ogen of er net onder. Vrij brede snuit,
noch puntig noch plat, die zich afrond met een lichte break
ter hoogte van de snorharen. Goed te onderscheiden snorhaarkussentjes.
Oren
Groot, rechtopstaand, goed uit elkaar staand, nooit naar buiten
gericht. In rust geven ze de indruk naar voren gebogen te zijn.
Ogen
Groot, ovaal, goed open staand. In zijaanzicht lijken ze schuin
te staan. Hun kleur is in harmonie met de vachtkleur.
Hals
Onbekend.
Lichaam
Lang, slank met een goed ontwikkeld spier-stelsel zonder echter
de indruk te wekken dat de kat zwaar gebouwd is.
Poten
Lang, dun maar niet teer noch fragiel. De achterpoten zijn duidelijk
langer dan de voorpoten. Ovale voeten.
Staart
De staart mag maximaal 5-8 cm lang zijn; volledig uitgestrekt
kan hij evenwel een lengte van 10-13 cm bereiken. De botten
zijn stevig, hard en bijna met elkaar vergroeid (behalve aan
de basis). De staart kan uit één of meerdere delen opgebouwd
zijn; in dit laatste geval is hij opgekruld en geknikt. De haren
zijn er langer en dikker dan op de rest van het lichaam en geven
de indruk van een pompon, of 'een chrysant'.
Vacht
Kort of halflang, zacht, zijdeachtig maar zonder echte ondervacht.
Halflangharig tot langharig. Een kraag kan aanwezig zijn.
Kleur
Alle kleuren zijn toegestaan behalve chocolate, lilac en colourpoint.
Drie- en tweekleurige dieren genieten de voorkeur. De Mi-Ké
(driekleurige poezen: zwart, rood en wit) worden het meest gewaardeerd.
Duidelijke en scherp begrensde aftekening, de kleuren moeten
egaal zijn. |