Er huppelt een kat voor me uit op de straat, het is een witte met rode vlekken, die schichtig om zich heen kijkt terwijl zijn staart half in de lucht heen en weer zwiept. Met vluchtige pasjes schiet hij een straatje in, terwijl ik mijn weg naar de supermarkt vervolg. Ondertussen loop ik langs een huis waar een ongelooflijk dikke kat - maar dan bedoel ik ook ongelooflijk dik! - heerlijk op de vensterbank ligt te spinnen. Even verderop ligt achter een raam een jong, grijs, schattig katje opgekruld op een stoel te slapen. Het is een prachtig gezicht om te zien hoe hij met z'n oogjes dicht ligt te genieten van de zon.
Resideren
De
stad is vol katten, je ziet ze werkelijk overal, maar toch mis
ik mijn eigen katten. Sinds ik vanwege mijn studie in de stad
resideer, het ouderlijk huis latend voor wat het is, ben ik
zonder katten. We hebben er thuis drie, dus eigenlijk zou ik
er best eentje mee kunnen nemen vind ik, maar ik weet haast
zeker dat mijn ouders niet een van de katten willen afstaan.
Nu ik ergens anders woon, vraag ik me af of de katten me nog
wel zullen herkennen als ik weer eens thuis kom. Jerry kan af
en toe al niet meer de weg naar huis onthouden, dus ik vraag
me af of hij nog weet wie ik ben als ik langskom. Tommy vindt
alles best, zolang hij maar te eten van me krijgt en Silly blijft
ook wel gewoon vrolijk door het huis trippelen denk ik. Er is
afgesproken dat ik voor de katten blijf zorgen als m'n ouders
op vakantie gaan. Dan reis ik naar huis om ze eten, drinken
en gezelschap te geven. Maar voor al die momenten dat ik niet
thuis ben, zal ik moeten genieten van alle katten die hier door
de stad lopen, hoewel het niet mijn eigen katten zijn, en je
aan geen kat zoveel gehecht bent als aan je eigen katten.
| “Samen met mijn huisgenoten hebben we besloten dat we een poes nemen die we kater noemen...” |
Een huis zonder katten is toch niet compleet. Katten brengen namelijk leven in een huis en ze zijn een gezelschap dat je niet wilt missen. Maar als je ze even niet wilt zien, kunnen ze ook prima voor zichzelf zorgen, ideale huisdieren dus. Samen met mijn huisgenoten hebben we besloten dat we een poes nemen die we kater noemen, als verwijzing naar de gemoedstoestand waarin we 's ochtends na het uitgaan - het leven als student in de stad is zwaar - verkeren. Onze huiskat kan dan meteen de muizen opeten, mochten die in dit oude huis aan de gracht rondlopen.
Compleet met boodschappen: het eten voor vanavond - uiteraard vers eten, diepvriesmaaltijden doen we niet aan (we hebben namelijk nog geen vriezer) - loop ik weer van de supermarkt naar huis. En, hoe kan het ook missen, in de etalage van de winkel waar ik naar binnen kijk, ligt in een stelling een kat te slapen. |