 |
Grenzeloze vriendendiensten |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 11 september 2006 |
|
Het was zo een dag als veertien in een half
dozijn. Iedereen was gelukkig met zijn kattensituatie in zijn
huis. Twee gelukkige ‘geweeste’ katers met gezondheidsfactor
plus tien en bijna evenredige kilo’s in één huisje met één
mens, hun mens, die gelukkig iets meer woog. Toen kwam het
moment dat een vriend van die mens op zoek bleek naar twee
zwarte babypoesjes om te adopteren en een andere vriend weer
vrienden had, die net gezegend waren met een nest jonkies
van superschattige afkomst, factor dertig.

Gelukkigheidsgraad
U voelt het al komen weliswaar en u hebt gelijk. Vanaf het
moment dat ik hoorde dat er twee volledig zwarte babypoesjes
in dat nest aanwezig waren, kwam mijn bemiddelingsnatuur naar
boven. In een klap zou ik twee gezinnen kunnen gelukkig maken.
De ene zocht poesjes en de andere zocht een gelukkig thuis
voor zijn beschermelingetjes.
Veel bemiddelen bleek er naderhand niet bij, in feite liep
het zelfs gladder dan een geolied leien dakje, wat aan de
gelukkigheidsgraad van mijn humeur niets veranderde, hoor.
Mijn vriend trok op pad met zijn fototoestel om de humpies
in kwestie, Mickey en Gabbertje gedoopt, op plaat vast te
leggen voor de papa in spe, waarna ik mij later die week als
een haas naar het postkantoor repte. Om de babyfoto’s, inclusief
de mama - want een mens wil toch weten op wie zijn poes
gaat lijken als ze volwassen wordt nietwaar? - met dubbele
priorzegel richting Nederland te zenden. Ja ja, u hoort het
goed, ook dierenliefde kent geen grenzen. Waarna er daar aan
de andere kant van de grens haast meteen een stalksessie op
een arme postbezorger begon.
Dikke papbuik
Dat in het midden gelaten, waren er natuurlijk niet enkel
van de twee zwarte guiten kiekjes genomen, maar ook van al
de andere jonkies in dat nest. Onder die andere knuffeltjes
was er onder andere een volledig wollig, muizengrijs exemplaar
met dikke papbuik, dat mijn vriend fotograaf voor zijn gezin
reeds uitgekozen had. Mister papbuik kreeg meteen de naam
Zjap en zou het lieve broertje worden van de achtjarige kater
des huizes Zjip. Mijn lach kon niet uitblijven toen ik dat
hoorde.
| “Het arme ding had zich vast
willen losfriemelen waardoor de draad enkel vaster had komen
te zitten...” |
Klassiekers
Dan was er nòg een muizengrijs exemplaar met witte voetjes
dat de eigenaars zelf besloten te houden. Na de twee zwartjes
die al een thuis hadden en die na de fotopostbezorging meteen
de namen Mick en Gabber toegewezen kregen, schoten er nog
drie klassiekers over. Witzwart geplekt. Waarvan eentje net
tot aan zijn buik in de witte verf gedoopt bleek, buiten een
teen na. Vergeef mij, maar welke teen het nu juist was ontglipt
me even, wel kan ik zeggen dat het een achterpoot betrof.
Een ander witzwartje deed mij spontaan denken aan een klein
koetje. Zo gans wit met enkele klodders zwart besprenkelt
op de gekste plaatsten, wat haar een uniek voorkomen gaf.
Dat ukkie had meteen mijn hart veroverd. Doch, groot als ik
woon, was het een beetje onverantwoord om er nog een katje
bij te nemen, sprak mijn verstand vierkant tegen mijn hart
in.
Babysmurf
Vroeger, toen mijn oude katten nog leefden - Ramses en Tita
- had ik al een babypoes in huis gehaald. Maar dat was heel
iets anders. Prutsmans Tobias was erg actief maar de oudjes,
zijnde 16 en 18 jaar toen, sliepen meer dan de helft van de
tijd. Wat je vast niet kan verwachten van twee kanjers van
katers tussen de zeven en de tweeënhalf jaar oud in combinatie
met een actieve babysmurf.
Mijn vriend’s echtgenote was ondertussen ook al verkocht aan
‘dat kleine koeike’, zoals wij haar gemakkelijkheidhalve noemden,
maar trachtte mij toch te overreden om haar bij mij te nemen.
Moeilijke zaak dus en volledig tegen alle logica in.
Ondertussen trachtte ik met mezelf in het reine te komen door
met hen net hetzelfde te doen, onder het motto ‘De Zjip was
als de man des huizes nogal aan de dominante kant en eenzelvig
ingesteld. Ook hadden zij nog twee oude hondjes lopen van
zestien jaar en een jaar jonger, waarvan eentje doof en blind
was. Zo een prutspoes kost vast veel energie voor die arme
beestjes, want een poes in ontwikkeling bijt speels in elk
flapoor dat op zijn weg wappert’ zo sprak ik met kennis van
zaken.
Prutspoezen
Als zij nu eens dat kleine koeike Boegieke - ja, ik weet
het, van het moment je een naam geeft ben je al half overhaalt - erbij namen, dan hadden de oude hondjes hun rust nog. Zjip
kon blijven baas spelen en de Padre Familia uithangen. Ondertussen
konden de prutspoezen hun energie kwijt op elkaar. Ik had
het allemaal netjes voorbereid, zag het allemaal voor me in
kleur en beeld en het scheen nog aan te slaan ook. Ik hoorde
namelijk aan mijn vriend zijn praten dat hij met zichzelf
al in overleg was en zijn vrouwtje was in feite al veel vroeger
overhaald, zo sprak mijn gevoel.
Ik besloot er extra werk van te maken, deed er nog een schepje
bovenop en stak nog een tandje bij toen ze hem belde en hij
haar doorgaf om mij nogmaals te proberen overhalen. Als zij
nu Zjip en Zjap hadden kon er volgens mij vast nog een Zjepke
bij. Hilariteit alom. En dan kon de stamoudste zijn klein
grut van alles leren, wat hem weer meer aanzien gaf.
Meteen kletste ik er een ganse serie ‘chantagetechnieken voor
poes’ recht uit de bundel achteraan, zodat de oudste zijn
strepen niet verloor. Het sloeg aan. Ik wreef gniffelend in
mijn vuistje en hoefde me zelfs niet schuldig te voelen. Want
iedereen weet dat er niets zo lief, schattig en overweldigend
knuffelbaar is als een babypoes. Mezelf kennende, eens ik
er eentje vastgehad heb los ik het niet meer, dus dat moest
ik ten stelligste proberen vermijden, wat me tot hiertoe grandioos
gelukt was.
Ondertussen zat er in Nederland iemand grootse plannen te
maken om zijn appartementje poesklaar te maken, met de nodige
speeltempels van dien. Het kon niet vlug genoeg september
zijn. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|