 |
Titatijd |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 24 april 2007 |
|
Sommige dingen gebeuren je gewoon. Overvallen
de innermens in ons zodat wij met een ruk weer met beide voeten
in de werkelijkheidssfeer staan. Zo mogen wij mensen ons in
mijn ogen namelijk erg gelukkig prijzen dat we, laagsoortige
wezens als we zijn, geadopteerd worden als onderhoudssector,
door de alom geprezen en respectoproepende viervoeter met
hypnotiserende blik, genaamd Kat.
Gluurstrijd
Teneinde ons zelfrespect op te vijzelen voor we in gastrelletjes
verzeild raken, geven we graag toe aan de eerzuchtige grillen
van ons geliefdste huisdier. Toch bestaat er soms een klein
gaatje in de structurele hechte basis waar enig machogedrag
zich vervoegt. Dan raken wij zo zonder de indruk, dat een
nader onderzoek zich ongenadig opdringt. Sensatiebelust als
we zijn, zonder plan of enige voorafgaandelijk overleg werpen
wij ons dan in de gluurstrijd. O wee de kater die dan het
pad van onze territoriumeigenaar durft te betreden.
Familiepack
Mijn meisjespoes Tita, was zo een bron van onmin opwekkende
narigheid onder de buurtkaters. Steeds dorstig naar katerig
gezelschap, leek het wel of zij de arme dieren in haar vizier
nodig had om te kunnen functioneren. Met regelmaat van de
klok, kwam er steevast een vers slachtoffer voorbij de gul
gespritste grenslijnen. Waarop Ramses, haar broer, als een
tijger de katwoordelijke snorharen op de poes zette. Of zoals
wij mensen zeggen, de puntjes op de 'i'. Pels en bloed vlogen
meermaals door de lucht, ijselijke kreten kliefden het luchtruim.
Vele wonden dienden nadien verzorgd worden. Iso betadine werd
in familiepack aangekocht.
Marilyn Monroe
| “Pels en bloed vlogen
meermaals door de lucht, ijselijke kreten kliefden het luchtruim...” |
Als een boefje zat zij dan triomfantelijk te kijken hoe de
arme gelokten, de pels gewassen werden. Het heeft bij mij
ook echt een hele tijd geduurd voor de kat uit de mouw kwam
en ik wist hoe de boel eigenlijk in elkaar zat. Mijn Tita
was namelijk gezegend met een erg onschuldig gezicht en witte
sokjes. Daarbij kwam dat zij van het formaat halfwaspoesje
was, hetgeen haar een puppy aanzicht gaf. Niet de eerste die
zich aan haar mispakte zijnde, voelde ik mij slechts een beetje
beetgenomen. Men kon het haar nooit kwalijk nemen dat ze de
kat uithing, zij misbruikte haar charmes als had ze bij Marilyn
Monroe school gelopen.
So what.
Onder vredelievend geronk zocht ze ’s avonds immers het warmste
plaatsje op mijn schoot uit om zich te komen slaapnestelen
voor de volgende uren wijl de helse geluiden van straatgevechten
boven het geluid van de radio kwamen. En wat dat niet de reden
waarom wij mensen een kat in huis haalden?
Peepshow
Doch na verloop van tijd ging er zelfs bij mij een belletje
rinkelen. (Ja, de snelste detective van dit poezelig halfrond
zal ik wel nooit worden.) Na enkele malen op de eerste spreekwoordelijke
rij gezeten te hebben bij broer-bezoekpoes-rellen, zag ik
hoe de vork in de steel zat. Zij verleidde een arme katerdrommel,
vergastte de buurt op een warme peepshow midden op een grasplein
en joeg de sukkel vervolgens weg. Wanneer die de hint niet
meteen begreep, werd broerlief erbij gehaald om de boel te
bespoedigen.
Op een dag kwam er eens een stoere rode kater van pakweg 10
kg, haar het hof maken. Ramses, die zich de levenstaak toegeëigend
had er streng op toe te zien dat zijn zus niet in de verkeerde
katerpoten viel, zette meteen al zijn haren recht. Zijn grootste
grol werd uit de kast gehaald en sissend en grommend stapte
hij breedgeschouderd op de rivaal af.
Angstig bekeek ik de toestand, klaar om meteen in te grijpen
als er te veel pels in het rond vloog. Tenslotte moest ik
hem de kans laten op zijn strepen te staan hè, voor de buurtkatten
hem zouden uitlachen.
Driepikkelke
Titalientje, die ondertussen de onschuld zelve weer uithing,
zat lekker in de zon haar voorpootje te wassen. Inderdaad,
ze had maar één voorpootje, wat haar meteen een nog grotere
aaibaarheidsfactor had. Doch men vergiste zich schielijk te
denken dat Mevrouw Tita haar poezenboontjes niet kon doppen.
Zij was baas in huis, haar wil was wet. Zij liet zich niet
met een Brekkie in het veld sturen. Wanneer zij namelijk besloten
had dat het ‘Titatijd’ was, ging ze onafgebroken luid miauwend
een serenade aan tot ze toch haar zin kreeg. Zo simpel was
dat. EN geloof me, ik heb meermaals doppen in mijn oren gestopt
teneinde mijn karakter te harden niet toe te geven. Doch haar
wil was sterker. Vroeg of laat kreeg ze toch haar zin. Wat
haar in de buurt dan weer veel kattenaanzien verschafte bij
de vierpoten gemeenschap. Trouwens, het feit dat ze er lief,
teer en onschuldig uitzag, maakte dat ze ook bij de mensengemeenschap,
als ‘schatje’ bestempeld werd, ongeacht haar warme natuur.
‘Dat lief driepikkelke van daar op het hoekje,’ werd ze genoemd.
Jaja, met grote snor, schattige blik, witte sokjes en haar
buik in de lucht verleidde ze mens en kater, er was geen ontkomen
aan.
Zestien
Toch bleef de tijd ook haar beste vriend niet. Dame Tita van
het Noordzeestrand werd gestaag een dagje ouder. Met verve
doorstond ze alle baby-peuter-kleuter-halfwas en andere poezenziekten
en ongemakken tot ze volwassen en tenslotte zestien jaar werd.
Dan begon haar jeugdige enthousiasme een beetje te tanen.
Alles ging een beetje trager, spelen gebeurde nog wel maar
minder intensief. Dutjes werden steeds langer en ze werd week
op de longetjes. Geregeld was ze het slachtoffer van een keelontsteking.
Zo graag zat ze in het venster te kijken, dat we op den duur
genoodzaakt werden haar een sjaaljasje aan te doen. Ze vroeg
niet meer om buiten te gaan maar met haar jasje aan kon ze
in de winter uren op een vensterbank zitten en niemand lachte
haar uit met haar rode jasje.
Pillencamouflage
Toch werd haar gestel steeds zwakker. Haar humeur en knuffelfactor
waren gelukkig niet onderhevig aan haar zwakker wordende gezondheid,
wat er wel voor zorgde dat iedereen haar nog extra in de watten
legde. Tot de dag er een veel te actieve schildklierwerking
vastgesteld werd na een periode van steeds hervallen in ziekteperiodes.
Vanaf die dag was er dagelijkse medicatie nodig die met alle
trucs van de kermis in haar mond diende gestopt te worden.
De eerste dagen waren geen probleem, maar dan begon het. De
enige pillencamouflage die hielp was bloedrode rosbief, wat
van toen af dan ook dagelijks gekocht werd. Er was slechts
een probleem. Elk pilletje moest vergruisd en secuur ingekleed
worden of enkel het vlees verdween. Natuurlijk waren de andere
poezen in huis het totaal niet eens met deze werkwijze.
Zij zagen immers die medicatie niet, enkel de rosbief en er
hielp geen lievemoederen. Dus, werd er meer bloederig vlees
ingekocht teneinde iedereen tevreden te stellen. Het leven
van een poezenmama is soms hard. Maar ach, we doen het met
zoveel liefde…
Tita heeft nog drie jaar geleefd dank zij die mensenmedicatie
en die, kostte toen slechts 53 cent omgerekend, voor een maand,
daarvoor kon ze toch niet sukkelen, hé? Zelfs de dierenarts
was er verbaasd over, zijn oudste patiëntje (buiten Ramses
die 2,5 jaar ouder was) met haar gezondheidskaart. Het is
dus echt waar wat ze zeggen van die krakende wagens en dat
geldt niet enkel voor mensen, ik heb het geleefd. |
|
|
|