 |
Ramses, zo maken ze ze niet meer |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 13 juli 2006 |
|
Mijn katten zijn uniek. Speciaal
en helemaal anders dan elke andere doorsneekat uit de buurt,
de straat, de wijk, het dorp, het land en omstreken. Mijn
katten zijn de geweldigste, liefste, vriendelijkste wezentjes
die hier rondlopen en ik mag mij met trots hun 'moeke' noemen.
Territoriumafbakening
Vroeger, dat wil zeggen heel lang geleden in 1982 toen ik
nog een klein mensje was, hadden wij een katertje. Een heerlijke
lieve pluizenbol in donker chocoladebruin. En zeg nu zelf,
wat is er schattiger dan een kitten?
We doopten hem Ramses in een heuse ceremonie waarbij we al
de kinderen uit de straat uitnodigden. Achteraf kregen we
limonade en chips.
Ramses groeide op tot een stoere, lieve, grote kater van een
goeie 8+ kilogram zonder echt te vet te zijn. Met zijn atletische
lichaam was hij een echte bink die nogal tuk was op veel vrouwelijk
schoon uit de buurt. Helaas hield hij ook van territoriumafbakening,
met het gevolg dat mijn ouders besloten hem te laten castreren.
Ik herinner me nog dat hij helemaal nog niet wakker was toen
hij terug thuisgebracht werd en dat ik erg bezorgd was. Tot
in de overdrijvende trap (hoorde ik naderhand zeggen) omdat
mijn poes, ocharme, er zo slappekens bijlag. Ik heb toen de
hele nacht naast hem in het waskot gezeten, waar ik stiekem
mijn donsdekentje mee naartoe gesmokkeld had. Zo hebben wij
samen onze eerste nacht op de grond doorgebracht. Onze band
voor het leven was gesmeed.
Poppenkleedjes
Van toen af aan, elke keer ik ziek te bed lag, kwam Ramses
erbij gekropen. Bij elk verdriet, groot en klein, was Ramses
daar om mij te troosten. Bij elke poppenkast die we speelden,
mocht Rammetje een rol meespelen.
Als ik nu bedenk wat ik dat schaap allemaal aandeed uit liefde...
Ik heb hem in poppenkleedjes gestopt, vervolgens in een poppenwagen
gelegd om daarna met hem de hele straat door te wandelen om
trots mijn 'kindje' te laten zien aan de buren. Hij liet met
zich sollen, liep aan de leiband als een hondje, reed mee
in de wagen, ging met ons wandelen in de duinen en hij wist
als geen ander hoe hij een mens moest omkopen. Om het kort
te zeggen, Ramses was dé man.
Dikke wrijf
| “Het was heus niet de eerste keer dat het lekkerste stukje
vlees naar hem ging en wij de beentjes afknabbelden van ons
koteletje...” |
Bijvoorbeeld, als wij naar zee gingen tijdens de vakanties
dan kwam vader vrijdagavond later, met de kat. Die lag dan
als een sjaal op het dashboard van de auto, of in zijn hals.
Aan zee zelf wandelde hij aangelijnd, steevast vanuit de auto,
recht naar de achterdeur van het restaurant onder ons appartement.
Waarop de kok naar buiten kwam, hem een dikke wrijf gaf, ons
een grote glimlach schonk en vervolgens de keuken binnenliep
om weer buiten te komen met een stukje filet pûre voor zijn
chocoladevriend.
Ramses verstond de kunst altijd de lekkerste beetjes te versieren
en dat deed hij met zo'n flair dat men het soms zelfs niet
eens doorhad.
Het was heus niet de eerste keer dat het lekkerste stukje
vlees naar hem ging en wij de beentjes afknabbelden van ons
koteletje. Dat was wel als moeder niet keek natuurlijk, anders
bakte die haring niet.
Reuzenkattenbak
Tijdens onze vakanties aan zee gingen we één
keer dagelijks met Ramses wandelen. Tenslotte woonden wij
op ‘den boerenbuiten’, zoals ze dat hier zeggen en dan, een
poes twee dagen opsluiten, dat kon niet vonden wij. Gezonde
zeelucht is niet voor niets gezond voor iedereen.
Ons appartement bevond zich recht tegenover de duinen. Het
leek dus logisch dat we met hem in die duinen gingen wandelen.
Voor hem was het een reuzenkattenbak. Hij liep zo graag te
spurten met zijn pootjes in dat rulle zand, zover zijn lijntje
lang was en wij hadden er ook deugd van. Na een tiental minuten
spelen en putjes graven, zette hij zich dan schrap om een
echt putteke te graven om daar zijn verwachte boodschap in
te doen.
Het moest gezegd, nooit hebben wij ons Ramsesje er op betrapt
een putje te graven om zijn behoeften te doen, op een plaats
waar enige argeloze voorbij wandelende mens er per ongeluk
in zou kunnen trappen.
Steeds weer verstopte hij zich deels onder een struik. Of
het uit verlegenheid was of om de mensheid te beschermen hebben
we nooit geweten. Hij was zo flink.
Konijnenpijp
Behalve die ene keer. Toen had hij een konijnenpijp gevonden
en schoot zijn lenige lijfje er als een pijl uit een boog
in. Op een, twee, drie zat hij er zover in, dat wij hem er
maar amper meer uitkregen. Uiteindelijk hebben we hem er na
enig graafwerk aan zijn achterpootjes moeten uittrekken, hetgeen
ons niet echt in dank werd afgenomen. Doch, Ramses wist dat
wij hem nooit kwaad of pijn zouden doen. Hij besefte dat het
voor zijn eigen bestwil was. De situatie was er netelig genoeg
voor. Naderhand zat er zand in zijn neus en oren, om van de
rest nog maar te zwijgen.
Na dat avontuur heeft hij het nooit meer aangedurfd in een
konijnenpijp of hol van enig andere dier te kruipen. Van die
dag af, was onze Ramses, nog steeds even lief en stoer, maar
hij werd een schrikkepeut en een eenzame poezenman.
Enkele maanden nadat hij gecastreerd was, werd hij steeds
rustiger, liep niet meer zo ver weg. Vriendinnetjes kwamen
nog wel aan het venster zitten, maar meer dan samen in de
bloementuin liggen en een muis delen was er niet meer bij.
Lamzak
Mijn vader besloot dat het tijd werd een speelkameraadje voor
hem te vinden. Pa durfde nogal eens de oneerbiedige naam ‘dikzak’
of ‘Ha lamzak’ te laten vallen als Rammetje onder zijn ogen
kwam. Er bestond nochtans geen trouwere en lievere schat als
hij. Het was trouwens niet meer dan een plagerijtje, maar
wel eentje van het soort waarop wij dan heel verbouwereerd
in actie schoten, om de arme schat zijn oortjes te beschermen
tegen zulke denigrerende praat. Ramsesje liet het in elk geval
nooit aan zijn hart komen.
Elke avond op mensenslaapuur, werd Ramses trouw buitengezet.
‘Om poezendingen te gaan doen,’ sprak Pa wijselijk en, ‘een
beetje beweging na de ganse dag slapen.’ Waarop ik hem stiekem
vijf minuten later langs de garage weer binnensmokkelde.
Ramses was een lamme goedzak en de vriendelijkheid zelve.
Hij heeft me trouwens nooit verraden, hoewel het me nog steeds
verwonderd dat onze ouders nooit te weten kwamen hoe hij nu
weer binnengeglipt was.
Wij zwegen, Ramses zweeg en zij ook.
Ramses was een groot katerman, zo maken ze ze niet meer. |
|
|
|