 |
Punkie |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 10 september 2007 |
|
Ik voelde het poesje haast niet doorheen de knoken.
Ongelooflijk toch hoe sommige mensen gewoon op reis kunnen vertrekken
zonder zich om hun dieren te bekommeren. Of, was het een afgezet
diertje, of verloren gelopen? In elk geval, verwaarloosd was
het wel, daarvoor hoefde je geen dokter te zijn om dat op te
merken. Het arme ding zat bibberend in onder de sneeuwbollenboom,
waar ik zacht pratend naartoe geslopen was. De pels was stug,
wat helemaal geen goed teken was.
Sneeuwbollenboom
Toch was ik niet van plan
mijn kattenmoederinstinkt zomaar aan de kant te schuiven, dus
trok ik naar de garage en kieperde daar een doos uit waar de
kranten in bewaard werden. Daarna zocht ik een grote malse vod
in de propere voddenmand en vond er een in een versleten sponsen
hoeslaken. Met mijn handen vormde ik een mals bedje en zetten
het klaar in de keuken. In de badkamer zocht ik babyshampoo
uit en in de berging enkele schoonmaakhanddoeken die klaargelegd
werden op het aanrecht. Daarna trok ik met zo een versleten
handdoek achter de rug, weer richting sneeuwbollenboom.
Smurrie
Het
ukje lag er nog. Bekeek me met even grote ogen als daarvoor
maar liet me toch begaan toen ik het zacht pratend opschepte
en ermee naar de keuken wandelde. Het poesje voelde alsof het
de levensmoed al half opgegeven had, een luis kroop als bewijs.
Ik besloot het arme ding te wassen, dan was die smurrie alvast
uit de pels, want dat kon in de verste verte niet gezond zijn.
Nadien kon er dan een pipet ontluizer tussen de schoudertjes
genepen worden, dan was dat ook meteen een gedaan werk. Ik liet
warmlauw water uit de kraan lopen tot er een vijf cm in de gootsteen
stond, nam vervolgens het poesje onder de oksels met mijn ene
hand, schepte met een kommetje water op en liet dat, onderwijl
steeds zacht pratende tegen het nu stilaan paniekerig worden
hummeltje, over zijn pels lopen. Eigenlijk had ik wel meer weerstand
verwacht.
Tobiasje kwam eens kijken wat al dat rumoer in zijn keuken betekende,
maar maakte zich snel uit de voeten toen hij de vreemde miauw
van zijn aanrecht hoorde komen. De poes werd ingezeept en met
het kommetje weer afgespoeld. Mijn handen voelde dat het geen
gewone huis-en-tuin-vuiligheid betrof. Normaal gezien zou het
plakkende met één diepgezeepte handeling moeten verdwijnen als
het grond en grut betrof. Dus zeepte ik de arme drommel nog
eens in en liet hem het hele gebeuren nogmaals ondergaan. Buiten
zwaar protestgemiauw en een paar schrammen, diende er naderhand
enkel gedweild te worden. Na de tweede wasbeurt was het tijd
voor de grote spoelbeurt. Om alle zeep uit de pels te krijgen
was het veel handiger de poes carement onder de kraan te steken,
dan met een kommetje tig maal te overgieten, en dus zo gebeurde…
Poezenpels
| “Het beestje bibberde, meer van 'den trac' zoals wij dat zeggen,
dan van de koude...” |
Met een stevige bovengreep hield ik het knokige miauwerke vast
en liet het handwarme water ruim alle zeepresten wegspoelen.
Het beestje bibberde, meer van 'den trac' zoals wij dat zeggen,
dan van de koude. Als eerste afdroogargument, nam ik een eerste
grote handdoek en draaide die er omheen. Aangezien poezenpels
werkt als een echte spons duurde het maar enkele tellen voor
die handdoek doorweekt was, en dus haalden we de handdoek er
af en namen een tweede. Dit gebeurde drie maal voor ik Punkie,
want zo hand ik het hummeltje tijdens de wasbeurt gedoopt, in
een grote badhanddoek draaide en ermee op de bank ging zitten.
Zo hebben we daar een klein half uurtje gezeten, wijl mijn twee
kabouters het uiteindelijk aandurfden de vreemdeling voorzichtig
te komen bekijken en besnuffelen, zij het op de maximale afstand.
De vreemde geur was grotendeels verdreven door de wasbeurt met
bekende geuren. En het protesterende verwittigingsgegrol was
dan ook al van een veel minder expliciet niveau.
Bibberen
Later nam ik een kleine handdoek en roffelde die langsheen de
pels, het poesje was nu voor tachtig percent droog, zij het
met een punkig uitzicht. Ik besloot zijn vers bedje aan de verwarming
te zetten omdat hij toch maar geen kou zou vatten. Maar dat
was buiten Jasper gerekend, die zo een nieuw bed ook wel zag
zitten. Of was het omdat hij het doorhad dat deze nieuweling
hier blijkbaar zou blijven? Onderwijl was de gewassen nieuweling
gestopt met bibberen, klaarblijkelijk voelde hij zich redelijk
gerustgesteld.
Ik plaatste een bordje Brekkies naast Jaspers bed, waar ik Punkie
dan maar naast gezet heb en keek toe of mijn grote puberpoezen
het sukkeltje wel een beetje speling gaven.
Verzorgingsinstinct
Punkie at een paar brokjes, trippelde daarna helemaal uit zichzelf
naar de kattenbak en ging na enkele uurtjes rondstruinen en
snuffelen tenslotte i een van de bedjes aan de verwarming, een
tukje doen. Ondertussen was er een vriend van me toegekomen.
Normaal zouden wij een stukje gaan eten zijn, tenminste, dat
was de planning, maar ik had afgebeld wegens deze nieuwe poesperikelen.
Nieuwsgierig én dierenvriend als hij is, verwonderde het mij
dan ook niet hem aan de voordeur te vinden. Hij was meteen onder
de indruk van het poesje. Omdat het zo rustig leek, er zo Punkie
uitzag, hem met grote onschuldige ogen bekeek en zo mager was.
Je moet weten dat de gemiddelde volwassen kat bij ons toch
zeven kilo weegt, dus van doorstekende botjes is dan geen sprake.
Tegen dat de klok halftwee in de ochtend sloeg was ik genoodzaakt
een einde aan dit bezoek te maken. Mijn ogen vielen haast dicht,
maar mijn vriend... hij raakte niet naar huis. Aangezien enkele
weken tevoren zijn hond gestorven was aan ouderdomssuiker, voelde
hij zich vast nog meer verbonden met het tere ding dat daar
met grote kijkers over de rand van een veel te grote mand lag
te kijken. Zijn verzorgingsinstinct kwam boven.
Dus, heb ik maar een diepvriespotje met Brekkies gevuld, mijn
Tobiasjes babykattenbak uit de berging genomen evenals een reserve
zak kattengrind en mijn kleinste wandelmandje klaargemaakt voor
transport.
Nieuwe vriend
Die grote man op zijn knieën naast dat klein verneuteld poesje,
het was vertederend om te zien. Rond kwart voor twee zijn ze
samen naar huis gereden. Ik hield er een warm gevoel aan over,
hij een poesje en een nieuwe vriend, het poesje een nieuwe thuis,
om nog te zwijgen over het geruste gevoel dat mij bekroop dat
dit beestje een goeie stal gevonden had. Ik was vooral blij
dat die goede thuis zo snel gevonden was, want drie poezen op
mijn relatief kleine woonoppervlakte, is niet echt de bedoeling,
maar…, zoals dat gaat, 'wat moet dat moet' zeg ik altijd. Gelukkig
valt er soms toch een geluk bij een ongeluk en Punkie weet nog
niet half hoe gelukkig hij is, in mijn tuin beland te zijn. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|