 |
Lamzakpoes |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 21 mei 2007 |
|
We
hadden alledrie een drukke maar succesvolle week achter de
rug in huize Luypaert. Om dat te vieren had ik ons voorzien
van een lekker maal en als vrijdagavondtoetje had ik mijzelf
daar bovenop getrakteerd op een avondje stappen met vrienden.
Na een heerlijke maar te korte nacht liep de wekker af op
een afschrikbarend uur, waarop eigenlijk niemand uit zijn
bed placht getrommeld te worden op een zomerse zaterdagochtend.
Wij werden dus met z'n allen erg moe wakker. Niet dat de salontijgers
des huizes meegefeest hadden, maar ze hadden wel trouw als
altijd op het huisje gepast, wat duidelijk een erg vermoeiende
bezigheid moet geweest zijn als ik merk met hoeveel enthousiasme
ik, als telkens weer, thuis verwelkomd werd.
Samenzweerders
Iedereen herkent dat wel, je opent de deur, erg oplettend
dat er geen enkel poezenneusje onder je schoen terechtkomt,
terwijl de samenzweerders hun best doen om tussen je voeten
proberen te glippen om een wedstrijdje traplopen in te zetten.
Dat is op zichzelf niets erg, maar de deugnieten slagen er
dan steevast in om het spreekwoord 'verdeel en heers' toe
te passen, en onderwijl in de rapte de bloempotten van de
buurvrouw even leeg te graven. Dat resulteert zich dan in
een soort fit-o-meter die ik op en af loop om de sloebers
weer te pakken te krijgen, met zwaar hijgend gevolg als astmalijder.
Dus dat proberen we ten allen tijd te vermijden.
Wanneer ik er dan in geslaagd ben binnen te raken springen
er twee schatjes op de tafel onder luid verwelkomingsgemiauw
waarop een neusjewrijf, kus- en knuffelsessie volgt. Daarna
trekken we met zen allen naar de keuken. Want je mag er je
hoofd op zetten, de bordjes zijn leeg. Als ik vijf minuten
binnen ben en ze zijn niet gevuld dan is Jasper in staat een
serenade van onderkomen sukkeltje af te steken waarvan je
hart breekt. Dus eerst brokjes in het bord en dan pas schoenen
uit. Ach, een mens went er aan en iedereen heeft immers zijn
vaste routines nodig.
Solidair
Wat ook zo leuk is aan katten hebben is dat ik nooit alleen
ben, nooit in een leeg huis hoeft thuis te komen en de schatten
steevast solidair zijn met mijn gemoedstoestand. Als ik mij
gek voel, gaan ze geheid spelen en kattenkwaad uithalen zoals
dat hoort als kat zijnde. Ben ik ziek, word ik verpleegd en
ben ik moe, ligt iedereen er dus net als ik bij alsof ze drie
dagen doorgefeest hebben. Niet dat dit daarom een feit is,
maar het lijkt wel zo.
| “Zijn arme lijfje sleepte zich naast me voort door
het huis tot ik mij even op een stoel neer zette...” |
Die dag, ploegde ik mij dus door een van de zoveel routines
die een mens rijk is en sleepte mijn uitgeputte en donzige
hoofd met lichaam naar een warme ochtenddouche, in de hoop
dat die soelaas zou brengen, gevolgd door een ontbijt dat
amper binnenging. Mijn Jaspertje was duidelijk in dezelfde
stemming. Zijn arme lijfje sleepte zich naast me voort door
het huis tot ik mij even op een stoel neer zette. De bewegingen
waren hem duidelijk te veel. Hij besloot dus om nog even een
tukje te gaan doen. Wanneer ik na mijn half verkwikkende douche
weer in de huiskamer kwam, ontwaarde mijn nog steeds slapende
linkeroog een bol wit op zijn avondplaatsje. Een grinnik ontschoot
me, wat mij dan weer een vage blik opleverde als wou hij,
Jasper dus, zeggen: 'Is het met mij soms dat er iets te lachen
valt?'
Poezenetiquette
Ik begon me met de seconde beter te voelen en repte me naar
de schuif om mijn fotoapparaat te nemen. Deze houding die
in niets op een deftig poesje lijkt, moest en zou op de gevoelige
digitale plaat vastgelegd worden. Tobias zat er naar te kijken
met een gezicht van: 'Allé broer, leg u nu toch eens een beetje
deftig, wat moeten de mensen wel niet denken….'. Jasper liet
het niet aan zijn ronkende lijfje komen. Zo uitgeput en gesmeten
als hij er bij lag, was hij duidelijk in zijn poezennopjes
om al die aandacht.
Na de foto trok ik slaapkamerwaarts om mijn kleedjes voor
de dag aan te trekken, ditmaal in het gezelschap van Tobias,
die het wel leuk vond mij zo helemaal voor zichzelf te hebben.
Een grote knuffelsessie diende zich aan. Wanneer ik even later,
gekleed en van een gestreept en ronkend gelukzakje in mijn
armen voorzien, terug de woonkamer binnenwandelde, werd ik
getrakteerd op een nog meer onderuit geschoven Jasper, die
duidelijk besloten had, alle poezenetiquette qua zit- en ligmanieren,
aan zijn spreekwoordelijke witte sokjes te vegen. Vlug trok
ik nog een foto. Hoe graag had ik bij hem neergelegd. Helaas,
de klok gaf aan dat het uur der verplichtingen naderde. Met
meer dan een beetje tegenzin trok ik mijn schoenen en jas
aan, schraapte mijn tas van de stoel en liep naar de voordeur.
Maar niet voor me eerst nog eens van een knuffel te laten
voorzien van mijn pluizige vriendjes. Zij het dat ik die van
Jasper voor één keer zelf moest gaan halen. 'Leuk toch, kat
zijn,' dacht ik met glimlach toen de deur achter me dichtviel. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|