 |
Mini koersmachine |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 26 maart 2007 |
|
Toen
Tobias nog een Tobiasje was, van zo’n drie kersen hoog, om
even enkele kinderliedjes bij elkaar te werpen, was hij niet
zo een kei in echte katteneigenschappen. Dat kwam omdat hij
amper vier weken oud in mijn moederhand verzeild was geraakt
nadat het hummeltje en zijn broer en zus gered waren van de
verdrinkingsdood of erger. Voor zijn nestgenootjes had ik
een goede thuis gevonden, enkel hij, de donkerste van de drie
streepjes was overgebleven. Hoewel ik voor de veertiende keer
gezworen had geen katten meer naar huis mee te nemen omdat
ik nogal klein behuisd ben enerzijds, en anderzijds al de
trotse moeder was van twee oude schatjes van katjes van respectievelijk
veertien en zestien jaar, was ik toch weer omgekocht.
Temeer omdat het kleine gestreepte ukje zijn buik liet zien
waar hij geen streepjestekening had maar bollen. Helemaal
vertedert en reeds overhaalt door het feit dat ik er niet
aan dacht hem aan zijn lot over te laten, maakte ik een hangmat
van mijn trui en nam hem mee huiswaarts. Amper een hand groot,
was hij meer dan groot genoeg om mijn door en door brave Ramsesje
- die tevens de heer des huizes was - zijn spreekwoordelijke
klust te doen verliezen. Ik werd prompt onthaald op een scheve
blik en een paar chocoladebillen die zich naar mij draaiden,
toen hij het ‘geval’ even besnuffeld had om er daarna eens
goed naar te blazen en dan op zijn stappen te keren en in
zijn mandje te gaan liggen mokken.
Tobiasje, zich van geen kwaad bewust was even ineen gekropen,
had vervolgens bijna vier volledige, wankele, ongecontroleerde
stapjes op de zetel gezet richting die chocoladebruine soortgenoot
en was toen verbouwereerd op zijn zijkant gevallen, toen hij
voor de tweede keer op een blaasconcert getrakteerd werd.
Tita, de kattin des huizen, gelokt door de herrie in ‘haar’
woonkamer kwam ook eens kijken. Wat ze zag kon haar allerminst
vertederen en op hoge poten draaide ze zich om, liep naar
de keuken en stak haar hoofd in een bord brokjes. Tita stak
trouwens altijd haar hoofd in een bord brokjes als ze er een
voorbijliep. Maar omdat haar broer in vijftig keer at, waren
wij verplicht om steeds een gevuld bordje te laten staan.
| “De oudere poezen leken zich verder niet zoveel aan te trekken
van de nieuwe logé, en daar was ik wel blij om...” |
De oudere poezen leken zich verder niet zoveel aan te trekken
van de nieuwe logé, en daar was ik wel blij om. Tenslotte
zaten er heel wat generaties tussen. Ik besloot snel een foto
nemen van mijn nieuwste spruit, want ze zijn zo snel groot.
Wanneer
de oudere poezen sliepen probeerde Tobiasje hen te kopiëren,
wanneer de oudere poezen aten, probeerde hij dat ook, eigenlijk
deed hij niet anders dan slapen en achter zijn grote broer
lopen. Heel grappige taferelen waren dat. En als het Ramses
te veel werd gaf hij met zijn rechtervoorpoot een klets rond
de kleine zijn oren. Natuurlijk begreep die daar niets van,
maar wij hebben meermaals gelachen met dat tafereel. Vooral
als je weet dat de uk nog met de papfles moest opgevoed worden
omdat hij nog zo klein was, kan je begrijpen dat er van enig
besef nog geen sprake was.
De enige momenten dat er van enige interactie met grote zus
Tita sprake was, was wanneer het flesjestijd was. En dat was
toch om de vier uur in het begin. Tita, die zo goed als veertien
jaar ‘de jongste’ geweest was, had niet de intentie die plaats
zomaar af te geven. Wanneer Tobias aan zijn fles hing kwam
zij tot het besef dat ze eigenlijk ook nog maar een heel klein
babypoesje was. Dat waren de enige momenten dat er van enige
jaloezie sprake was. Tita dronk ook graag melk, en zij dacht
natuurlijk dat er zuivere melk in die papfles zat. En waarom
zij in haar kom moest likken als die snotneus dat in zijn
mond gedruppeld kreeg, stond haar duidelijk niet aan. Toen
ze haar prutsbroer zag sjokken aan zijn speen deed ze er dus
alles aan om die speen in haar mond te krijgen. Alle haar
bekende trucs haalde ze boven, van deugnieterij, tot uitgehongerd
wenen, tot op haar kant vallen van zogenaamde uitputting.
Wanneer Tobiasje zijn fles niet opkreeg, kreeg zij wel de
restjes, en dat wist ze heel goed. Want zodra hij eenmaal
stopte met sjokken om even adem te halen stak zij gelijk een
serenade af die zo in de ‘Barbier van Sevilla’ terechtkon.
Na de maaltijd, zoals dat met babytjes hoort, wandelde ik
Tobiasje rond tot zijn maagje gekeerd was. Het viel ook voor
dat ik Tita in mijn armen had, want die moest dan ineens ook
geknuffeld worden natuurlijk, Tobiasje er gewoon bovenop zette,
en zo rondliep.
Ook
zette ik hem soms op de gekste plaatsen neer zodat hij op
onderzoek kon gaan. Hij was immers nog veel te klein om overal
op te springen en zijn bovengronds territorium beperkte zich
toen nog tot de zetel - waar hij meestal opgetild werd - en
zijn bedje met speelmat. Maar het liefst van al speelde hij
voetbal. Hij heeft de tien meter livingspurten ooit met verve
gewonnen toen hij nog aan de papfles zat. Geloof mij, de buren
spreken er nog van. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|