 |
Klokkenspel |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 6 november 2006 |
|
Het was zover, de kleintjes
waren aangekomen uit Antwerpen voor een paar daagjes Oost-Vlaams
logement voor ze naar hun nieuwe Amsterdamse huis zouden vertrekken.
Minipoesjes
Het moment de deurbel rinkelde, sprong ik recht om de hummeltjes
te verwelkomen. Hun chauffeur kwam breed grijnzend op mij
toe gewandeld met de woorden: ‘Ewel Sabine, we zijn er hier
mee hoor, maar ik geloof nooit dat jij ze weer uit handen
gaat geven als je ze vast gehad hebt.’
'Jij kent me te goed,’ lachte ik het gegeven schijn nonchalant
weg en liet hem binnen met zijn draagmand. Hij zette zijn
pakje op de tafel waarop ik mij meteen boog om in de mand
te kijken.
| “In de mand ontwaarde
ik in een hoekje twee chocoladebruine, gestreepte minipoesjes...” |
Tobias hoorde gefriemel uit de rieten mand komen en grolde
schijngevaarlijk. Zijn nieuwsgierigheid overwon tenslotte
en hij kwam met zijn buik over de tafel schurend toegeslopen
om de mand luid snuffelend te verkennen. In de mand ontwaarde
ik in een hoekje twee chocoladebruine, gestreepte minipoesjes,
die zo dicht tegen elkaar gekropen waren dat ze net één geheel
leken. Ik was meteen verkocht.
Ondertussen kwam Jasper uit een andere hoek toegelopen. Hij
was er duidelijk niet gerust in. Het feit dat zijn broer zich
uiterst raar gedroeg hielp niet echt.
Serenade
Ik stak mijn hand in de mand en wandelde met mijn vingers
tot bij de poesjes, ondertussen zacht tegen hen pratend. Eentje
rekte zijn hals om mijn vingers af te snuffelen. Pratend alsof
ik tegen een klein kind bezig was trachtte ik de kleintjes
op hun gemak te stellen en dat ging ongeveer zo: 'Ha, maar
wat een klein lief kadolleke ben jij? Zo mooie streepjes.
En jullie zijn met twee. Zie nu toch eens hoe lieve flinke
babypoesjes dat jullie zijn. En zelfs niet grommelen. Zoooo
flink...'
Mijn vriend lachte. ‘Ge moet u eens bezighoren,’ zei hij.
Ik wist het. Ja, als ik kleine wol in mijn vizier krijg ben
ik nu eenmaal niet meer te houden, hè. Ik plukte eentje
uit de mand en spontaan werden we getrakteerd op een piepmiauwende
serenade. Een duidelijk geval van scheidingsangst, besloot
ik, en plukte meteen het broertje ook uit de mand. De serenade
stopte even snel als ze begonnen was. De kleintjes leken een
echte tweeling. Ze liepen in spiegelbeeld, kleefden aan elkaar
en ik ging me even moeten bezighouden met specifieke kenmerken
te ontwaren, want zo wist ik niet wie wie was. Grappig.
Mijn twee deugnieten daarentegen vonden dat heel wat minder
grappig.
Levende anatomie
De katjes waren gereserveerd onder het mom dat ze twee mannetjes
waren. Nu viel mijn lodderig oog per ongeluk op de achterkant
van eentje. Er was een duidelijk verschil. Ik draaide het
andere hummeltje ook om en begon te lachen.
’Wat lach je?’ vroeg mijn vriend. ‘Nou,’ sprak ik, 'hoelang
is het geleden dat jij nog echte levende anatomie gezien hebt?’
Ik kon me amper inhouden. Hij bekeek me gek. Ik ging proestend
verder: ‘Nou, die ene heeft of zijn klokkenspel verloren in
de rit naar hier of het is een vrouwtje.’
‘Neen’, klonk het verbaasd. Ik proestte het uit. Hij kwam
mee kijken. ‘Inderdaad, een mannetje en een vrouwtje,’ klonk
het nog steeds verbaasd.
Hilariteit alom. Dit leuke intermezzo geenszins zomaar te
willen laten voorbijgaan ging ik onverstoorbaar verder: ‘Ja
wadde, twee volwassen mannen die het verschil niet kennen
tussen een mannetje en een vrouwtje.' Ik kon mijn lol niet
op.
Het kon enkel een probleem geven voor hun nieuwe papa, maar
daar had ik een goed oog in. Een echte dierenvriend kijkt
immers niet naar de geslachten en in het slechtste geval hield
ik haar gewoon, werd meteen in één adem mee beslist.
Lap, het begon al en David lachen. ‘Zie, ge denkt er al stiekem
over om ze zelf te houden, hè?’ Hij had gelijk.
De kleintjes lieten het in elk geval niet aan hun donzen hartje
komen en ravotten er meteen op los, net of ze nooit ergens
anders gewoond hadden.
Het vele poezenspeelgoed hielp daarbij wel een pootje. De
kleintjes waren zelfs niet onder de indruk van de grote katers
die daar rondliepen. Tobiasje vond zo een minipoes niet echt
je dat, maar Jasper ontpopte zich haast meteen tot de ideale
pleegvader.
De poesjes die Mickey en Gabber gedoopt waren liepen, sliepen,
slopen, speelden, aten en gingen op de bak, in duo. En mijn
poezen zagen dat het goed was.
Gabbertje, die we meteen Gabberlina Gaby noemden, was de hevigste
van de twee. Zij gaf de aanzet tot prutswerk en haar broer
volgde gedwee in het zog.
Die avond ging ik slapen met niet twee maar vier poesjes die
erbij kwamen gekropen. Hoewel Tobiasje duidelijk liet merken,
dat hij wel de baas was en dus het alleenrecht had om naast
mijn hoofd te komen liggen. Wat hij anders nooit deed.
Ach, poezen en hun streepjes, ik ben er dol op. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|