 |
Filet Miauw |
COLUMN |
Door Sabine Luypaert
Geplaatst op: 19 mei 2008 |
|
'Het doel heiligt de middelen,' miauwde mijn Jaspertje
me toe op tegensprekende toon, het moment ik hem voor de zesde
keer die ochtend betrapte in Tobiasjes billen te bijten. Daar
zijn tweede strafopsluiting in het kleine kamertje die ochtend
hem dus nog steeds niet geleerd had, besloot ik hem een koekje
van eigen deeg te geven. Streng kijkend plukte ik hem van zijn
broer, onder luid protest van zijnentwege, en beet gedreven
en streng kijkend in zijn bil. Niet te hard natuurlijk, maar
net genoeg om een nijp te geven, al was die pels in mijn mond
niet het lekkerste dat ik me voor ontbijt kon toewensen.
Mijn witte knuffel gaf een kneutpiepje, keek mij met bizarre
ogen aan, sprong misnoegd uit mijn armen en ging zich vervolgens
uitvoerig zitten wassen, want ik had hem natuurlijk verschrikkelijk
vuilgemaakt.
Sloeberkriebels
Ondertussen
kwam Tobias een beetje troost zoeken door tegen mijn been te
wrijven, waarop ik hem zacht toe sprak. 'Wat heeft die witte
broer vandaag sloeberkriebels in zijn lijfje, hé vrienteken?
Zijn bordje is nochtans gevuld, zo'n honger kan hij toch niet
hebben dat die in jouw sportbillekes komt bijten. Tobiasbillen
dienen daar niet voor.' En zo verder en zo voort, u kent dat
wel.
Onderwijl zag ik in mijn ooghoek dat een versgewassen Jasper
zich klaarmaakte op een nieuwe demarrage richting streepjesbroer.
De stand van zijn oren liet niets aan de verbeelding over. Heel
even deed hij of ik onzichtbaar was en trachtte hij me schalks
te ontwijken. De kleine sjamfoeter raakte maar niet geleerd
deze ochtend, wat heel eigenaardig was, want meestal was het
net andersom. Meer nog, over het algemeen diende Tobias berispt
te worden daar hij zijn broer niet als bowlingkegel mag gebruiken
wanneer die ergens zat te suffen, zelfs niet als het net leek
of hij er om vroeg.
Een hoognodig moeder-zoon gesprek diende zich aan.
Schijnboos
Terwijl ik schijnbaar ongeïnteresseerd langs hem wegwandelde
om richting keuken te gaan met mijn ik-heb-eerst-koffie-nodig-blik,
plukte ik hem in de vlucht van de grond, waarbij hij me verwonderd
aankeek. Ik zette mij neer en plantte zijn langharig achterwerkje
op mijn schoot en draaide zijn snoet naar mij toe, hield zijn
voorpootjes vast onder zijn oksels en keek indringend in zijn
oogjes.
Haast meteen draaide hij zijn snorharen op neerwaartse stand
en keek me schuldbewust aan.
| “Hij wist donders goed dat billen bijten in dit huis door niets
of niemand getolereerd werd...” |
Hij wist donders goed dat billen bijten in dit huis door niets
of niemand getolereerd werd. Toch kon hij het zich op gezette
stonden niet laten.
Toch was ie enkel schijnboos, want we zijn immers allemaal jong
geweest, toch? Waarschijnlijk was de schat weer onderhevig aan
lentekriebels en wist hij met zichzelf geen blijf. Heel begrijpelijk,
maar dat wil nog niet zeggen dat de andere huisgenoten daardoor
geterroriseerd moeten worden.
Zitmodus
In deze woning zijn echt wel gedragsregels te respecteren en
wie zich er niet aan houdt wordt gestraft, zelfs ik, zo zit
dat.
Zo hield ik Jasper op mijn schoot terwijl hij me in het lang
en het breed vertelde wat ie daarvan dacht. Toch had ik geen
moeite hem in zitmodus te houden. In feite diende mijn hand
voor niet meer dan een steuntje in zijn rug, hij spartelde zelfs
niet tegen, al zou een onbekende die enkel de muziek hoorde
daar vast over denken.
Na een vijftal minuten kreeg ik alweer medelijden met het hummeltje
en ik vleide zijn pootjes neer. Automatisch kroop hij meteen
omhoog richting rechterschouder terwijl hij zijn lijfje tegen
me aan drukte en zijn achterwerk in mijn hand plantte. Daar
hing hij dan, als een stola op zijn bijna geliefkoosde plekje.
Nu praatte ik knuffeltonerig tegen hem terug, hij was tenslotte
erg flink geweest wat het uitzitten van zijn straf betreft.
Daarop schoot zijn ronkmachientje meteen op gang.
Toch hebben we het nog even gehad over het feit dat poesjes,
ook al zien ze er nog zó lief uit, en al zijn ze moekes liefste
schatjes, ook hun manierekes moesten houden. Tenslotte liep
moeke, ik dus, toch ook niet rond om iedereen in de billen te
bijten wanneer ze net rustig lagen te slapen en zo. Het zou
trouwens een rare boel worden.
Schattigheidsfactor
Jasper
bekeek me met zijn olijfgroene kijkers en wreef als antwoord
zijn neusje tegen mijn neus. Hij had het begrepen. Ik liet hem
afstappen via de salontafel waarna hij zachtjes naar de zetel
trippelde waar zijn broer een schijnslaapje lag te doen, terwijl
hij met één oog over zijn pootje naar ons keek. Jasper wierp
zich voor Tobias op zijn zomerzijde onder een prrrtkroetmrieoaw
geluid van het schattige slag. Broerlief verwelkomde die beweging
met Jasper meteen een grote lek over zijn neus te geven, waarop
jasper zijn buik naar boven rolde, zijn voorpootjes onder zijn
kin plooide en zijn lieflijkste snorgeluid bovenhaalde.
Terwijl Tobias hem tussen de oren waste keek hij mij aan met
een blik van 'zie je nu wel, zelfs filet miauw kan onze band
niet breken.' Tegen zoveel schattigheidsfactor kon mijn moederhart
niet op, toch blijf ik bij mijn standpunt; 'filet miauw of niet,
billekes dienen niet om in gebeten te worden,' zo zit dat. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|