Och, ze zijn zo lekker eigenwijs, die katten. En wat vinden we ze daarom toch leuk.
Toch overdrijven die twee van mij het vaak, het kat-zijn.
Eten
Ze eten eerst wat brokjes uit hun eigen bakje, lopen daarna
naar het bakje van de ander en eten daaruit verder. 'In
allebei de bakken zit precies hetzelfde hoor', probeer
ik dan. Een ongeďnteresseerde blik kan ik terugkrijgen.
Degraderen van 'het allerliefste baasje ter wereld dat
onze brokken in haar hand houdt' naar 'het vullis dat
hier ook woont', gaat bij katten in een minuut.
Slapen
Of dan is het dekentje op de bank weken achter elkaar
perfect voor tientallen kattenslaapjes. Tot ik het op
een dag opgefrommeld in een hoek tegenkom, volgeplast.
Bij het opruimen ervan krijg ik een minachtende blik mee.
Hoe ik het in mijn hoofd heb gehaald om dat vod op de
bank te leggen, is hen een raadsel.
De nieuwe met-witte-stof-beklede stoel, daar zullen ze zich
zo meteen eens op te ruste leggen.
Drinken
| “Of dan drinken ze tegenwoordig alleen nog maar uit de
kraan...” |
Of dan drinken ze tegenwoordig alleen nog maar uit de
kraan, omdat mijn visite het zo leuk vond om te zien hoe
katten naar een straal water happen. Vanaf dat moment
bestaan waterbakjes niet meer voor de dames.
En ik, de grote sukkel, kocht toen een Cat-it Waterfontein
voor ze.
'De hele dag stromend water, aanbevolen door dierenartsen
en de Cat-it doet het gegarandeerd goed bij elke kat',
aldus de verpakking. Na twee weken doet hij het vooral
goed op Marktplaats. Ik heb er maar 5 euro verlies op
gemaakt.
Na een dagje dorstig rondlopen en hun tongetje schraal likken aan een droge kraan, drinken ze nu weer braaf uit hun waterbakjes.
Kat(tig)-zijn kan ik ook. |