Niets gebeurt voor niets,
daar ben ik van overtuigd. Dat ik in 2003 met het opvangen
van kittens begon, was helemaal niet gepland, maar toen het
eerste kitten binnenkwam en ik besloot deze zelf met de fles
groot te brengen, was daarmee mijn pad uitgezet. Ruim 200
kittens heb ik sindsdien in opvang gehad en daarbij kwam ik,
naast heel veel ellende, wondertjes tegen die niemand begrijpt
en die ook niet begrepen hoeven worden.
Hieke
Zo was daar Hieke. Zij kwam samen met haar broertjes binnen,
nog geen twee weken oud en totaal door de vlooien leeggezogen.
De broertjes overleden, maar Hieke niet; Hieke bleef leven
en was een kleine sprankelende dondersteen. Toen zij drie
weken oud was, ging zij zelfstandig op de kattenbak en at
zelf brokken. Een flesje op zijn tijd vond ze nog steeds lekker,
maar zij redde zich snel zelf en wond iedereen om de vingers
met haar koddige streken, die niemand van zo'n klein diertje
verwachtte. Hieke is een dwergje gebleven, maar het is haar
goed blijven gaan.
Quanta
En dan Quanta, onze Jeanne d'Arc. Quanta kwam met haar twee
zusjes binnen; zij werden gevonden in een doos. Ze zagen er
apart uit, deze diertjes - anders dan andere katten.
Na een paar weken begonnen zij alle drie ernstig af te vallen,
hoewel ze verschrikkelijke honger hadden. De dierenarts kon
niets vinden en voorspelde dat zij het niet zouden halen.
En inderdaad, de zusjes overleden kort na elkaar, brood- en
broodmager. Alleen Quanta bleef leven. Dat was al een wonder,
want zij was zo mager dat iedereen bang was dat ze zou breken
als ze opgepakt werd. Ik hield haar met astronautenvoeding
in leven, min of meer wachtend tot ze zou overlijden. Maar
dat deed ze niet. Met haar vleermuizenkoppie en grote oren
was ze mooi van lelijkheid en daardoor ontroerend en vertederend.
Dappere Quanta, die heel langzaam grammetjes aan begon te
komen...
Er kwam een epidemie met een aantal ernstig zieke kittens.
Quanta ging bij die kittens liggen alsof ze over hen waakte.
Het was alsof ze wilde zeggen: niet doodgaan, kijk naar mij,
ik ben er ook nog steeds! Quanta is nog lang bij ons gebleven
omdat we er zeker van wilden zijn dat zij het zou redden,
maar ze is gezond en wel geplaatst.
Trudy
Trudy werd gebracht door Tessa, die haar zwervend door de
buurt had gevonden. Trudy was een enorme knuffel, die altijd
in mijn hals lag en genoot van mijn gezelschap en dat van
de andere schootliggers. Toen zij geplaatst werd, was zij
wat sloom en twee dagen later kwam ze terug, volkomen uitgedroogd
door diarree en braken. Na nog twee dagen intensieve zorg
gaf zij de strijd op. Arme Trudy; ik was zo verdrietig! Ik
belde Tessa om haar het nieuws te vertellen en zo kwam ons
contact echt tot stand en groeide het uit tot een waardevolle
vriendschap. We zijn er allebei van overtuigd dat Trudy gestuurd
was om ons samen te brengen, zodat de dieren optimale kansen
zouden krijgen. Wonderlijk is dat Trudy bij Tessa een totaal
ander katje was dan hier; we kennen dus eigenlijk twee Trudy's.
| “Paddy is het knuffelende wondertje. Hij werd hier geboren
na een nacht zwoegen...” |
Paddy
Paddy is het knuffelende wondertje. Hij werd hier geboren
na een nacht zwoegen. De bevalling verliep moeizaam en toen
Paddy eindelijk - een uur na zijn zus - met een enorm geboortegewicht
op de wereld kwam, begreep moeder Dana opnieuw niet wat dat
bungelende ding was en wist niet wat te doen. Dus heb ik haar
net als bij het eerste kitten geholpen en zo hebben we samen
Danann alias Paddy op de wereld gezet. Na de bevalling ontwikkelde
Dana gelukkig wel haar moederinstinct, maar na twee dagen
vond ik de kittens te veel afgevallen en bezochten we de dierenarts.
Dana gaf geen voedzame melk en was ziek, er was nog een derde
kitten geweest dat ze waarschijnlijk heeft opgegeten. Vanaf
dat moment verdeelden Dana en ik de taken: zij de verzorging,
ik de catering. Dana bracht de kittens bij me als ze vond
dat ze eten nodig hadden.
Paddy en zijn zus groeiden echter nauwelijks en na twee weken
gingen we opnieuw naar de dierenarts. Zowel Dana als de kittens
bleken ernstige tongblaar te hebben. Ze kregen pijnstilling
en antibiotica en knapten langzaam op. Een paar weken later
was Paddy op een dag van het ene uur op het andere slap en
er verschenen blaren op zijn pootjes. Een uur later was er
niets meer van te merken en was Paddy weer zijn oude, speelse
zelf. Wonderlijke ziekte…
Paddy is nog hier, terwijl wij geteisterd worden door een
of ander onbekend virus, waar veel kittens aan overlijden.
Hij dartelt snotterend tussen dood en zorgen heen en troost
me eindeloos. Want behalve een snotneus is hij niet ziek.
Door hem word ik er telkens aan herinnerd dat wonderen wel
degelijk bestaan. Dat moet ook, anders is opvangen een onmogelijke
opgave. Nu blijft het een zware opgave met prachtige lichtpunten:
de wonderen die de wereld niet uit gaan. |