 |
Elfjes |
COLUMN |
Door Marjolein Stam
Geplaatst op: 11 augustus 2005 |
|
Het waren prachtige katjes,
de mooiste die ik ooit zag binnenkomen. Ergens vorig voorjaar
werd de eerste gebracht: een prachtig schildpadpoesje in pastelkleuren,
met een neusje dat precies in het midden gescheiden werd in
twee kleuren. Zij was meteen helemaal ontspannen en kon met
mens en dier omgaan. Vanwege die relaxtheid noemde ik haar
Oxa. Ze was gevonden op een industrieterrein, maar daar was
ze beslist niet geboren, want ze kende alle huiselijke kattenzaken,
en lag tevreden in een mandje te spinnen. De volgende dag
werd er een prachtig katertje gebracht, op dezelfde plek gevonden
en even oud als Oxa, dus ik wist vrijwel zeker dat het een
broertje van haar was. Hij had een prachtig berensnoetje en
een dikke crèmekleurige vacht. Ik noemde hem Oberon, naar
de koning der elfen.
Koning der Elfen
Iedereen die de foto van Oberon zag, was onder de indruk en
wilde hem wel een thuis geven. Ook Oxa was populair, maar
Oberon won met kop en schouders. Hij was binnen 24 uur gereserveerd.
Maar hij was binnen 48 uur dood. Bij binnenkomst was hij levendig
en at niet, maar vrat, de volgende dag braakte hij een beetje
en de dag daarop zakte hij weg en overleed voordat ik zelfs
maar een idee had wat ik kon doen. Alle kunstgrepen hadden
geen enkel effect; de koning der Elfen was hier maar heel
kort.
Oxa overleed een paar weken later, bij de grote sterfteslag.
Zij was er al eens doorgesleept, maar ze had kennelijk toch
niet genoeg weerstand tegen het onuitputtelijke virus dat
hier rondwaarde en met een zeis de kittens wegmaaide, naar
de regenboog toe. Ik was uitgeput en ontdaan over al dat sterven,
en toen de zo speciale Oxa ook overleed, brak er ook iets
in mezelf.
Ragna
Een jaar eerder was het eerste elfje binnengekomen. Ze was
een prachtige blauwe poes met gouden ogen en ik noemde haar
Ragna vanwege de mistblauwe kleur van haar vacht. Ragna was
al een paar maanden oud en was beslist van iemand, maar vreemd
genoeg werd ze niet vermist. Ze werd ziek, zoals zovelen ziek
werden, en ze stierf in de kliniek, tot mijn grote ontzetting.
Na Ragna heb ik nooit meer een katje naar de kliniek gestuurd.
Ik wilde niet dat ze alleen stierven.
Rhua
Er kwamen nog een paar elfjes. Rhua werd gemeld bij de dierenambulance
en ik reed midden in de nacht mee, want hij was nog maar een
paar dagen oud en zijn nestgenootjes waren al overleden. Ondanks
alle pogingen die ik onderweg deed, wist ik al dat hij het
niet zou gaan halen - hij was te ver heen. Hij was zilverachtig
van kleur, een heel bijzonder mannetje. Na een nacht vol zorg
gleed hij weg. Ik troostte me met de gedachte dat hij niet
onder de koude heg was gestorven, maar hier in warmte, en
met toch nog wat drinken in zijn buikje.
Firith
Ook Firith werd gevonden, een oosters aandoend poesje in zilverachtige
kleuren. Een heel bijzonder en mooi poesje. Ook zij kreeg
een elfennaam vanwege haar uiterlijk. Firith had diarree,
die met wisselend succes bestreden werd. Ze werd geënt, dus
ze kon geplaatst worden. Ze ging naar een vriendin, die ik
dit bijzondere meisje wel gunde. Helaas overleed ze na een
aantal weken, en er overleden nog meer dieren bij de vriendin.
Ik ben bang dat de diarree toch iets bevatte wat besmettelijk
en dodelijk was.
Puck
| “Maar inmiddels was duidelijk dat hier een dodelijk virus heerste,
en Puck was er gevoelig voor...” |
Als laatste kwam mijn eigen Puck. Zij leek op Oberon, dus
haalde ik haar naam uit dezelfde Midzomernachtsdroom. Ze kwam
binnen, dit poesje met haar prachtige amberen ogen, en wandelde
zo mijn hart in. Voor het eerst was dit geen opvanger, maar
was ze van mezelf, meteen. Ik hield ontzettend veel van haar.
Maar inmiddels was duidelijk dat hier een dodelijk virus heerste,
en Puck was er gevoelig voor. Een paar weken bij anderen en
met medicatie, maakten haar weer de oude speelse Puck, die
echter weer verdween nadat ze terugkwam. Ze werd weer zielig
en hield niet van de grote groep katten. Puck wilde rust.
Elke avond krulde ze zich tegen mijn hoofd als ik naar bed
was gegaan. Zo sliep ze dicht tegen me aan, tevreden spinnend.
Ze was niet zo moeilijk, ze vond bijna elk mens lief.
Omdat ze hier telkens ziek werd, besloot ik haar los te laten
en haar aan iemand te geven die erg graag een kitten wilde.
Ze heeft een aantal maanden een fijn en gelukkig leven gehad,
buiten met haar kattenvriend en binnen met haar mensenvriend.
Dat ze buiten zou komen, wist ik niet; ik was daar geen voorstander
van omdat ze zwervend op straat gevonden was.
Maar ze heeft genoten van haar leventje, net als van haar
vrijheid buiten. Totdat ze werd aangereden of een ander ongeluk
kreeg; dat is niet duidelijk. Het laatste elfje is naar de
regenboog gegaan.
De Midzomernachtsdroom ging aan mijn elfjes voorbij. Zij mochten
niet groot worden - kennelijk lag hun bestemming op de regenboog.
Elfjes kunnen blijkbaar niet aarden in onze wereld en vliegen
op hun ragfijne vleugels weg, naar een plek waar geen pijn
en ellende is. Misschien waren ze te mooi om waar te zijn,
mochten ze niet lang lijden maar ook niet genieten van een
leven op aarde.
Dag kleine elfjes, ik hield een beetje meer van jullie omdat
jullie zo speciaal waren. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|