 |
Bom-vol |
COLUMN |
Door Marjolein Stam
Geplaatst op: 8 april 2005 |
|
Alle poezen hadden rond maart
de voortplantingsdrift gevoeld en gehoor gegeven aan de roep
van hun natuur. De zware klus van talloze malen gedekt worden
door katers en vervolgens na 9 weken zwangerschap hun kleintjes
op de wereld te zetten, werd door veel te veel poezen geklaard.
Het was dan ook vol bij ons, bomvol met alleenstaande moeders
en met weeskittens.
Oprah en Quinta
Oprah kwam op moederdag binnen. Ze was in een portiek op het
beton aan het bevallen toen ze door de dierenambulance werd
opgehaald. Ze was door de vindster in een piepklein doosje
gezet, samen met haar pasgeboren kitten. Bij ons aangekomen,
lag er een tweede kitten in het doosje. Oprah kreeg een ruime
bench en beviel uren later van haar derde en laatste kitten.
Ze had mij er niet bij nodig, kon het helemaal zelf.
Ook Quinta kon het zelf; een lieve poes die een zolderkamer
uitgekozen had om daar haar drie kleintjes op de wereld te
zetten. Ze werd pas na een aantal dagen ontdekt en arriveerde
met kleintjes bij mij. Ook zij deed het allemaal alleen in
haar bench; de kleintjes gedijden goed en Quinta was aanhankelijk
en lief.
Ranja en Sarah
In dezelfde week arriveerde Ranya. Nooit eerder hadden we
een zo rustige, lieve maar uitgeputte poes gezien. Ze lag
stil in een mandje met een pootje beschermend over haar vijf
kittens. Men had haar na een korte vakantie onder een caravan
gevonden; één kitten was dood, maar Ranya hield het wel bij
zich. Ze kon niet meer lopen of staan, de kittens hadden grote
schommelingen in hun gewicht, dus haar voeding was niet optimaal.
Ranya kreeg krachtvoer en heel veel extra zorg en gaf bij
elk beetje voer een dankbaar kopje. Ik wilde het zwaarste
kitten flessen, zodat de kleineren meer kans hadden, maar
Ranya was het daar niet mee eens: zij deed het zelf.
En op diezelfde dag arriveerde ook nog wilde Sarah, die door
voorbijgangers in een park was ontdekt terwijl ze aan het
bevallen was. De dierenambulance werd gewaarschuwd en probeerde
haar te vangen, maar ze werd panisch. De mensen konden niet
anders dan telkens een kitten weghalen en wachten tot Sarah
uitgebaard was. Dat was na zes kittens het geval en de truc
werkte: ze wilde naar haar kittens, die al opgesloten waren.
De kleintjes van Sarah heb ik niet eens mogen wegen, zo boos
was ze op onze inbreuk op haar vrije leven.
Jeske
Al deze BOM-moeders arriveerden binnen een week, en er kwamen
ook nog talloze moederloze kleintjes binnen. Na die week waren
er 70 katjes in huis, variërend van oudere poezen tot eendagskittens.
Om alle kleintjes zo goed mogelijke kansen te geven, legde
ik kittentjes bij de moeders. Jeske, die moeizaam vier kittens
op de wereld had gezet, keek me minachtend aan. De boodschap
was duidelijk: opzouten met nog meer van dat grut! Toch heb
ik wel een kleintje bij haar gelegd; ik moest wel. Sarah was
helemaal niet bereid om mee te werken en ik vond ook wel dat
zij genoeg had aan haar zestal. Dus legde ik de andere kittens
her en der bij de moederpoezen. Op zeker moment had Oprah
drie verschillende pleegkittens.
27 flesjes
| “Ik fleste alle kittens
van de overbelaste moeders bij. Dat betekende 27 flesjes,
elke zes uur, dag en nacht...” |
Natuurlijk kon dat niet zonder hulp, dus ik fleste alle kittens
van de overbelaste moeders bij. Dat betekende 27 flesjes,
elke zes uur, dag en nacht. Eigenlijk moest dat elke drie
uur, maar dat was voor mij niet vol te houden; ook ik was
moe van deze poezen- en kittenstroom die elke dag maar doorging.
Soms hoopte ik stiekem op een moederpoes met weinig kleintjes,
zodat ik weer wat kon schuiven met alle weesjes en een paar
flesjes kon schrappen.
De kooien waren overvol met zogende moeders, dus ik moest
de zelfstandige eters wel bij elkaar zetten, met het risico
dat als er eentje ziek werd, ze allemaal ziek zouden worden.
En dat gebeurde... Een pas binnengekomen ouder kitten begon
te braken en overleed binnen 12 uur.
Ziekte en dood
Twee dagen later waren er veel kittens ziek en vielen er bij
kleintjes spontaan gaten in rug of kopje. Anderen, al zelfstandig,
kregen plotseling een enorm dikke poot en strompelden de kooi
door. Daarnaast waren er kittens die van het ene op het andere
moment begonnen te braken, in een razend tempo uitdroogden
en overleden.
Het was afschuwelijk. Elke dag telde ik verliezen en keek
wie mogelijk ziek werd. Ik telde kittens en zocht als ik er
eentje miste. Soms vond ik het dier dood terug, soms helemaal
niet want moederpoezen eten in de natuur een dood kitten vaak
op om het nest niet te verraden. Op een ochtend vond ik een
pleegkitten bij Ranya; het was dood en ze had zijn achterlijf
opgegeten. Meer kon ze kennelijk niet op.
Streptokok
Alle gruwelen hebben we gehad in die weken. We stuurden vele
kittens in naar Utrecht, maar kregen geen antwoord op onze
noodkreten wat er aan de hand was. De kittens die naast alles
ook nog eens een chlamydia-infectie in de ogen kregen, werden
naar de dierenarts gebracht en geëuthanaseerd om verdere besmetting
te voorkomen. Elke dag ontsmetten we alle kooien, de vloer,
mandjes en krabpalen. Alle doekjes gingen in de was; de machine
draaide de hele dag door. En niets hielp, totdat iemand me
tipte dat de G-streptokok vermoedelijk medeverantwoordelijk
was voor deze slachting. Na overleg met een dierenarts hebben
we pillen gemalen en er een siroopje van gemaakt. Dit moest
twee weken lang twee keer daags aan alle kittens worden gegeven.
Ongeveer de helft heeft het gered, maar sommigen overleden
later, bij een nieuwe baas, alsnog aan ziektes waarvan we
niet wisten of ze met bij ons heersende ziektes te maken hadden.
Vleeswaren
Hard werden we, dat moest wel. Een juist overleden kitten
werd in kranten gewikkeld en daarna in een plastic zakje in
de vriezer gelegd. Na drie uur moest het vanuit de vriezer
in de koelkast gelegd worden, en vlak voor vijf uur moesten
ze in een doosje verpakt naar het postkantoor gebracht worden
zodat ze de volgende dag 'vers' aankwamen in Utrecht. In plaats
van de naam van het kitten moest ik op het doosje het woord
'kadaver' zetten. Het werd normaal om een ingepakt kitten
naast de vleeswaren in de koelkast te leggen of om de staat
van ontbinding te bekijken om te bezien of opsturen nog zin
had.
Bom-moeders
Vaak heb ik mezelf verweten dat ik teveel dieren binnen had
gehaald en daarmee de ziektekans te zeer vergroot heb. Maar
als ik deze dieren geweigerd had, waren ze ook doodgegaan,
maar dan zonder zorg, aandacht en liefde.
Inmiddels is de opvang dermate besmet dat opvangen er dit
jaar niet in zit. Enerzijds vind ik dat niet erg; ik ben nog
moe van alle narigheid en alle slaapgebrek van vorig jaar.
Maar ik moet niet denken aan al die bom-moeders die er nu
alleen voor staan en die hun kittens zelf groot moeten zien
te brengen. Die moeders die op straat zijn gezet toen ze zwanger
bleken te zijn. Kittens die weggegooid zijn omdat er al een
overschot bleek te zijn - iedereen had al een kitten.
Ook nu weer roepen de poezen om het hardst om bevrucht te
mogen worden. Maar stiekem hoop ik dat ze als door een wonder
allemaal steriel zijn geworden, zodat het in geen enkel asiel
of opvang meer zo vol wordt dat ziekte niet te vermijden is.
Bom-vol met BOM-moeders - bewust ongehuwd, maar niet bewust
zonder eigenaar. De roep van de natuur moet door de mens een
halt toegeroepen worden, de roep moet eindelijk eens verstommen. |
|
|
| Volg ons op Facebook |
Volg ons ook op Facebook en klik op "Vind ik leuk!"  |
|
|
|