Op eerste kerstdag word ik
wakker. Ik rek mij even lekker uit en besluit op onderzoek
uit te gaan. Het eerste wat ik tegenkom is een grote groene
boom met balletjes. Het is heel leuk om tegen een bal te tikken.
Een klein tikje is genoeg om hem om de grond te krijgen en
er lekker achteraan te sprinten. Nog leuker is om alle ballen
uit de boom te tikken. Ik pak meestal eerst de ballen op de
onderste takken want op mijn leeftijd (ik ben tenslotte al
vijftien jaar) kies je voor de gemakkelijkste weg. Wat ik
altijd jammer vind, is dat de meeste speeltjes in kleine stukjes
op de grond vallen. Daar heb ik dus niks aan. Ik wil er mee
kunnen voetballen!
Iets
lekkers
Als ik alle speeltjes uit de boom heb getikt, komt mijn
baasje met een grote stok met van die lange haren aan
de onderkant.
‘Rikkie, ik blijf ieder jaar kerstballen kopen. Je bent mij
er wel één.’
‘Mauw.’ Ik spring tegen die stok op en klem mijn pootjes erom
heen.
‘Wil je een kattensnoepje?’ Ze geeft mij een snoepje in de
vorm van een kip. Kerst is een heerlijke tijd voor katten!
Mag ik nog een snoepje? Ik bedel en geef haar kopjes tegen
haar blote benen. Ze geeft mij weer een lekker dingetje. Ik
snap het. Als ik nou eens de hele dag kopjes geef, zal ik
dan honderd snoepjes krijgen? Even tellen...
Jammer, ze trapt er niet in en loopt naar de keuken.
Ik sluip achter haar aan en bestudeer wat ze aan het doen
is. Ze draagt een schaal. Er ligt een wit ovaal ding op.
De geur ervan streelt mijn neusje.
‘Wil je zien wat het is?’
‘Is het voor mij? Is het voor mij?’ Ik miauw als nooit
tevoren. Als ze bukt, zie ik iets met pootjes aan de uiteinden.
Het liefst zou ik er een hap uit willen eten. Net als
ik een duik wil nemen, staat ze op en glimlacht. Ze zet
het in mijn televisie en draait aan de knopjes.
‘Kip,’ verklaart ze.
Zal die kip helemaal voor mij alleen zijn? Ik miauw en draai
om haar benen heen terwijl ik haar voeten lik. Ik ga voor
de vierkante televisie zitten en krijg de show van mijn leven.
Mijn eten draait rondjes en de keuken begint steeds lekkerder
te ruiken.
In de sneeuw
| “De
vlokjes dwarrelen op mijn kopje en het voelt koud aan.
Ik snuffel aan alles wat ik tegenkom en spring met een
grote sprong over een verse hondendrol...” |
‘Even een frisse neus halen, Rikkie.’ Ze zet me buiten.
Het is een witte wereld. Iedere keer als ik een stap zet
en achterom kijk, blijven mijn pootafdrukken achter. De
vlokjes dwarrelen op mijn kopje en het voelt koud aan.
Ik snuffel aan alles wat ik tegenkom en spring met een
grote sprong over een verse hondendrol.
Mijn buikje knort. Het beeld van die overheerlijke kip krijg
ik niet uit mijn gedachten. Ik miauw voor de deur en wordt
direct op mijn wenken bediend.
Eindelijk eten
Binnen hebben mijn baasjes hun mooiste kleren aangetrokken.
Overal ruik ik brandlucht en stralen kleine lampjes op
de kasten. In mijn boom hangen nieuwe ballen. Yes!
Ik heb honger en wil nu eten. Ik zeur en miauw en dan komt
mijn bazin met een vol etensbakje. Het ruikt naar kip en gulzig
begin ik te eten.
Als ik mij even later schoonlik, maakt mijn bazin een pakje
voor mij open. Het is een spiegelbal en als ik er inkijk,
zie ik het allermooiste dier van de hele wereld. |