RSS
 

Posts Tagged ‘sabine luypaert’

Happy Feelings

30 jan

Die dag was begonnen met een ranzig randje, het leek of er iets stond te gebeuren en het was inderdaad amper negen uur of het spel begon al. Niet veel later stonden mijn oogbollen er al bij als knikkers die tegen een muur aangeknald waren. Het leek of de hele wereld tegendraads geworden was en alles overal escaleerde. Dus, alle plannen werden omgesmeten en de uren kropen verder door terwijl we ons door de §!@s&X! ploeterden. Gelukkig wordt het steeds avond en na zo een dag kan een mens enkel uitkijken naar een zalig warme thuiskomst met opgewekte staartjes.

Decompresseren
Het een en ander had mij zo aan het denken gezet en na de afwas trok ik richting boekenkasten om even in een warmvoelend verleden te graven. Het duurde dan ook niet lang of ik kwam aan de kast met de albums en voor ik er zelf echt erg in had trok ik er een stapel uit om nog eens gezellig door te bladeren. Gezellig lampje aan, dekentje erbij, verwarming een tandje hoger. Je kent dat wel, lekker wegdromen om te decompresseren na de stress … en het hielp. Al dra voelde ik de in de dag niet weg te wissen frustratierimpels wegtrekken uit mijn denklook. Ik trok er de mini-mieuwmachien albums bij.

Pamperdagen
Het gaat echt snel, de tijd vliegt en kleintjes worden veel te snel groot. Zo herinner ik mij de pamperdagen van mijn Tobiasje, die nu als oudste bijna zijn plechtige communie doet. Het lijkt of ik een sprong in de tijd maakte en een heel stuk verloren heb wat dat betreft. Niet dat ik één dag zou willen missen, want dat zou dan willen zeggen dat mijn andere drie hummeltjes hier nu niet van de partij zouden zijn. De tijd dat mijn toen kleine opdondertje toiletarrest kreeg om te kalmeren bij buitensporig tegenspreken of billen bijten bij wijlen broer en zus, of vroeger nog,… zo mijmerde ik verder, wandelend door mijn album met poesportretten, genietend van die goeie ouwe tijd en lachend om mijn snoezels die zich stilaan allemaal rond mij aan het verzamelen waren. ‘Komen helpen kijken,’ placht ik dat te noemen.

Gesokte tenen
Het is wonderlijk dat hun zelfvertrouwen door de jaren nooit een deukje vertoonde, al kan ik van Dexter en Felix natuurlijk nog niet zo ver terugkijken gezien hun leeftijd van tweeënhalf en anderhalf jaar. Ondertussen deed de vorst de ramen kraken in de sponningen die aan de binnenzijde een behaaglijke temperatuur trachtten te verkrijgen. Ik dook nog een beetje dieper weg in mijn dekentje, juist de gesokte tenen bloot en nam een volgende album. Jaspertjestijd deze keer. Dexter kwam mij overwandelen met grote nieuwsgierige oogjes, al kon hij het niet geloven dat zijn grote witte broer ook ooit een klein ukje geweest was. In de verte hoorde ik vlijtig gescharrel in de kattenbak.

Anti-fladder
Er vloog een fruitvliegje voorbij. Vast zo’n mormel dat zich ontwikkeld had in mijn poging-tot-herkweek-orchidee. Iemand had me gezegd dat ik er een appel bij moest leggen, opsluiten in een zak met gaatjes en dat ie dan binnen de vier weken een scheut zou krijgen. Niemand had echter wat gezegd over fruitvliegjes, dus die kweekpot was stante pede verhuist naar een uithoek aan een raam en er werd dagelijks met een bus anti-fladder rond de zak gespoten om die niet gewilde kweek tegen te gaan.

“Gebiologeerd keek ik toe hoe hij met een rake hapslag een portie extra eiwit binnenspeelde…”

Terminator
Soit, over het fruitvliegmormel dat dacht mee te genieten. Tobias, de Dendermondse held tegen alle klein vliegend wild, keek eerst verbijsterd naar het lef van de olijke fladderaar die ons intiem geschiedenismoment durfde te storen en ontpopte zich haast van de ene tel op de andere tot een ware terminator. Gebiologeerd keek ik toe hoe hij met een rake hapslag een portie extra eiwit binnenspeelde. Nalikkebaardend vervoegde hij zich meteen terug op de zetel, als wou hij zeggen; ‘zo, beestje weg, nu kunnen we verder.’

Liefkozend streelde ik hem tussen zijn oortjes en bladerde verder in onze gezinsgeschiedenis, onderwijl vragend en vertellend tegen de poezels – maar dit blijft uiteraard onder ons – “Zie je nu Dextertje, had je niet gedacht hé dat ook Jasper zo’n klein minipoesje geweest is… Weet je nog Jasper, toen jij nog een babypoesjes was…” Natuurlijk gaven ze mij overschot van gelijk.

Marsrepen
Ondertussen was Felixje-lust-alles er vantussen gesniept richting keuken en we werden opgeluisterd door een vreemd geluid. Als een volleerd interieurverzorger bleek hij voor de zoveelste keer, de nu gebarricadeerde keukenkastdeur van de snoepjeshoek toch weer open gekregen te hebben en ik betrapte hem net op het van het schap rukken van een pak Marsrepen net voor het eerst het aanrecht en dan de grond oppleurde.

Rimpelneusje
‘Gut gij nondemille! Felixje toch,’ berispte ik hem. Weinig overtuigend zo bleek. Want meteen koos hij het hazenpad met zijn staartje fier in de lucht. ’t Is een kadeeke zenne. Ik roeffelde mijn snoepfestijn weer de kast in, verder en hoger deze keer voor alle zekerheid, vergrendelde ze iets vaster dan voorheen – voor zover dat kon – en trippelde weer richting zetel alwaar Dexter zich bovenop het geopende album in een bolletje gerold had, om de foto’s warm te houden. Toch een lief beestje hoor die Dexter… en zo attent, je gelooft het amper als je het niet zelf gezien hebt. Hij trok een rimpeltje in zijn neus toen ik hem opschepte om op mijn schoot te leggen, zodat we verder konden kijken.

Naprieten
Vijf minuutjes later schoof supersonisch Felixje uiteindelijk weer bij, naprietend over zijn gemiste chocoladestrooptocht. Ik trok hem bij met een kusje op zijn neus en bladerde rustig verder. En dan opeens, waren we door de albums, spijtig. Er zijn nog een berg foto’ maar die zijn van het digitale tijdperk wat ook zo zijn voordelen heeft. Maar toch is het niet hetzelfde, je voor een computer nestelen om met je pijltjes te genieten, of vanonder een dekentje met die typische geur van oude lijm. Bij het slapengaan wist ik het, troosteloos kan je ons gezin in elk geval niet noemen en dat overviel me samen met een gelukzalig gevoel. Die nacht droomde ik verder, alle stress achterlatend en genoot verder van beelden die mijn ogen passeerden aan die andere kant… die goeie oude tijd…

 

Poes met klasse

30 nov

Zoals u ziet heb ik de looks van een basebalspeelpoes maar ben in feite een ware een salondanser, zij het zonder vrouwelijk heupgedraai.
Mijn witte broer daarentegen is fysiek de uiterlijke tegenpool van mij. Hij flaneert met zijn sierlijke 15 centimeter lange sneeuwpels en dito pluimstaart, maar is op en top man. Iets meer dan ik soms, hoewel, ik dat weer ten stelligste afstrijd in eender welke toevallige publieke ruchtbaarheid.

Klein verstandje
Zelf ben ik als een kind. Lief, ondeugend en toch weerbaar. Sommigen durven zeggen dat er niet veel kats in mij zit, maar dat is van domheid zeg ik dan.
Sommige mensen zeggen zelfs dat ik een klein verstandje heb als het op kat zijn aankomt, maar dat weerleg ik dan meestal op mijn eigengereide manier. Mijn poten jeuken steevast van zo’n lelijke opmerking en met een grol en een streepje versgeplaatste tattoo op hun arm, kunnen ze er dan later het hunne van denken. Een Tobiasje beledigt men niet voor niets. Daarna ga ik een kwartier misnoegd in mijn zetel liggen. Pfff.

Gecondenseerde melk
Ik ben zo kat als ik maar zijn kan. Iedereen heeft toch zijn eigenaardigheden? Kan ik er wat aan doen dat ik nu eenmaal liever bieslook eet dan gehakt? Dat ik gecondenseerde gesuikerde melk lekkerder vind dan Whiskas? Dat er maar één vleessoort is die me kan verleiden en waar ik mijn droge korrels voor laat staan zijnde bloederig rosbief. En zeg nu niet dat dát niet kats is.

Elegante billen
Wanneer mijn bazinnetje eens een lekkere pitaschotel meebrengt, ga ik mooi in smeekmodus naast haar bord zitten (op de toegelaten en aangeleerde afstand). Doch, als ze dan even niet kijkt, besluip ik in stilte die hoop lekkernij en kidnap daar de lekkerste griekse peper af. Dat doe ik dan met zo een elegantie dat zelfs de meest opmerkzame kijker niet merkt dat er een putje verdwenen is uit de berg eten. Ooit durfde een attentere bezoeker mij daarvoor uitlachen. Hij beweerde dat zulks geen kattenmanieren waren. Dat ik wel een vreemd beest moest zijn, afgezant van een of andere aliën, en dat enkel en alleen omdat die peper me toevallig meer aansprak dan dat pitavlees. Nou geloof me maar, die zin zal die onverlaat nog lang heugen. Meteen heb ik mijn elegante billen naar hem gedraaid, en voor hij op zijn knieën vergiffenis vraagt voor deze lelijke uitlatingen, zal het tij bij mij niet keren. Liever op mijn mat alleen liggen dan op een schoot van een mens die geen kats verstaat.

“Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties…”

Diefjesjacht
Trouwens, wanneer we dan eens de kans krijgen een pitaschotel te besluipen, komt mijn witte pluimstaartbroer gewillig helpen kijken. Hij vraagt mij ook steevast om voor de verandering toch eens een stuk van dat pitavlees te nemen, dan heeft hij ook wat.
Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties. En mijn voorkeur gaat nu eenmaal niet uit naar vlees. Dat neem je als er niets anders meer voorhanden is. Zo zit dat. Hij moet maar meer lef kweken en zelf op diefjesjacht gaan. Hoog tijd dat pluimstaartbroer op zijn eigen witte pootjes begint te staan. Voorproeven is al lang niet meer van deze tijd en Dexter en Felixjes bevestigen dat ruimschoots.

Kwietje
Daardoor vindt Jasper mij dan weer een raar kwietje, maar anderzijds kan ik net hetzelfde van hem zeggen. Ergens zijn wij elkaars tegenpolen en toch blijken we zo gelijk. Zo lust hij bijvoorbeeld geen rosbief, zelfs geen bloederige? Als je dat dan kat kan noemen?
Maar onze liefde voor ons moeke delen wij wel allemaal. Haar durven sommigen wel eens gezellig gestoord vinden, wij weten waarom.

Zo zie je maar. Ieder heeft zijn eigenaardigheidjes, zo ook wij. En ik ben er trots op een echt Tobiasje te zijn.

Tot miauws met poot en neusjeswrijfknuffelkus,

Tobiasje x

 

Pieteneuters

31 okt

Deze morgen, voor wekkertijd was ik al meermaals afgedwaald in mijn gedachtendromen. Niet dat mijn poezels wonderkinderen zijn, maar toch betrapte ik mijzelf erop twee gulzige tranen van geluk uit mijn slaapogen te vegen toen ik mijn vierpotige engeltjes knuffelde bij wijze van ochtendritueel. Nog amper adem durfde ik te happen terwijl ik behoedzaam de draad trachtte op te pikken van een zalige droom en waarachtig, het lukte een heel klein beetje. Toegegeven, het was ook een heel klein beetje een dekmantel om niet meteen uit die warme knusse bedstee te hoeven.

Imperfecties
Zo begon die vrijdag na een hectische donderdagavond met een lieflijk ronkend rumoer en het getrippel van speelpootjes die humoresk door de kamers dartelden. Een mens zou er met twee rechterbenen van uit zijn bed springen.
Zo verbeeldde ik me, met mijn nog ietwat suffe gezicht, hoe gelukkig we zouden zijn als we eindelijk samen konden buitenspelen in een park van een tuin, zonder dat daar angst moest zijn voor domme imperfecties, ongezonde uitlatingen, lelijke onverlaten of verloren lopende sniepjes.

Bemoeinisrandje
Het is nu eenmaal een geboorterecht van een kat om eens in de zoveel tijd de kwajongen uit te hangen en ik zou ze niet anders willen. Medelijden heb ik, met die arme onbegripvolle anti-dierenvrienden (in mijn ogen) die altijd onbegrijpbaar stamelen als ze je recht in je gezicht moeten aankijken wanneer ze weer eens een betoog afsteken over een lek in het dak dat waarschijnlijk door een asfaltsnoepende kat is verzorgd, of katten die gelokt worden om aan de voordeur te spritsen door op één-hoog-wonende-binnenhuis gesneden katers die nooit een poot op de vensterbank zetten, potten die breken (net of ik kan geen hele rits breekbaars uit mijn handen laten glippen) en nog zo van die kul. -Je zal het maar meemaken.- Iedere baas in zijn stek krijgt zo wel een bemoeinisrandje.

Olifant
‘Lichtzinnig sollen met verworven ingebeeldheid,’ zo placht ik het te noemen om mezelf een beetje te paaien en tegelijkertijd niet meteen in een bulderlach te schieten. Moesten de uitlatingen soms niet zo flagrant zijn, een mens zou zich er zelfs niet over opwinden. Maar ach, de Heer heeft van alles zijn tal nodig zo schijnt en we zullen er ons dan maar bij neerleggen dat die arme drommels er waarschijnlijk ook niets aan kunnen doen, dat het een uiting van bittere verveeldheid is, of dat ze zichzelf niet graag zien, of dat ze de hele dag niets anders te doen hebben dan te zitten kniezen over waar nog eens over te zagen… Al kan het knap lastig zijn als een speelpoesje op één hoog dat achter zijn floeren muis zit in een huiskamer bij wijze van vergelijk haast vergeleken wordt met een wild stampende paard -net of iemand dat in zijn huiskamer heeft lopen.- Of dat iemand in een ander appartement blijkbaar gestoord wordt door een katje dat van een kast van anderhalve meter springt – het is toch geen olifant begot?

Onzin
Wanneer ik dan voor de zoveelste keer mijn idee over zoveel kortzichtigheid achter mijn kiezen bijt en tracht niet geanimeerd op te veren, ben ik naderhand toch gelukkig om mij in naam van alle dierenvrienden niet in ‘dat straatje’ geduwd te laten hebben. Maar zoals ik al zei, ‘het kan best knap lastig zijn als je met zulke merkwaardige en bevreemdende opvattingen geconfronteerd wordt,’ redeneerde ik die ochtend met mezelf en een sigaretje terwijl mijn pluisjes een voor een hun knuffel kwamen halen vóór de serenade van de lege bordjes begon. Geen enkel normaal mens gelooft trouwens zulke onzin en die nare donderdag was gelukkig ook weer voorbij voor hopelijk een jaar.

“Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé…”

Pieteneuten
Wonderlijk plechtig zat ik onder Jaspers aristocratische knuffelbeurt meteen middenin het positieve van de poging-tot-bijna-verteerde-ongemakken van de avond voordien en liet me verleiden door het vakkundig advies dat ik las in zijn opgewekte aanblik. ‘Weg met die zever,’ lachte hij me toe en ik gaf hem graag gelijk. Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé. Al zou je het niet gezegd hebben als je sommige… Maar neen, het is trouwens haast te gek voor woorden en vandaag geen negativiteit, er is al genoeg drukte geweest om wat lucht in een fles. Nu is het tijd voor leuke dingen.

Het besef alleen al dat zo’n warm harig lijfje een mens zijn dagelijks lot kan plezieren, lijkt misschien meer een opvatting uit een of andere roman, maar hier was het die vrijdag je reinste realiteit.

Tobiasbillen
Op weg naar de keuken betrapte ik Dexter op een krachtige uitdrukking van zijn rechtervoorpoot richting Tobiasbillen die hem hongerig-ongeduldig voorbijschoten en voor ik hem kon terechtwijzen werd hij reeds door Jasper op zijn plaats gezet, waardoor hij zich meteen nederiger opstelde en braafjes in de rij aansloot. Die Jasperse ridderlijkheid gaf Tobias net dat beetje kracht om terug op zijn streepjes te staan. Tenslotte is hij de oudste van de bende en moeten de kleintjes naar hem luisteren. Het kleine vagebondje gaf een prietig miauwtje zonder stemverheffing om aan te geven dat hij de les begrepen had en dook braafjes in zijn bord. Tobias, om zijn leiderschap kracht bij te zetten, duwde Dexter zelfs even opzij om in diens bordje te zitten. Drie brokken liet ik hem op zijn strepen staan, maar daarna wisselde ik snel de bordjes om zodat iedereen weer zijn portie at.

Geen sinecure
Het leven kan zo schoon eenvoudig zijn dat het raadzaam is en blijft om je ten allen tijde begripvol op te stellen. Zelfs naar onbegripvolle mensen toe, al is dat geen sinecure. En het is steevast beter als met een ploertendoder over straat te lopen zwieren want er is al genoeg miserie in de wereld…

 

De voorbeeldige slaper

03 okt

Na een zwart lapje nieuwsberichten vol verontrustende mededelingen en het schorre gekraak van een staartje onweer in de verte, snakten we weer naar de zorgeloosheid in de routine van het dagdagelijkse. Tobiasje had klaarblijkelijk het zelfde gevoel. Hij was twaalf mensenjaren oud en nog vol ambitie voor wat betreft ‘het schatje’ uithangen. Als een volleerde insluiper opende hij de deur naar de slaapkamer, vergewiste zich in één oogwenk of de kust wel vrij was van mededingers en posteerde zich op zijn lievelingsplaatsje op de poef aan het raam. Het leek net of hij een openbaring had en al zijn grieven tegen dat buitenhuis geweld al slapend ten gronde zou richten. Daarbij nestelde hij zich zo zorgzaam dat het niet lang duurde of de ruimte vulde zich met een heerlijk slaapknorretje dat ons in de huiskamer tegemoet kwam, als droomde hij vol heimwee over zijn jongere speeldagen.

Droommobiel
Glimlachend wisselde ik enkele vertederende knipogen met Jasper uit toen die quasi verwonderd onderzocht waar dat raadselachtig muziekje toch vandaan kwam. Tobiasje, zich van niets bewust murmelde ondertussen rustig verder in zijn slaap en enkele bibberende pootjes met dito snor lieten ons verstaan dat het een geweldig moment moest zijn in zijn droom. Nageltjes van zijn linker voorpoot tikten zacht tegen het raam toen zijn rechter bibberend-van-genot-pootje een nieuwe spurt leek in te zetten in zijn droommobiel. We lieten hem graag in zijn onbezorgdheid en trippelden de kamer uit.

Operatie “vetmest”
Omdat mijn gestreepte smurfje aan zijn welverdiende slaap zou toekomen – en ook omdat hij er gewoon zo schattig bij lag – besloot ik mijn andere friemels te vergasten op een ander stukje paradijselijkheid. Stil schoof ik de deur van de slaapkamer tegenaan en toverde in enkele tellen een surprisedineetje uit de koelkast. Een beetje platte vleierij als je het op de keper beschouwt, maar het helpt wel en ondertussen heeft die kleine Dexter nog eens een extraatje achter zijn kiezen om toch maar een beetje meer vlees rond zijn billetjes te krijgen. Hoog tijd dus om Dexters ‘operatie vetmest’ in te schakelen.

Bloemkool met kaas
Er was nog heel wat bloemkool met witte kaassaus over en daar was Dexter wild van. Aangezien de andere poezen dat wel lusten maar er lang niet zo wild op zijn als Dexter, draaide ik daar een recht uit de koelkast gekoeld zakje Whiskas onder, dat verzacht immers elk poezenhart. De grootste portie bloemkool was natuurlijk voor Dexters bordje. Vriendlief vond het ook helemaal niet erg om zijn favoriete kliekje te delen met de knuffels en vooral dan met slankmanske. –Weet je, ik denk dat die twee onder een hoedje spelen als het bloemkool betreft. Ik kan nooit genoeg maken.-

Het moment ik vier bordjes nam en een zakje vlees openscheurde, bewees het onontdekt zangtalent dat de keuken vulde eens te meer dat dit weer een recht-in-de-roos-idee was.

Stokstaartje
Aandachtig prakkend luisterde ik naar mijn hongerige keeltjes en tegen dat het prakje mooi oneerlijk verdeeld was over vier bordjes, waren mijn benen overknuffeld en mijn broekspijpen vol pels, om nog niet te spreken van stokstaart Dexter die liet zien hoe goed en hoe lang hij al op twee benen kon lopen. (Dat oneerlijk verdelen heeft wel zijn redenen hoor, dat u als lezer niet denkt dat er hier sprake is van lievelingskes en voortrekkerij, of erger nog, favoritisme. Neen, dat gebeurt enkel en alleen omdat Tobias en Dexter in feite op speciale voeding staan, Jasper lang niet alles lust als Tobias het niet heeft voorgeproefd en Dexter echt alles lust maar in feite niet meer mag. Dus is Felix de gelukkige winnaar van de grootste porties, zeg maar, al durf ik heel af en toe Dexters snackje iets steviger maken dan zou mogen omdat de duts door die eenzijdigere voeding nu toch zo slank blijft. Maar enkel heel af en toe.)

“Vreemd dat broertjes bord altijd net even interessanter lijkt dat het zijne…”

Tobiasje lijkt instinctief te weten wat goed voor hem is en is al blij met enkele hapjes om te proeven. Hem die ontzeggen kan ik niet maken omdat het anders zeker lijkt of ik hem straf terwijl de anderen lekkere tussendoortjes krijgen. Na enkele beten houdt hij het immers zelf voor bekeken en Felix komt na voor de opkuis. Dus dat is prettig geregeld.
Terwijl ik de bordjes voor de daartoe bedoelde snor op de grond posteer, hoeft enkel Felixje even gecorrigeerd te worden met een kleine flankduw tot hij aan zijn portie arriveert. Toch wel vreemd dat broertjes bord altijd net even interessanter lijkt dat het zijne, hoewel het zijne meer gevuld is. Of zou hij een klein schoeffeltje zijn?
Tobiasjes bord verdwijnt met een deksel op mooi even in de koelkast tot later of tot hij uitgeslapen is of raakt. Haja, iedere zijn deel.

Ruige Dexter
Met alle buikjes gevuld, inclusief extra’s – vriendlief incluis – en de afwas gedaan, mochten ook de tweebeners eindelijk een lui momentje inlassen. De zorgeloosheid straalde van ons af als een verworvenheid die rekening houdt met zijn genieters. Snel doken we een voor een de badkamer in om ons op ons gemak te zetten zoals ze dat hier zeggen en daarna knus tegen elkaar aan, met de zapper, naar een aflevering van Dexter kijken. Een veel ruigere Dexter dan ons lieve Dextertje, maar toch zijn we – toegegeven, ooit door de naam gelokt – gaandewijs een beetje verslaafd geraakt.

Uren later, lag Tobiasje nog steeds even lief en vredig te slapen toen we hem vervoegden. Hij was mooi en er leek niets te zijn dat hem kon ergeren. Zoals hij daar lag op zijn zomerzij, twee achterpoten van de poef gevallen en met enkele trillende snorharen en twee tandjes bloot, met zijn snoet naar het raam gekeerd, het leek bijna zondig om hem te storen.

Kiekjesmachine
Rustig en voldaan gingen we slapen tot ik enkele uren later wakker werd van wandelende pootjes en zag hoe mijn lievelingsstreepje zich ging nestelen op vriendlief en gewoon verder sliep. Met één hand rekte ik mij naar de schuif om de kiekjesmachine te nemen. Vriendlief klaagt immers af en toe dat hij niet belegerd wordt en ik verdenk hem er van een tikkeltje jaloers te zijn. Zo zie je maar, het is niet omdat je slaapt en niet bewust bent van het feit dat je als matras gebruikt wordt, dat het niet gebeurt. Gelukkig heb ik weerom een foto voor de map ‘geleverde bewijzen’.

Kleine regendruppels dansten vrij frivool voor de ramen en de geur van warmnatte zomer kwam binnen toen ik het nachtlampje weer uitklikte en mij glimlachend omdraaide voor nog een trokje. Heerlijk die geur…

 
 

Pixarpoes

05 sep

Mijn agenda gaf aan dat het weer tijd werd voor mijn maandelijkse bijdrage aan mijn favoriete kattensite en ik was er helemaal voor gaan zitten met een glaasje roze pompelmoessap van Appelsientje (iedereen heeft zo zijn favorietjes.)

Vast
Met een hoop gedonder op de achtergrond probeerde ik enkele tellen de rampzalige dreiging van een woest sneeuwonweer dat hier boven de dakpannen zweefde te vergeten. Nadenkend over wat we nu weer zouden gaan schrijven, monsterde ik mijn lievelingen en hoopte stiekem dat ze me als altijd op een grandioos idee zouden brengen. Het ergste van de hele zaak was eigenlijk dat ik amper durfde te bekennen dat het verlangen om een heerlijk stukje te schrijven groter was dan mijn schrijfmuze actief. Nu moet ieder normaal denkend mens toegeven dat het helemaal niet zo’n schande is om even ‘vast’ te zitten, al is het knap frustrerend voor iemand die de gewoonte heeft zijn beloften in te lossen.

Sokkenbreier
Ondertussen zat vriendlief bij mijn tokkelend gepruttel tegen mijn bierkaai ongegeneerd te grijnzen met die zachte uitstraling van iemand die wel eens sokken durft te breien (al heeft hij zich daar nooit aan gewaagd).

Tobiasje lag onderwijl geruststellend met regelmatige ronkvibratie mijn schoot op te luisteren met zijn verrukkelijke versie van: ‘Ik snor de pannen van het dak,’ van ‘Myra Miauw, terwijl Jasper gehypnotiseerd naar buiten keek. Gefrustreerd tokkelden mijn vingers er wat op los met een mengeling van bezorgdheid en verwarring omdat er maar geen lijn kwam te zitten in mijn losse flarden.

Witte frutseltjes
In een ooghoek zag ik hoe Felixje bij het raam aanschoof, geïntrigeerd door die rare witte frutseltjes die uit de lucht bleken te vallen en eens op de grond in het niets verdwenen. Dat het tot nog toe smeltende sneeuw betrof begreep hij niet. Wist hij veel en als binnenhuistijgertje hoefde je al die buitendingen ook niet onder de poezenknie te krijgen, hé.

Gebiologeerd staarden twee kopjes dus door het raam en de andere twee kopjes met pluizige oren hielpen mij vlijtig bij mijn zoveelste huzarenstukje waarbij ik halsstarrig tracht niet in herhaling te vallen. Schattig toch als de taken zo verdeeld zijn zonder dat er vergaderingen aan te pas komen. Onbewust hadden mijn poezels de basisregels van wellevendheid aan elkaar overgeleverd. Mijn hart zwol van trots in mijn borstje, wij hadden hier flinke kindjes.

Vertelserenades
En toen opeens trad mijn verhalend verstand in werking, ik kreeg een verbazingwekkende zachte ingeving, voelde de spanning tot in mijn lendenen en tokkelde de stoom uit mijn klavier met een vage glimlach rond mijn mond omdat ik gelukkig weer bespaard zou blijven van een zware psychologische kater door het niet kunnen inleveren van een verhaaltje. In de plaats van een echt verhaaltje te schrijven zou ik even experimenteren met een broeierige mix. Een zogenaamd lijstje dat het zware werk van een gelegenheidscolumnist weergeeft, aangevuld met enkele speciale eigenschappen van mijn schatjes en ik besloot met Dexterman te beginnen. Hij is immers zo’n altijd gelukkig poesje dat wanneer ik al zijn vertelserenades per strekkende meter rode loper zou kunnen leggen, ik een halve stad kon doorkruisen op twee dagen.

Hypergestileerd
Dexter, terstond helemaal opgetogen dat hij zijn naam op mijn scherm zag verschijnen, kroop langs mijn borst omhoog om zich half op de leuning en half over mijn schouders te draperen, draaide een hypergestileerde krul in zijn staartje, gaf mij een natte-neus-kus tegen mijn oor en trok vervolgens met zijn oogjes op leesonderzoek. Je zag hem denken; ‘eindelijk ze is gelanceerd geraakt!’ Ook charmezanger Tobias was nog steeds in topvorm.

Ik tokkelde verder… ‘Op zijn prettig gestoorde manier die hem alleen zo eigen is, snorde hij voorbij met zijn hoofd naast zijn billen en uitte daarbij een indianenkreet om ú tegen te zeggen. Je moet het bijna beleefd hebben om te begrijpen, deze manoeuvre is haast onbeschrijfbaar…’ Dexter was het er mee eens, deze manier van doen was zijn specialiteit en had niemand anders zo onder de stijve knietjes.

Mijn lijnen vulden zich… Het is nu eenmaal weerom een bewezen feit; schattige poesjes verzorgen meer leesvoer dan een meter worst.

“Ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje…”

Pasgeboren nijlpaard
Dexter vond dat hij die worst eerst moest zien en ik noteerde: ‘eerst worst tonen aan Dexter en dan beslissen wat te doen met deze paragraaf.’ In de kamer hing een soft-focus-effect en niet veel later zette ik met een onwezenlijk opgeluchte glimlach het laatste punt van deze bijdrage. Mijn belofte aan mezelf was weer ingelost en nu kon ik met een gerust geweten het weekend ingaan. Dexter kroop even van mijn schouder en las de kladprint ter redigatie mee, even lief, onschuldig en onhandig als een pasgeboren nijlpaard toen hij van te veel voorzichtigheid tijdens het afdalen de tafel afdonderde. Zijn springpootjes zijn nog steeds niet wat ze moeten zijn en twee dingen gelijk doen zijn niet echt aan hem besteed.

Zonder ondertitels
Jaspertjes silhouet tekende zich ondertussen scherp af tegen de onweerlucht die stilaan leek uit te klaren. Het viel mij op hoe hij daar zat, leesbaar als een film zonder ondertitels; snor naar beneden, oogjes wijd open, pootjes op half zeven en zijn achterwerkje werd bekroond door een pluizige droomkrul die hij trots en met veel omhaal in zijn staartje draaide. Met een gerichte beweging plofte hij zijn hoofdje vervolgens schijnbaar verveeld op zijn voorpoten, liet even een zucht tussen twee luidruchtige hemeldonders door en ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje. Hij is immers zo knuffelbaar en heeft zoveel funky poses en een bijna mythische status in huize Dendermonde, dat hij vast een blitse kaskraaktrekker zou zijn.

Jasper beantwoordde mijn denkkronkel met een lange uitgerekte stretch waarbij hij mij ietwat bekeek met een blik waarin ik las dat hij zich duidelijk afvroeg of ik ze wel nog alle vijf op een rij had, maar dat deerde mij allerminst.

Communicatiesoftware
Ach, we lijken hier misschien voor velen een bizar allegaartje maar het is gewoon heerlijk hoe wij hier onze eigen draadloze communicatiesoftware toepassen. Onze inspiraties zullen nooit beteugeld worden en op onze eigen onovertroffen wijze ontbreekt het ons aan knuffelgehalte ook al niets. Van poesjes wordt je gewoon vrolijk en wat kan een mens nu in feite nog meer verlangen???