RSS
 

Posts Tagged ‘kattensite’

Pieteneuters

31 okt

Deze morgen, voor wekkertijd was ik al meermaals afgedwaald in mijn gedachtendromen. Niet dat mijn poezels wonderkinderen zijn, maar toch betrapte ik mijzelf erop twee gulzige tranen van geluk uit mijn slaapogen te vegen toen ik mijn vierpotige engeltjes knuffelde bij wijze van ochtendritueel. Nog amper adem durfde ik te happen terwijl ik behoedzaam de draad trachtte op te pikken van een zalige droom en waarachtig, het lukte een heel klein beetje. Toegegeven, het was ook een heel klein beetje een dekmantel om niet meteen uit die warme knusse bedstee te hoeven.

Imperfecties
Zo begon die vrijdag na een hectische donderdagavond met een lieflijk ronkend rumoer en het getrippel van speelpootjes die humoresk door de kamers dartelden. Een mens zou er met twee rechterbenen van uit zijn bed springen.
Zo verbeeldde ik me, met mijn nog ietwat suffe gezicht, hoe gelukkig we zouden zijn als we eindelijk samen konden buitenspelen in een park van een tuin, zonder dat daar angst moest zijn voor domme imperfecties, ongezonde uitlatingen, lelijke onverlaten of verloren lopende sniepjes.

Bemoeinisrandje
Het is nu eenmaal een geboorterecht van een kat om eens in de zoveel tijd de kwajongen uit te hangen en ik zou ze niet anders willen. Medelijden heb ik, met die arme onbegripvolle anti-dierenvrienden (in mijn ogen) die altijd onbegrijpbaar stamelen als ze je recht in je gezicht moeten aankijken wanneer ze weer eens een betoog afsteken over een lek in het dak dat waarschijnlijk door een asfaltsnoepende kat is verzorgd, of katten die gelokt worden om aan de voordeur te spritsen door op één-hoog-wonende-binnenhuis gesneden katers die nooit een poot op de vensterbank zetten, potten die breken (net of ik kan geen hele rits breekbaars uit mijn handen laten glippen) en nog zo van die kul. -Je zal het maar meemaken.- Iedere baas in zijn stek krijgt zo wel een bemoeinisrandje.

Olifant
‘Lichtzinnig sollen met verworven ingebeeldheid,’ zo placht ik het te noemen om mezelf een beetje te paaien en tegelijkertijd niet meteen in een bulderlach te schieten. Moesten de uitlatingen soms niet zo flagrant zijn, een mens zou zich er zelfs niet over opwinden. Maar ach, de Heer heeft van alles zijn tal nodig zo schijnt en we zullen er ons dan maar bij neerleggen dat die arme drommels er waarschijnlijk ook niets aan kunnen doen, dat het een uiting van bittere verveeldheid is, of dat ze zichzelf niet graag zien, of dat ze de hele dag niets anders te doen hebben dan te zitten kniezen over waar nog eens over te zagen… Al kan het knap lastig zijn als een speelpoesje op één hoog dat achter zijn floeren muis zit in een huiskamer bij wijze van vergelijk haast vergeleken wordt met een wild stampende paard -net of iemand dat in zijn huiskamer heeft lopen.- Of dat iemand in een ander appartement blijkbaar gestoord wordt door een katje dat van een kast van anderhalve meter springt – het is toch geen olifant begot?

Onzin
Wanneer ik dan voor de zoveelste keer mijn idee over zoveel kortzichtigheid achter mijn kiezen bijt en tracht niet geanimeerd op te veren, ben ik naderhand toch gelukkig om mij in naam van alle dierenvrienden niet in ‘dat straatje’ geduwd te laten hebben. Maar zoals ik al zei, ‘het kan best knap lastig zijn als je met zulke merkwaardige en bevreemdende opvattingen geconfronteerd wordt,’ redeneerde ik die ochtend met mezelf en een sigaretje terwijl mijn pluisjes een voor een hun knuffel kwamen halen vóór de serenade van de lege bordjes begon. Geen enkel normaal mens gelooft trouwens zulke onzin en die nare donderdag was gelukkig ook weer voorbij voor hopelijk een jaar.

“Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé…”

Pieteneuten
Wonderlijk plechtig zat ik onder Jaspers aristocratische knuffelbeurt meteen middenin het positieve van de poging-tot-bijna-verteerde-ongemakken van de avond voordien en liet me verleiden door het vakkundig advies dat ik las in zijn opgewekte aanblik. ‘Weg met die zever,’ lachte hij me toe en ik gaf hem graag gelijk. Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé. Al zou je het niet gezegd hebben als je sommige… Maar neen, het is trouwens haast te gek voor woorden en vandaag geen negativiteit, er is al genoeg drukte geweest om wat lucht in een fles. Nu is het tijd voor leuke dingen.

Het besef alleen al dat zo’n warm harig lijfje een mens zijn dagelijks lot kan plezieren, lijkt misschien meer een opvatting uit een of andere roman, maar hier was het die vrijdag je reinste realiteit.

Tobiasbillen
Op weg naar de keuken betrapte ik Dexter op een krachtige uitdrukking van zijn rechtervoorpoot richting Tobiasbillen die hem hongerig-ongeduldig voorbijschoten en voor ik hem kon terechtwijzen werd hij reeds door Jasper op zijn plaats gezet, waardoor hij zich meteen nederiger opstelde en braafjes in de rij aansloot. Die Jasperse ridderlijkheid gaf Tobias net dat beetje kracht om terug op zijn streepjes te staan. Tenslotte is hij de oudste van de bende en moeten de kleintjes naar hem luisteren. Het kleine vagebondje gaf een prietig miauwtje zonder stemverheffing om aan te geven dat hij de les begrepen had en dook braafjes in zijn bord. Tobias, om zijn leiderschap kracht bij te zetten, duwde Dexter zelfs even opzij om in diens bordje te zitten. Drie brokken liet ik hem op zijn strepen staan, maar daarna wisselde ik snel de bordjes om zodat iedereen weer zijn portie at.

Geen sinecure
Het leven kan zo schoon eenvoudig zijn dat het raadzaam is en blijft om je ten allen tijde begripvol op te stellen. Zelfs naar onbegripvolle mensen toe, al is dat geen sinecure. En het is steevast beter als met een ploertendoder over straat te lopen zwieren want er is al genoeg miserie in de wereld…

 

Pixarpoes

05 sep

Mijn agenda gaf aan dat het weer tijd werd voor mijn maandelijkse bijdrage aan mijn favoriete kattensite en ik was er helemaal voor gaan zitten met een glaasje roze pompelmoessap van Appelsientje (iedereen heeft zo zijn favorietjes.)

Vast
Met een hoop gedonder op de achtergrond probeerde ik enkele tellen de rampzalige dreiging van een woest sneeuwonweer dat hier boven de dakpannen zweefde te vergeten. Nadenkend over wat we nu weer zouden gaan schrijven, monsterde ik mijn lievelingen en hoopte stiekem dat ze me als altijd op een grandioos idee zouden brengen. Het ergste van de hele zaak was eigenlijk dat ik amper durfde te bekennen dat het verlangen om een heerlijk stukje te schrijven groter was dan mijn schrijfmuze actief. Nu moet ieder normaal denkend mens toegeven dat het helemaal niet zo’n schande is om even ‘vast’ te zitten, al is het knap frustrerend voor iemand die de gewoonte heeft zijn beloften in te lossen.

Sokkenbreier
Ondertussen zat vriendlief bij mijn tokkelend gepruttel tegen mijn bierkaai ongegeneerd te grijnzen met die zachte uitstraling van iemand die wel eens sokken durft te breien (al heeft hij zich daar nooit aan gewaagd).

Tobiasje lag onderwijl geruststellend met regelmatige ronkvibratie mijn schoot op te luisteren met zijn verrukkelijke versie van: ‘Ik snor de pannen van het dak,’ van ‘Myra Miauw, terwijl Jasper gehypnotiseerd naar buiten keek. Gefrustreerd tokkelden mijn vingers er wat op los met een mengeling van bezorgdheid en verwarring omdat er maar geen lijn kwam te zitten in mijn losse flarden.

Witte frutseltjes
In een ooghoek zag ik hoe Felixje bij het raam aanschoof, geïntrigeerd door die rare witte frutseltjes die uit de lucht bleken te vallen en eens op de grond in het niets verdwenen. Dat het tot nog toe smeltende sneeuw betrof begreep hij niet. Wist hij veel en als binnenhuistijgertje hoefde je al die buitendingen ook niet onder de poezenknie te krijgen, hé.

Gebiologeerd staarden twee kopjes dus door het raam en de andere twee kopjes met pluizige oren hielpen mij vlijtig bij mijn zoveelste huzarenstukje waarbij ik halsstarrig tracht niet in herhaling te vallen. Schattig toch als de taken zo verdeeld zijn zonder dat er vergaderingen aan te pas komen. Onbewust hadden mijn poezels de basisregels van wellevendheid aan elkaar overgeleverd. Mijn hart zwol van trots in mijn borstje, wij hadden hier flinke kindjes.

Vertelserenades
En toen opeens trad mijn verhalend verstand in werking, ik kreeg een verbazingwekkende zachte ingeving, voelde de spanning tot in mijn lendenen en tokkelde de stoom uit mijn klavier met een vage glimlach rond mijn mond omdat ik gelukkig weer bespaard zou blijven van een zware psychologische kater door het niet kunnen inleveren van een verhaaltje. In de plaats van een echt verhaaltje te schrijven zou ik even experimenteren met een broeierige mix. Een zogenaamd lijstje dat het zware werk van een gelegenheidscolumnist weergeeft, aangevuld met enkele speciale eigenschappen van mijn schatjes en ik besloot met Dexterman te beginnen. Hij is immers zo’n altijd gelukkig poesje dat wanneer ik al zijn vertelserenades per strekkende meter rode loper zou kunnen leggen, ik een halve stad kon doorkruisen op twee dagen.

Hypergestileerd
Dexter, terstond helemaal opgetogen dat hij zijn naam op mijn scherm zag verschijnen, kroop langs mijn borst omhoog om zich half op de leuning en half over mijn schouders te draperen, draaide een hypergestileerde krul in zijn staartje, gaf mij een natte-neus-kus tegen mijn oor en trok vervolgens met zijn oogjes op leesonderzoek. Je zag hem denken; ‘eindelijk ze is gelanceerd geraakt!’ Ook charmezanger Tobias was nog steeds in topvorm.

Ik tokkelde verder… ‘Op zijn prettig gestoorde manier die hem alleen zo eigen is, snorde hij voorbij met zijn hoofd naast zijn billen en uitte daarbij een indianenkreet om ú tegen te zeggen. Je moet het bijna beleefd hebben om te begrijpen, deze manoeuvre is haast onbeschrijfbaar…’ Dexter was het er mee eens, deze manier van doen was zijn specialiteit en had niemand anders zo onder de stijve knietjes.

Mijn lijnen vulden zich… Het is nu eenmaal weerom een bewezen feit; schattige poesjes verzorgen meer leesvoer dan een meter worst.

“Ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje…”

Pasgeboren nijlpaard
Dexter vond dat hij die worst eerst moest zien en ik noteerde: ‘eerst worst tonen aan Dexter en dan beslissen wat te doen met deze paragraaf.’ In de kamer hing een soft-focus-effect en niet veel later zette ik met een onwezenlijk opgeluchte glimlach het laatste punt van deze bijdrage. Mijn belofte aan mezelf was weer ingelost en nu kon ik met een gerust geweten het weekend ingaan. Dexter kroop even van mijn schouder en las de kladprint ter redigatie mee, even lief, onschuldig en onhandig als een pasgeboren nijlpaard toen hij van te veel voorzichtigheid tijdens het afdalen de tafel afdonderde. Zijn springpootjes zijn nog steeds niet wat ze moeten zijn en twee dingen gelijk doen zijn niet echt aan hem besteed.

Zonder ondertitels
Jaspertjes silhouet tekende zich ondertussen scherp af tegen de onweerlucht die stilaan leek uit te klaren. Het viel mij op hoe hij daar zat, leesbaar als een film zonder ondertitels; snor naar beneden, oogjes wijd open, pootjes op half zeven en zijn achterwerkje werd bekroond door een pluizige droomkrul die hij trots en met veel omhaal in zijn staartje draaide. Met een gerichte beweging plofte hij zijn hoofdje vervolgens schijnbaar verveeld op zijn voorpoten, liet even een zucht tussen twee luidruchtige hemeldonders door en ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje. Hij is immers zo knuffelbaar en heeft zoveel funky poses en een bijna mythische status in huize Dendermonde, dat hij vast een blitse kaskraaktrekker zou zijn.

Jasper beantwoordde mijn denkkronkel met een lange uitgerekte stretch waarbij hij mij ietwat bekeek met een blik waarin ik las dat hij zich duidelijk afvroeg of ik ze wel nog alle vijf op een rij had, maar dat deerde mij allerminst.

Communicatiesoftware
Ach, we lijken hier misschien voor velen een bizar allegaartje maar het is gewoon heerlijk hoe wij hier onze eigen draadloze communicatiesoftware toepassen. Onze inspiraties zullen nooit beteugeld worden en op onze eigen onovertroffen wijze ontbreekt het ons aan knuffelgehalte ook al niets. Van poesjes wordt je gewoon vrolijk en wat kan een mens nu in feite nog meer verlangen???

 

Crème de Miauw

08 aug

‘In katerland met één kattin is haar krolse buikmiauw koning,’ vergaf ik mijn slankste spruit voor de tiende keer die avond toen hij met zichzelf weer eens geen blijf meer wist en als een dolle hond door de huiskamer tolde. Het tweede paarseizoen zat er aan te komen en de arme duts zijn friemeltje hormonenorgaan dat verondersteld werd volledig verwijderd te zijn, bleek om een of andere onverklaarbare reden toch nog vrij actief te zijn betreffende het leuke halfwas-krolse-vlekkenpoesje met indrukwekkende snor uit de buurt dat zichzelf luidop en wulps aankondigde in de achtertuinen hier.

Hintzinnen
Dus raapte ik met een evenveelste vergevingsgezinde zucht zijn gemaakte stort achter zich op – mijn hintzinnen voor leuke verhaaltjes – en trachtte het algemene bioritmeniveau in huis wat lucht in te blazen door het raam open te zetten, in de hoop dat een frisse wind elk gek verstandje zou verluchtigen. Dexter daarentegen leek te denken: ‘ergens diep in mij ben ik nog een prieteltje man. Daar ben ik fier op en dat ga ik bewijzen ook zie.’ Al blijft de intimiteit tussen het beoogde koppel zich wel te beperken door een verdiepinghoogte aan baksteen met zicht op tuinen enerzijds en een ruime tuinloze achterbouw anderzijds.

Pelsknuffelaar
Met een plofje liet ik me na de opruimingswerken in mijn fauteuil vallen en kreeg spontaan zin in een portie kattenknuffels. Met kriebelende vingertoppen overkeek ik het aanbod gesnorde snoeten in mijn buurt en plukte Jasper er uit. Niet zozeer omdat hij de leukste knuffels geeft, maar meer omdat hij amper een half metertje van mij verwijderd en half slapend uit zijn pootjesbed bengelde. Zo hoefde ik me niet helemaal recht te zetten en had ik meteen de dikste pelsknuffelaar in huis tegen me aan, twee vliegen in één klap zeg maar. Jaspertje liet zich deze kidnapping meer dan graag welgevallen en stretchte al zijn tenen en benen lekker veruit. Terwijl Dexter ons nogmaals voorbij schoof met zijn hoofd naast zijn staart genoot mijn lief wit exotische kacheltje even hard van dit intermezzo dan ik en we lieten haast synchroon een diepe genotzucht. De zomer is mooi als de zon schijnt.

Verleidingscapriolen
Nog zo’n bijzonder aardig kereltje, genaamd Felix kroop er al snel bij, al werden we het er niet meteen over eens of hij nu de wilde koers-en-of-verleidingscapriolen van zijn broer wilde ontvluchten of gewoon ook een portie knuffels in de wacht wilde slepen. In elk geval, het duurde niet lang of we hingen, lagen, rolden en genoten met vier levende wezentjes -waarvan slechts eentje met twee benen – van een geweldig spektakel waar onze kleine Dextermans ons op vergaste.

Vlekkenpoesmeid
Die dekselse Vlekkenpoesmeid zat ondertussen gewoon, schijnbaar ongeïnteresseerd voor al die show, op het muurtje haar voorpootjes en snoet te wassen tot ver achter haar oren, wat weeral verandering van weer voorspelde… in plaats van nog maar een beetje te doen of ze onder de indruk was… Pfff… Vrouwen… En hij deed nog wel zo hard zijn best.

Santenboetiek
Al kreeg die arme Dexter niet wat hij wou, qua bekijks genoot hij toch geen magere opkomst dankzij zijn achterban, al leek het wel of hij na verloop van tijd een teleurgesteld grimasje trok omdat zijn welverdiende aandacht voor hem vandaag uit de verkeerde hoek kwam. Niet dat de duts zich agressief posessief opstelde en vlekkenmeid meteen wou voorstellen aan alle ouders, tantes, nonkels en de hele santenboetiek inclusief grootouders of haar de ketting van een huwelijk cadeau wilde doen, maar we hadden toch wel erg met hem te doen omdat zijn vruchteloze verleidingsmanoeuvres – waar eerlijk gezegd en gezwegen qua subtiliteit zwaar aan geschaafd diende te worden – enkel een ongekunsteld schattige blik op haar frisnatte neusje, gevolgd door een likkend tongetje over een perfect gevlekt pootje opleverde.

“Al kreeg die arme Dexter niet wat hij wou, qua bekijks genoot hij toch geen magere opkomst dankzij zijn achterban…”

Meisjesparadijs
Dexter, geheel en al verliefd tot ver achter zijn snorharen en mega onschuldig door zijn deernisvolle oprechtheid, gaf het uiteindelijk toch op en posteerde zich heel even met zo’n blik als van regenboog gemaakt, waaraan je van ver kon zien dat hij de regels van Fibonacci lang niet onder de knie had, voor hij zich moeiteloos opkrulde voor een welverdiend dutje, daar die poort naar zijn ‘gevlekte’ meisjesparadijs ‘vooralsnog een tijdje’ onbereikbaar zou blijven. ‘Zeg nooit nooit,’ leek hij nog te zuchten voor hij zijn vermoeide oogjes sloot. Maar één ding is zeker, als het mooie vlekkenmeisje een beetje snel vroegtijdig zwanger raakt zal het in elk geval niet van mijn stoere Dexterman geweest zijn.

Schuinmarcheren
Met een intens tedere blik op mijn slankste smurfje strekte ik een arm uit en scharrelde naar een leesboek dat altijd trouw wacht op de rugleuning van mijn favoriete zetelhoek. Zo genoten wij kommerloos met zijn allen verder de dag uit in het warmoranje licht van een zwoele zomeravond, gevuld met kwieke vlinders, lome muggen, twirtelende vogeltjes, barbecuegeuren, het geluid van trage wandelaars en vermoeide kinderen en werden enkel nog even onderbroken door Jasper in een luttele poging tot schuinmacheren op zijn teddybeer…

Tiens… Zet het over????

 

Column: “Levensles van een sofasloor”

13 jun

Met een blik die het midden hield van iemand die leed aan chronische tulpenadoratie en er uitzag als vervallen adel met zijn – ik-wil-deze-week-absoluut-niet-luisteren-of-gekamd-worden-look, zou ik het vast mooi kunnen verwoorden in één rake zin, ware het niet dat ik zwak ben in stationsliteratuurschrijven. Maar zoals mijn witste vriendje daar zat op zijn disignerbedje, bleef het bij vrolijk fronsen en pijnlijk kijken naar mijn typvinger die absoluut niet mee wilde.

Witte broer
Jaspermans had tenslotte voor zichzelf besloten dat hij enkele dagen het varken ging uithangen en hield zich dus ook uitsluitend bezig met al wat in een normaal huisgezin vooral niet goedgekeurd kon worden. Zelfs Dexter, die normaal gezien zijn grote witte broer altijd steunt had er genoeg van – en dat wil wat zeggen.

Prutstpootjes
Hoewel Dexter duidelijk onderhevig was aan een voortdurende tweestrijd om zijn witte held ten allen tijde van straf te helpen ontlopen, goed te miauwen of te camoufleren én zijn uiterste best deed om de sfeer luchtig te houden, liet hij geregeld verstaan dat het voor hem heus wel iets minder wild kon en dat een beetje minder onstuimigheid vast beter was voor ieders welzijn. Helaas, de schervenweek was ingezet en Jaspers prutspootjes waren nooit ver weg.

Gareel
Jasper had zich trouwens eveneens keihard voorgenomen om elke straf aan zijn adres vierkant naast zich neer te leggen en daarna lustig te hernemen wat hij reeds gestart was. Het lijkt zwak om dit toe te geven, maar niets hielp om hem in het spreekwoordelijke gareel te houden. Charmant en demonstratief negeerde hij dus elke verwittiging of berisping van mens en medebroerpoes.

Felix die normaal de ‘hardy’ (lees bengel) in huis is, bleek al helemaal van zijn melk door het manifesterende gedrag van J. Wolkmans en dat kon je geregeld van zijn verwonderde snoet aflezen.

Shampoodood
Toen Jasper tenslotte statig de badkamer uitsniepte nadat hij alle potjes voor de tweede keer die dag in bad had gefriemeld en gekieperd waarbij Felixje dankzij enkele levensreddende reflexen – hem aangeboren – amper aan de shampoodood ontsnapte en daarna met zijn grootste heiligengezicht ging zitten triomferen, was ook voor hem de maat vol. Bedelend, miauwend en met een dikke hanglip kwam hij vertellen dat het zo echt niet langer meer kon. Een hoognodig mensmoeder-katzoon gesprek drong zich weeral op. Jasper moest en zou tot de orde geroepen worden. Als mens die alle rommel meestal diende op te ruimen, kon ik niet anders dan zijn verzoek pruilend inwilligen. Wij (de mensen) trokken na kort overleg onze conclusies en gingen onze mensenoudersinvloed wel eens even netjes en geweldloos laten gelden dat het hem lang zou heugen, want ondanks het feit dat de rommel die witte prutsmans veroorzaakte wel wat narigheid met zich meebracht, was het toch knap vervelend om een anders zo lieverdje hard te straffen. Het was vast een fase en iedereen heeft al eens zo’n fase vond ik, wat niet wil zeggen dat hij overal naadloos mee weg mag en kan blijven komen natuurlijk.

Algemeen Poezig Nederlands
Toen ik na het zoveelste gezinsonvriendelijk vandalismegetint prutskapriool mijn moment zag, schoot ik me achter mijn witte smurf aan die zichzelf ondertussen weeral geheel onschuldig maar met gespijkerde blik in de spiegel zat te bewonderen. Stil sloot ik de deur en besloot mijn op-één-na-oudste eens onder vier ogen te spreken. Na enig verzet –en mijn (loos) dreigement dat ik zijn neusje eens tussen zijn twee oren zou plaatsen- kwam het er eindelijk uit. Hij miauwde het me toe in één lange adem en begrijpend en geduldig, luisterde ik aandachtig. Jasper wou uit zijn brave imago van sofasloor breken en nam het opeens gewoon iets te drastisch aan. In feite was hij het gewoon een beetje moe dat iedereen hem steeds voor ‘Brave Rikkie’ aanzag, de witte snoes die nooit iets mispeutert, de brave knuffel die altijd tevreden is, de zetelklever, die groenogige schat die altijd subliem naar de achtergrond verdwijnt als er wat te beleven valt. Dit laatste murmelde hij mij toe in keurige poestaal en neergeslagen blik. Echt waar, Algemeen Poezig Nederlands had er niets aan, en ik besloot terstond dat de voorziene represailles veel malser zouden worden dan eigenlijk gepland was.

“Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde…”

Sloeberstreken
Na zijn uitgebreide relaas werd ik even stil, heel stil, om vervolgens hard in lachen uit te barsten en mijn lievelingsJaspertje eens goed te knuffelen. Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde. Ach, misschien werd het gewoon weer tijd voor een nieuwe lading afleiding in ons traditioneel doordeweeks gezinspatroon. Tenslotte heeft iedereen al eens nood aan iets anders en met de zomer in het vooruitzicht… Jaspertje wilde gewoon eens de kwajongen in huis zijn, de witte bliksem die met zijn durf en kracht iedereen verbijsterd achterliet en dat verklaarde zijn sloeberstreken van de laatste dagen. Het was niet meer dan dat en ik beloofde hem dat indien hij het iets minder drastisch aanpakte, wij hem niet meer gingen behandelen als die grote slaapmuts die hij anders was, ook al dut hij dan stellig meer dan de andere katers.

Na wat over en weer gekwebbel kwamen we uiteindelijk tot een compromis en Jasper beloofde op zijn lievelingsBrekkies om nooit meer met spreekwoordelijk bestek te smijten en als ie een probleem had, hij dat sneller zou uiten. Ik op mijn beurt, beloofde een en al oor te zijn als hij een probleem aankaartte zonder hem uit te lachen. Waar zijn ouders anders voor.

J. Wolkmans
Weet je, al mocht ik het hem niet laten merken, in feite was ik eigenlijk stiekem blij dat mijn Brave Rikkie zich eens manifesteerde, vóór zijn assertiviteit verschrompelde door dat comateuze zetelkleven. Zo besefte ik ook weer dat we niets of niemand vanzelfsprekend moeten nemen omdat het in feite al jaren zo zijn gangetje gaat en zo komen die beentjes weer eens van de grond, want natuurlijk trok ik de opzettende twijfel door naar vriendlief… nog zo’n braverd. Misschien kwam het net door het contrast in de anders zo brave volgzame Jasper dat ik mezelf opeens betrapte op het feit dat ik daar misschien helemaal niet genoeg bij stil sta. Een mens vervalt immers al gauw in gewoonten en routines… Misschien moest ik mijn tête à tête met J. Wolkmans maar schijnbaar achteloos doortrekken naar een vruchtbaar kabbelend gesprekje met schatlief, voor ook hij eventueel drang zou krijgen opeens drastisch te gaan doen met guitenstreken of erger nog, snode plannen om zichzelf te manifesteren… zo met die zomer in zicht en zo. Men wete immers maar nooit en alles is beter dan vervallen in voorzichtige zinloosheid. Je hebt trouwens niemands karakter in je zak wonen.

Harmonie
Die avond had ik dus dat vruchtbaar kabbelend gesprek met mijn tweebenige lieverd en die vond een beetje prikkeling op zijn tijd best een aanlokkelijk idee. Naderhand besloten we in gezinsconclaaf om op tijd en stond terug regelmatiger iets ongepland leuks te doen en zo leuke emoties op ongeziene wijze in onze oude traditie te hergieten, zodat onze bekende harmonie in glorieuze ere wordt hersteld. Al verdacht ik Jasper ervan hem reeds stiekem op de hoogte gebracht te hebben, want in mijn ooghoek zag ik een vette knipoog van mannelijk verstandhouding…

 

Dexters désexualisatie 2- De brigade van de zielige piepjes.

01 jun

We zijn nu drie weken verder in de tijd en de frustratie tussen Dexter en Felix heeft zich nog steeds niet genormaliseerd. Mijn kleine lieve huppeldepupjes waren zo goed als zichzelf, als je de karakterveranderingen niet meerekende. De nachten waren nog het ergst. Iedereen wilde bij moeke slapen, maar dat hield in dat er steeds eentje last had om zijn gevoeg te doen doordat hij niet rustig tot aan zijn bakje kon raken zonder op de hielen gezeten te worden door Dexter. Het appartement werd dus met posen in twee verdeeld.

Dweperige machotiener
Helaas kan ik mezelf niet tegelijkertijd verdelen over twee ruimtes en zo ontwikkelde zich ‘De brigade van de zielige piepjes.’ Heel schattig om aan te horen, helaas in de nachtelijke uren is dat wel wat anders. Felixje leefde nog steeds grotendeels boven op kasten, maar ik hoef hem er niet meer om de zoveel tijd af te plukken om hem naar een bordje te dragen, of naar zijn toilet. Er komt eindelijk wat schot in de zaak. Felixjes nieuwe bijnaam was haas, angsthaas en koning Dexter gedroeg zich ondertussen als een dweperige machotiener.

Geïsoleerd pineutje
Toch zag je in Felixjes ogen dat hij dolgraag wilde meespelen, of mee op bed liggen zoals in die goeie ouwe tijd (van drie weken geleden) en heel soms zag je hem op vakkundige wijze halsstarrig zichzelf en zijn trots bij elkaar schrapen. Met een scheef loensend oog beloerde mijn arm sociaal geïsoleerd pineutje dan de ruimte onder zijn kast af tot hij lef genoeg vond om af te dalen. Helaas doordat hij niet in zijn normale doen was en met gratis hulp van de zwaartekracht die zich opdrong, knalde hij er achter en bleef met een minuscuul gekreun even verbouwereerd zitten alvorens zijn geklaag, waarvoor hij tijdens de val geen tijd had gehad, opstartte.

Dat was voor Dexter het startschot geweest om zó plechtstatig voor de kast te gaan zitten dat ik Felixjes moed in zijn witte sokjes zag zakken, waardoor die als de wiedeweerga een sprint inzette richting golftoren, om even later door een uit schrik misgecalculeerde sprong drie seconde nadien miauwend aan de kast te bengelen.

Priepen
Met een wip had ik Dexter – voor de zoveelste keer – uit de lucht geplukt om hem met een grote grol terecht te wijzen en vervolgens in de wandelmand te stoppen. ‘Stoute poesjes moeten hun straf uitzitten,’ sprak ik hem streng toe ‘Felixbroertjes dienen niet om zo te pesten.’ Hij antwoordde even met iets dat het midden hield tussen ‘pff, zaag’ en ‘mag dat ook alweer niet?’ in een spottend miauwtje, alvorens mij aan te kijken met een kinderlijke blik. Toch bleef ik streng, hij bleef twintig minuten in de benchmand zoals in dergelijke omstandigheden gebruikelijk geacht wordt, ondanks zijn zielig priepend protest. Een moeder moet soms hard zijn ook al zag het er niet meteen uit dat sniepje frietel snel weer zou durven afdalen op eigen houtje.

Kat op de kastEnkele uren later was het etenstijd. Aangezien Dexter nu ook op strikt dieet staat, besloot ik hem tijdelijk naar de slaapkamer te lokken om hem daar met grote broer Tobias te voederen. Dat gaf mij lekker de gelegenheid om de twee andere sloebers een zakje Whiskas te geven. Die mochten tot nog toe alles nog eten en een beetje nattere voeding was goed voor Felixjes buik. ‘Voor de schuif,’ plachte ik het te vergoelijken, want die duts zat hem nu soms veel te lang op te houden naar mijn inziens. Dat was ook de perfecte manier om de andere twee niet de ogen uit te steken met dat lekkere vlees. Tenslotte kan je hen niet wijsmaken dat zij niets krijgen hé als ze er zo tuk op zijn. Het lijkt dan wel of ze gestraft zijn en dat is in dit geval qua eten niet zo.
Dexter liep mooi met gestrekte staart en bijpassende ronk mee naar de slaapkamer en Tobias volgde in zijn zog toen hij zag dat ik twee bordjes brokken bij had. Toen hun hoofdjes in hun bord verdwenen waren, sloot ik zachtjes de deur en sniepte snel naar de keuken. Op een wip en een tel zat Felixje naast me. Met zakjesvlees was hij dus goed te lokken. Dat werd genoteerd.

Sanitaire intermezzo’s
Toen ik na de maaltijd en de sanitaire intermezzo’s de slaapkamerdeur heropende, was ik getuige van een vertederend beeld. Tobias en Dexter lagen samen op bed en ik hoorde hem triestig meedelen aan zijn broer: ’Mijn specialiteit is eten en ik ben nu zó mager en toch zetten ze mij op regiem, erg hé broer.’ Tobiasje troostte hem met een tedere poot om zijn lijfje en een lek over zijn altijd vuile neusje.

‘Arme schat,’ zei ik en gaf hem knuffelend asiel. Felixje was ondertussen uit zichzelf terug naar zijn kastappartement getrokken en daar bleef die wel een tijdje. Omdat hij er de laatste dagen zo veel vertoefde had ik hem trouwens een nieuw matrassenbedje met wollen flap gekocht, waar hij niet af te slagen was. Veel malser dan die harde planken en een drink- en noodeetbakje werd ook tijdelijk geïnstalleerd. Alles om toch maar een beetje gezonde nachtrust te hebben.

“Na een kleine astrante confrontatie nummer kweetniethoeveel, vond ik mijn jongste miauwende zielsverwantjes tegenover elkaar in aanvalsmodus…”

Kruidje-roer-me-niet
Toen ging het twee nachten veel beter, tot ik de derde nacht opgeschrikt werd door een monstrueuze schreeuw die niet veel goeds beloofde. Na een kleine astrante confrontatie nummer kweetniethoeveel, vond ik mijn jongste miauwende zielsverwantjes tegenover elkaar in aanvalsmodus en dat bleek enkel de aanzet van een onweersconcerto. Felixje reageerde op Dexters stoere coupepoging met verre van devote vespers aan zijn adres, zo hard dat de funderingen er hier nog van naschudden. Ik was er effenaf niet goed van. Snel repte ik me om de onverlaten uit elkaar te houden en af te zonderen. Dit waren geen manieren. ‘Iedereen heeft recht om op zijn gemak naar ’t gemak te gaan,’ sprak ik Dexter weeral streng toe maar trillend verzonk hij in zijn kruidje-roer-me-niet-instelling en er was geen beginnen aan. Dus werd hij weer op straf gezet in de wandelmand, terwijl Felix snel naar de kattenbak trippelde waar hij hevig links en rechts kijkend grollend zijn gevoeg deed.

Elke dag is er een beetje beterschap in hun gedrag naar elkaar toe en regelmatig wordt er een nieuwe manier van straffen toegepast. Mijn uiterst grote leeuwengrol met aangepast poezenpootklauwend schijngedrag had even effect, evenals mijn boze kattenblaas en de inrichting van een heus kachot in een berging. Maar het blijkt steeds tijdelijk. Wanneer ik zie dat Felix van zijn kast wil en ik zie Dexter trillend op gang komen dan helpt het als ik naar hem blaas, allé, toch twee seconden. Als dat niet stopt na enkele keren komt de waterspuit boven met een natte nevelwolk. Dan zie je hem verwonderd inhouden.

Schrikkepineutje
Toch blijkt het moeilijk voor Dexter om zijn broertje dat hij voordien niet kon missen, terug te aanvaarden en je ziet gewoon dat Felixje hunkert naar die knuffels van toen. Het blijft een rare zaak. We kijken het nog een beetje aan zolang er beterschap is. Hopelijk helpt die spuit om dat haantjesgedrag in te perken lang genoeg om hem terug te doen inzien dat zijn broerke zijn liefste vriendje is. Mijn schrikkepineutje is in elk geval zijn lef aan het opbouwen en Dexter is al zover dat hij zichzelf na een wijzende vinger die gepaard gaat met iets van/of; ‘allé Zenne, azo nie hé, gij klein schandaal, zijdegij niet verlegen.. op wat trekt dat nu… ga maar een beetje afkoelen…’ waarna hij braaf met staartje in de lucht voorloopt in de richting van de vinger naar de kamer of berging om zijn tijd te gaan uitzitten. Na zijn straf is hij trouwens ook nooit rancuneus en komt hij meteen knuffelen. Een speciaal manneke hoor, beetje keikopje maar toch is het moeilijk er boos op te zijn of te blijven, al zijn hier het op harmonieus vlak momenteel nogal zware tijden…