RSS
 

Posts Tagged ‘humor’

De voorbeeldige slaper

03 okt

Na een zwart lapje nieuwsberichten vol verontrustende mededelingen en het schorre gekraak van een staartje onweer in de verte, snakten we weer naar de zorgeloosheid in de routine van het dagdagelijkse. Tobiasje had klaarblijkelijk het zelfde gevoel. Hij was twaalf mensenjaren oud en nog vol ambitie voor wat betreft ‘het schatje’ uithangen. Als een volleerde insluiper opende hij de deur naar de slaapkamer, vergewiste zich in één oogwenk of de kust wel vrij was van mededingers en posteerde zich op zijn lievelingsplaatsje op de poef aan het raam. Het leek net of hij een openbaring had en al zijn grieven tegen dat buitenhuis geweld al slapend ten gronde zou richten. Daarbij nestelde hij zich zo zorgzaam dat het niet lang duurde of de ruimte vulde zich met een heerlijk slaapknorretje dat ons in de huiskamer tegemoet kwam, als droomde hij vol heimwee over zijn jongere speeldagen.

Droommobiel
Glimlachend wisselde ik enkele vertederende knipogen met Jasper uit toen die quasi verwonderd onderzocht waar dat raadselachtig muziekje toch vandaan kwam. Tobiasje, zich van niets bewust murmelde ondertussen rustig verder in zijn slaap en enkele bibberende pootjes met dito snor lieten ons verstaan dat het een geweldig moment moest zijn in zijn droom. Nageltjes van zijn linker voorpoot tikten zacht tegen het raam toen zijn rechter bibberend-van-genot-pootje een nieuwe spurt leek in te zetten in zijn droommobiel. We lieten hem graag in zijn onbezorgdheid en trippelden de kamer uit.

Operatie “vetmest”
Omdat mijn gestreepte smurfje aan zijn welverdiende slaap zou toekomen – en ook omdat hij er gewoon zo schattig bij lag – besloot ik mijn andere friemels te vergasten op een ander stukje paradijselijkheid. Stil schoof ik de deur van de slaapkamer tegenaan en toverde in enkele tellen een surprisedineetje uit de koelkast. Een beetje platte vleierij als je het op de keper beschouwt, maar het helpt wel en ondertussen heeft die kleine Dexter nog eens een extraatje achter zijn kiezen om toch maar een beetje meer vlees rond zijn billetjes te krijgen. Hoog tijd dus om Dexters ‘operatie vetmest’ in te schakelen.

Bloemkool met kaas
Er was nog heel wat bloemkool met witte kaassaus over en daar was Dexter wild van. Aangezien de andere poezen dat wel lusten maar er lang niet zo wild op zijn als Dexter, draaide ik daar een recht uit de koelkast gekoeld zakje Whiskas onder, dat verzacht immers elk poezenhart. De grootste portie bloemkool was natuurlijk voor Dexters bordje. Vriendlief vond het ook helemaal niet erg om zijn favoriete kliekje te delen met de knuffels en vooral dan met slankmanske. –Weet je, ik denk dat die twee onder een hoedje spelen als het bloemkool betreft. Ik kan nooit genoeg maken.-

Het moment ik vier bordjes nam en een zakje vlees openscheurde, bewees het onontdekt zangtalent dat de keuken vulde eens te meer dat dit weer een recht-in-de-roos-idee was.

Stokstaartje
Aandachtig prakkend luisterde ik naar mijn hongerige keeltjes en tegen dat het prakje mooi oneerlijk verdeeld was over vier bordjes, waren mijn benen overknuffeld en mijn broekspijpen vol pels, om nog niet te spreken van stokstaart Dexter die liet zien hoe goed en hoe lang hij al op twee benen kon lopen. (Dat oneerlijk verdelen heeft wel zijn redenen hoor, dat u als lezer niet denkt dat er hier sprake is van lievelingskes en voortrekkerij, of erger nog, favoritisme. Neen, dat gebeurt enkel en alleen omdat Tobias en Dexter in feite op speciale voeding staan, Jasper lang niet alles lust als Tobias het niet heeft voorgeproefd en Dexter echt alles lust maar in feite niet meer mag. Dus is Felix de gelukkige winnaar van de grootste porties, zeg maar, al durf ik heel af en toe Dexters snackje iets steviger maken dan zou mogen omdat de duts door die eenzijdigere voeding nu toch zo slank blijft. Maar enkel heel af en toe.)

“Vreemd dat broertjes bord altijd net even interessanter lijkt dat het zijne…”

Tobiasje lijkt instinctief te weten wat goed voor hem is en is al blij met enkele hapjes om te proeven. Hem die ontzeggen kan ik niet maken omdat het anders zeker lijkt of ik hem straf terwijl de anderen lekkere tussendoortjes krijgen. Na enkele beten houdt hij het immers zelf voor bekeken en Felix komt na voor de opkuis. Dus dat is prettig geregeld.
Terwijl ik de bordjes voor de daartoe bedoelde snor op de grond posteer, hoeft enkel Felixje even gecorrigeerd te worden met een kleine flankduw tot hij aan zijn portie arriveert. Toch wel vreemd dat broertjes bord altijd net even interessanter lijkt dat het zijne, hoewel het zijne meer gevuld is. Of zou hij een klein schoeffeltje zijn?
Tobiasjes bord verdwijnt met een deksel op mooi even in de koelkast tot later of tot hij uitgeslapen is of raakt. Haja, iedere zijn deel.

Ruige Dexter
Met alle buikjes gevuld, inclusief extra’s – vriendlief incluis – en de afwas gedaan, mochten ook de tweebeners eindelijk een lui momentje inlassen. De zorgeloosheid straalde van ons af als een verworvenheid die rekening houdt met zijn genieters. Snel doken we een voor een de badkamer in om ons op ons gemak te zetten zoals ze dat hier zeggen en daarna knus tegen elkaar aan, met de zapper, naar een aflevering van Dexter kijken. Een veel ruigere Dexter dan ons lieve Dextertje, maar toch zijn we – toegegeven, ooit door de naam gelokt – gaandewijs een beetje verslaafd geraakt.

Uren later, lag Tobiasje nog steeds even lief en vredig te slapen toen we hem vervoegden. Hij was mooi en er leek niets te zijn dat hem kon ergeren. Zoals hij daar lag op zijn zomerzij, twee achterpoten van de poef gevallen en met enkele trillende snorharen en twee tandjes bloot, met zijn snoet naar het raam gekeerd, het leek bijna zondig om hem te storen.

Kiekjesmachine
Rustig en voldaan gingen we slapen tot ik enkele uren later wakker werd van wandelende pootjes en zag hoe mijn lievelingsstreepje zich ging nestelen op vriendlief en gewoon verder sliep. Met één hand rekte ik mij naar de schuif om de kiekjesmachine te nemen. Vriendlief klaagt immers af en toe dat hij niet belegerd wordt en ik verdenk hem er van een tikkeltje jaloers te zijn. Zo zie je maar, het is niet omdat je slaapt en niet bewust bent van het feit dat je als matras gebruikt wordt, dat het niet gebeurt. Gelukkig heb ik weerom een foto voor de map ‘geleverde bewijzen’.

Kleine regendruppels dansten vrij frivool voor de ramen en de geur van warmnatte zomer kwam binnen toen ik het nachtlampje weer uitklikte en mij glimlachend omdraaide voor nog een trokje. Heerlijk die geur…

 
 

Pixarpoes

05 sep

Mijn agenda gaf aan dat het weer tijd werd voor mijn maandelijkse bijdrage aan mijn favoriete kattensite en ik was er helemaal voor gaan zitten met een glaasje roze pompelmoessap van Appelsientje (iedereen heeft zo zijn favorietjes.)

Vast
Met een hoop gedonder op de achtergrond probeerde ik enkele tellen de rampzalige dreiging van een woest sneeuwonweer dat hier boven de dakpannen zweefde te vergeten. Nadenkend over wat we nu weer zouden gaan schrijven, monsterde ik mijn lievelingen en hoopte stiekem dat ze me als altijd op een grandioos idee zouden brengen. Het ergste van de hele zaak was eigenlijk dat ik amper durfde te bekennen dat het verlangen om een heerlijk stukje te schrijven groter was dan mijn schrijfmuze actief. Nu moet ieder normaal denkend mens toegeven dat het helemaal niet zo’n schande is om even ‘vast’ te zitten, al is het knap frustrerend voor iemand die de gewoonte heeft zijn beloften in te lossen.

Sokkenbreier
Ondertussen zat vriendlief bij mijn tokkelend gepruttel tegen mijn bierkaai ongegeneerd te grijnzen met die zachte uitstraling van iemand die wel eens sokken durft te breien (al heeft hij zich daar nooit aan gewaagd).

Tobiasje lag onderwijl geruststellend met regelmatige ronkvibratie mijn schoot op te luisteren met zijn verrukkelijke versie van: ‘Ik snor de pannen van het dak,’ van ‘Myra Miauw, terwijl Jasper gehypnotiseerd naar buiten keek. Gefrustreerd tokkelden mijn vingers er wat op los met een mengeling van bezorgdheid en verwarring omdat er maar geen lijn kwam te zitten in mijn losse flarden.

Witte frutseltjes
In een ooghoek zag ik hoe Felixje bij het raam aanschoof, geïntrigeerd door die rare witte frutseltjes die uit de lucht bleken te vallen en eens op de grond in het niets verdwenen. Dat het tot nog toe smeltende sneeuw betrof begreep hij niet. Wist hij veel en als binnenhuistijgertje hoefde je al die buitendingen ook niet onder de poezenknie te krijgen, hé.

Gebiologeerd staarden twee kopjes dus door het raam en de andere twee kopjes met pluizige oren hielpen mij vlijtig bij mijn zoveelste huzarenstukje waarbij ik halsstarrig tracht niet in herhaling te vallen. Schattig toch als de taken zo verdeeld zijn zonder dat er vergaderingen aan te pas komen. Onbewust hadden mijn poezels de basisregels van wellevendheid aan elkaar overgeleverd. Mijn hart zwol van trots in mijn borstje, wij hadden hier flinke kindjes.

Vertelserenades
En toen opeens trad mijn verhalend verstand in werking, ik kreeg een verbazingwekkende zachte ingeving, voelde de spanning tot in mijn lendenen en tokkelde de stoom uit mijn klavier met een vage glimlach rond mijn mond omdat ik gelukkig weer bespaard zou blijven van een zware psychologische kater door het niet kunnen inleveren van een verhaaltje. In de plaats van een echt verhaaltje te schrijven zou ik even experimenteren met een broeierige mix. Een zogenaamd lijstje dat het zware werk van een gelegenheidscolumnist weergeeft, aangevuld met enkele speciale eigenschappen van mijn schatjes en ik besloot met Dexterman te beginnen. Hij is immers zo’n altijd gelukkig poesje dat wanneer ik al zijn vertelserenades per strekkende meter rode loper zou kunnen leggen, ik een halve stad kon doorkruisen op twee dagen.

Hypergestileerd
Dexter, terstond helemaal opgetogen dat hij zijn naam op mijn scherm zag verschijnen, kroop langs mijn borst omhoog om zich half op de leuning en half over mijn schouders te draperen, draaide een hypergestileerde krul in zijn staartje, gaf mij een natte-neus-kus tegen mijn oor en trok vervolgens met zijn oogjes op leesonderzoek. Je zag hem denken; ‘eindelijk ze is gelanceerd geraakt!’ Ook charmezanger Tobias was nog steeds in topvorm.

Ik tokkelde verder… ‘Op zijn prettig gestoorde manier die hem alleen zo eigen is, snorde hij voorbij met zijn hoofd naast zijn billen en uitte daarbij een indianenkreet om ú tegen te zeggen. Je moet het bijna beleefd hebben om te begrijpen, deze manoeuvre is haast onbeschrijfbaar…’ Dexter was het er mee eens, deze manier van doen was zijn specialiteit en had niemand anders zo onder de stijve knietjes.

Mijn lijnen vulden zich… Het is nu eenmaal weerom een bewezen feit; schattige poesjes verzorgen meer leesvoer dan een meter worst.

“Ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje…”

Pasgeboren nijlpaard
Dexter vond dat hij die worst eerst moest zien en ik noteerde: ‘eerst worst tonen aan Dexter en dan beslissen wat te doen met deze paragraaf.’ In de kamer hing een soft-focus-effect en niet veel later zette ik met een onwezenlijk opgeluchte glimlach het laatste punt van deze bijdrage. Mijn belofte aan mezelf was weer ingelost en nu kon ik met een gerust geweten het weekend ingaan. Dexter kroop even van mijn schouder en las de kladprint ter redigatie mee, even lief, onschuldig en onhandig als een pasgeboren nijlpaard toen hij van te veel voorzichtigheid tijdens het afdalen de tafel afdonderde. Zijn springpootjes zijn nog steeds niet wat ze moeten zijn en twee dingen gelijk doen zijn niet echt aan hem besteed.

Zonder ondertitels
Jaspertjes silhouet tekende zich ondertussen scherp af tegen de onweerlucht die stilaan leek uit te klaren. Het viel mij op hoe hij daar zat, leesbaar als een film zonder ondertitels; snor naar beneden, oogjes wijd open, pootjes op half zeven en zijn achterwerkje werd bekroond door een pluizige droomkrul die hij trots en met veel omhaal in zijn staartje draaide. Met een gerichte beweging plofte hij zijn hoofdje vervolgens schijnbaar verveeld op zijn voorpoten, liet even een zucht tussen twee luidruchtige hemeldonders door en ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje. Hij is immers zo knuffelbaar en heeft zoveel funky poses en een bijna mythische status in huize Dendermonde, dat hij vast een blitse kaskraaktrekker zou zijn.

Jasper beantwoordde mijn denkkronkel met een lange uitgerekte stretch waarbij hij mij ietwat bekeek met een blik waarin ik las dat hij zich duidelijk afvroeg of ik ze wel nog alle vijf op een rij had, maar dat deerde mij allerminst.

Communicatiesoftware
Ach, we lijken hier misschien voor velen een bizar allegaartje maar het is gewoon heerlijk hoe wij hier onze eigen draadloze communicatiesoftware toepassen. Onze inspiraties zullen nooit beteugeld worden en op onze eigen onovertroffen wijze ontbreekt het ons aan knuffelgehalte ook al niets. Van poesjes wordt je gewoon vrolijk en wat kan een mens nu in feite nog meer verlangen???

 

Crème de Miauw

08 aug

‘In katerland met één kattin is haar krolse buikmiauw koning,’ vergaf ik mijn slankste spruit voor de tiende keer die avond toen hij met zichzelf weer eens geen blijf meer wist en als een dolle hond door de huiskamer tolde. Het tweede paarseizoen zat er aan te komen en de arme duts zijn friemeltje hormonenorgaan dat verondersteld werd volledig verwijderd te zijn, bleek om een of andere onverklaarbare reden toch nog vrij actief te zijn betreffende het leuke halfwas-krolse-vlekkenpoesje met indrukwekkende snor uit de buurt dat zichzelf luidop en wulps aankondigde in de achtertuinen hier.

Hintzinnen
Dus raapte ik met een evenveelste vergevingsgezinde zucht zijn gemaakte stort achter zich op – mijn hintzinnen voor leuke verhaaltjes – en trachtte het algemene bioritmeniveau in huis wat lucht in te blazen door het raam open te zetten, in de hoop dat een frisse wind elk gek verstandje zou verluchtigen. Dexter daarentegen leek te denken: ‘ergens diep in mij ben ik nog een prieteltje man. Daar ben ik fier op en dat ga ik bewijzen ook zie.’ Al blijft de intimiteit tussen het beoogde koppel zich wel te beperken door een verdiepinghoogte aan baksteen met zicht op tuinen enerzijds en een ruime tuinloze achterbouw anderzijds.

Pelsknuffelaar
Met een plofje liet ik me na de opruimingswerken in mijn fauteuil vallen en kreeg spontaan zin in een portie kattenknuffels. Met kriebelende vingertoppen overkeek ik het aanbod gesnorde snoeten in mijn buurt en plukte Jasper er uit. Niet zozeer omdat hij de leukste knuffels geeft, maar meer omdat hij amper een half metertje van mij verwijderd en half slapend uit zijn pootjesbed bengelde. Zo hoefde ik me niet helemaal recht te zetten en had ik meteen de dikste pelsknuffelaar in huis tegen me aan, twee vliegen in één klap zeg maar. Jaspertje liet zich deze kidnapping meer dan graag welgevallen en stretchte al zijn tenen en benen lekker veruit. Terwijl Dexter ons nogmaals voorbij schoof met zijn hoofd naast zijn staart genoot mijn lief wit exotische kacheltje even hard van dit intermezzo dan ik en we lieten haast synchroon een diepe genotzucht. De zomer is mooi als de zon schijnt.

Verleidingscapriolen
Nog zo’n bijzonder aardig kereltje, genaamd Felix kroop er al snel bij, al werden we het er niet meteen over eens of hij nu de wilde koers-en-of-verleidingscapriolen van zijn broer wilde ontvluchten of gewoon ook een portie knuffels in de wacht wilde slepen. In elk geval, het duurde niet lang of we hingen, lagen, rolden en genoten met vier levende wezentjes -waarvan slechts eentje met twee benen – van een geweldig spektakel waar onze kleine Dextermans ons op vergaste.

Vlekkenpoesmeid
Die dekselse Vlekkenpoesmeid zat ondertussen gewoon, schijnbaar ongeïnteresseerd voor al die show, op het muurtje haar voorpootjes en snoet te wassen tot ver achter haar oren, wat weeral verandering van weer voorspelde… in plaats van nog maar een beetje te doen of ze onder de indruk was… Pfff… Vrouwen… En hij deed nog wel zo hard zijn best.

Santenboetiek
Al kreeg die arme Dexter niet wat hij wou, qua bekijks genoot hij toch geen magere opkomst dankzij zijn achterban, al leek het wel of hij na verloop van tijd een teleurgesteld grimasje trok omdat zijn welverdiende aandacht voor hem vandaag uit de verkeerde hoek kwam. Niet dat de duts zich agressief posessief opstelde en vlekkenmeid meteen wou voorstellen aan alle ouders, tantes, nonkels en de hele santenboetiek inclusief grootouders of haar de ketting van een huwelijk cadeau wilde doen, maar we hadden toch wel erg met hem te doen omdat zijn vruchteloze verleidingsmanoeuvres – waar eerlijk gezegd en gezwegen qua subtiliteit zwaar aan geschaafd diende te worden – enkel een ongekunsteld schattige blik op haar frisnatte neusje, gevolgd door een likkend tongetje over een perfect gevlekt pootje opleverde.

“Al kreeg die arme Dexter niet wat hij wou, qua bekijks genoot hij toch geen magere opkomst dankzij zijn achterban…”

Meisjesparadijs
Dexter, geheel en al verliefd tot ver achter zijn snorharen en mega onschuldig door zijn deernisvolle oprechtheid, gaf het uiteindelijk toch op en posteerde zich heel even met zo’n blik als van regenboog gemaakt, waaraan je van ver kon zien dat hij de regels van Fibonacci lang niet onder de knie had, voor hij zich moeiteloos opkrulde voor een welverdiend dutje, daar die poort naar zijn ‘gevlekte’ meisjesparadijs ‘vooralsnog een tijdje’ onbereikbaar zou blijven. ‘Zeg nooit nooit,’ leek hij nog te zuchten voor hij zijn vermoeide oogjes sloot. Maar één ding is zeker, als het mooie vlekkenmeisje een beetje snel vroegtijdig zwanger raakt zal het in elk geval niet van mijn stoere Dexterman geweest zijn.

Schuinmarcheren
Met een intens tedere blik op mijn slankste smurfje strekte ik een arm uit en scharrelde naar een leesboek dat altijd trouw wacht op de rugleuning van mijn favoriete zetelhoek. Zo genoten wij kommerloos met zijn allen verder de dag uit in het warmoranje licht van een zwoele zomeravond, gevuld met kwieke vlinders, lome muggen, twirtelende vogeltjes, barbecuegeuren, het geluid van trage wandelaars en vermoeide kinderen en werden enkel nog even onderbroken door Jasper in een luttele poging tot schuinmacheren op zijn teddybeer…

Tiens… Zet het over????

 

Column Sabine Luypaert: “Gesjareld”

11 jul

Iemand van de vakbond heeft hier hopelijk een oplossing voor, maar als ik de zomervakantie voel aankomen hou ik mijn hart al vast voor de vele arme huisdieren die her en der zomaar afgezet worden door onverantwoordelijke sujets. Ja, sujets, want iemand die zo iets doet is in mijn ogen geen mens. Van zodra de eerste vondelingverhalen weer de ronde doen, voel ik het al onder mijn huid kriebelen. Ongehoord maar helaas, elk jaar weer droeve realiteit.

Laf
Geen ervaringsdeskundige zijnde maar wel al genoeg geconfronteerd met nestjes en dozen kittens, hondjes die aan bomen gebonden worden en ander leed, wordt een dierenliefhebber er steeds bewuster mee geconfronteerd dat er een andere gemoedelijkere wereld moet bestaan voor de arme schepseltjes die deze laffe daden niet overleven.

Sleurhut
Gelukkig zijn er wel nog mensen die hun huisdier graag zien. Zo zijn er onze bijnaburen die elk jaar hun sleurhut uit de garage trekken, schoonmaken, volproppen en dan enkele dagen later, vrolijk toeterend met hun hele gezin, waarvan twee kinderen, twee honden – en geen kleintjes – een poes en een hamster de uittocht richting Frankrijk inzetten. Een mens wordt er warm van en steevast komen ze een dikke drie weken later terug… met sleurhut, hebben en houden, de hele santenboetiek dieren, kinderen inclusief, en een immense navakantielach met dito kleur. Helemaal uitgewaaid en herbrond voor een nieuw jaar vol sleur, school, werk en verplichtingen. We wuiven ze graag uit, het is ook steeds zo’n leuke bende om te zien vertrekken. Telkens dat moment aanbreekt heb ik zo het gevoel van ‘nu is het echt zomer’ en dan krijgt een mens zin in de gekste dingen. Het seizoen van BBQ, Mojito, klussen en leuke daguitstapjes is dan officieel aangebroken.

Uitwuiven
Enkel Jasper heeft het helaas niet zo op die uitwuifperikelen. Van zodra hij het nogal uitbundige gelach van de vertrekkende vakantiegangers opmerkt, zie je hem vol afschuw kijken en binnen enkele tellen wisselt hij zijn zo comfortabele en favoriete plekje in voor een donker hoekje waar hij dan steevast enkele uren gaat zitten monkelen terwijl hij door een deurspleet zodanig alles afspiedt dat hij er haast scheel van kijkt.

Oeroud instinct
Wanneer de vrolijke meute vertrokken is en de omgeving weer lijkt tot rust te komen, zie je hem na een halfuurtje quasi verbaasd uit zijn veilige oord trippelen met die typische Jasperhumor, terwijl hij haast als een brutaaltje zijn witpluizige achterwerk vrolijk heen en weer schudt. Niets wijst er dan nog op dat hij enkele uren tevoren angstig weggesniept was. Op Dexters snoet, die je dan bijna achterwaarts – jaja, inderdaad achterwaarts, geen zicht maar wel erg grappig – in diens zog ziet waggelen, lees je de pienterheid van een oeroud instinct dat hem ingeeft de ‘oudere groten’ voor te laten gaan om de veiligheid te testen en daarna als een volleerde toneelspeler – zo leek hij immers stoer en nergens bang voor – elegant in de buurt van grote broer te nestelen alsof er van de hele dag geen vuiltje aan de lucht geweest was. Na vijf minuten schijnbare onderdanigheid liggen de twee dan vriendschappelijk tegen elkaar leunend groot toilet te houden, waarbij geen enkele teen overgeslagen wordt.

“Voor ons gerijpte poezenliefhebbers het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen en een schrijfmoment voor mij…”

Siësta
Die dag, na de vrolijke uittocht van onze bijna-buren en toen de zwoelte van de zomer zich liet gevoelen, gingen we na een iets te lang uitgevallen siësta en een badkamerbezoekje allemaal okselfris de namiddag tegemoet. Het is te zeggen, buiten Jasper om dan, die was na zijn vermoeiende schoonmaak weer in slaap gevallen op zijn pootjesbed en snurkte met open mond ongegeneerd nog een boompje door.

Grijze cellen
Voor ons gerijpte poezenliefhebbers het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen en een schrijfmoment voor mij, want volgende week is het weer mijn beurt op De Kattensite en het wordt dus de hoogste tijd om die grijze cellen nog eens te kriebelen.

Columnkriebel
De avond tevoren hadden we helaas naar de SM-rechter gekeken en ik geloof dat mijn katermannetjes daar allemaal nog zo van onder de indruk waren dat geen van allen puf leek te hebben om zelfs maar een minicapriooltje uit te steken dat mijn columnkriebel eer aan kon doen, of was het de zinderende warmte. Na enkele diepe zuchten van mijntenwege sleepte ik mijn stilaan verbrandende lichaam deemoedig richting schrijfzetel en verorberde van pure wanhoop nog drie rode pruimen en een half smeltende Leoreep. Omdat mijn inspiratie weg bleef, nam ik er een roman bij van een schrijvende vriendin ter tijdpassering en twijfelde of ‘het’ vandaag nog zou komen.

Wit wolkje
In mijn ooghoek zag ik opeens enkele weldoorvoede gestalten naderbij schrijden en het eerste aanbiddelijk silhouet met gestroomlijnde rug werd even later enkel van mij gescheiden door een lange schaduw. Al snel streelde een witte natte neus de mijne om aandacht op te eisen en hoewel ik mijn uiterste best deed mijn zogenaamde aandacht op mijn boek te houden, werd Jaspers volhouden al snel knuffelend beloond. Vertederende aanbiddelijkheid heeft hij, mijn witte wolkje en probeer daar maar eens tegenin te gaan. Tobiasje bracht zijn rode speelmuis mee tussen zijn tanden en liet ze vallen naast mijn voeten om er meteen – veel kunstiger dan ik verwacht had – op te vliegen. Pootjes die grotendeels in het luchtledige maaiden van verrukking, maakten al snel geen onderscheid meer tussen speelmuis en moekesbeen. Auw.

Zomer
Felix had er intussen zijn zomerse vocabulaire bijgenomen om aan te geven dat hij ook nog naar een plaatsje solliciteerde op mijn schoot. Waardoor Dexter jammerend begon te kneuten omdat mijn met mij gevulde zetel vol lag met broeremansen en hij er niet meer bij kon terwijl de anderen hem – buiten Tobias – voldaan en slaperig beloerden. Dat stond hem allerminst aan. U merkt het, de macht en de aard van de poezelige omstandigheden zorgden er voor dat er niet meer gelezen en nog veel minder geschreven werd, want probeer dat zelf maar eens onder zo’n berg friemelend gemiauw. Ik kon het wel zwetend schudden voor vandaag. Maar ach, ik had nog enkele dagen en het is maar één keer officieel zomer… toch?

 

Column: “Levensles van een sofasloor”

13 jun

Met een blik die het midden hield van iemand die leed aan chronische tulpenadoratie en er uitzag als vervallen adel met zijn – ik-wil-deze-week-absoluut-niet-luisteren-of-gekamd-worden-look, zou ik het vast mooi kunnen verwoorden in één rake zin, ware het niet dat ik zwak ben in stationsliteratuurschrijven. Maar zoals mijn witste vriendje daar zat op zijn disignerbedje, bleef het bij vrolijk fronsen en pijnlijk kijken naar mijn typvinger die absoluut niet mee wilde.

Witte broer
Jaspermans had tenslotte voor zichzelf besloten dat hij enkele dagen het varken ging uithangen en hield zich dus ook uitsluitend bezig met al wat in een normaal huisgezin vooral niet goedgekeurd kon worden. Zelfs Dexter, die normaal gezien zijn grote witte broer altijd steunt had er genoeg van – en dat wil wat zeggen.

Prutstpootjes
Hoewel Dexter duidelijk onderhevig was aan een voortdurende tweestrijd om zijn witte held ten allen tijde van straf te helpen ontlopen, goed te miauwen of te camoufleren én zijn uiterste best deed om de sfeer luchtig te houden, liet hij geregeld verstaan dat het voor hem heus wel iets minder wild kon en dat een beetje minder onstuimigheid vast beter was voor ieders welzijn. Helaas, de schervenweek was ingezet en Jaspers prutspootjes waren nooit ver weg.

Gareel
Jasper had zich trouwens eveneens keihard voorgenomen om elke straf aan zijn adres vierkant naast zich neer te leggen en daarna lustig te hernemen wat hij reeds gestart was. Het lijkt zwak om dit toe te geven, maar niets hielp om hem in het spreekwoordelijke gareel te houden. Charmant en demonstratief negeerde hij dus elke verwittiging of berisping van mens en medebroerpoes.

Felix die normaal de ‘hardy’ (lees bengel) in huis is, bleek al helemaal van zijn melk door het manifesterende gedrag van J. Wolkmans en dat kon je geregeld van zijn verwonderde snoet aflezen.

Shampoodood
Toen Jasper tenslotte statig de badkamer uitsniepte nadat hij alle potjes voor de tweede keer die dag in bad had gefriemeld en gekieperd waarbij Felixje dankzij enkele levensreddende reflexen – hem aangeboren – amper aan de shampoodood ontsnapte en daarna met zijn grootste heiligengezicht ging zitten triomferen, was ook voor hem de maat vol. Bedelend, miauwend en met een dikke hanglip kwam hij vertellen dat het zo echt niet langer meer kon. Een hoognodig mensmoeder-katzoon gesprek drong zich weeral op. Jasper moest en zou tot de orde geroepen worden. Als mens die alle rommel meestal diende op te ruimen, kon ik niet anders dan zijn verzoek pruilend inwilligen. Wij (de mensen) trokken na kort overleg onze conclusies en gingen onze mensenoudersinvloed wel eens even netjes en geweldloos laten gelden dat het hem lang zou heugen, want ondanks het feit dat de rommel die witte prutsmans veroorzaakte wel wat narigheid met zich meebracht, was het toch knap vervelend om een anders zo lieverdje hard te straffen. Het was vast een fase en iedereen heeft al eens zo’n fase vond ik, wat niet wil zeggen dat hij overal naadloos mee weg mag en kan blijven komen natuurlijk.

Algemeen Poezig Nederlands
Toen ik na het zoveelste gezinsonvriendelijk vandalismegetint prutskapriool mijn moment zag, schoot ik me achter mijn witte smurf aan die zichzelf ondertussen weeral geheel onschuldig maar met gespijkerde blik in de spiegel zat te bewonderen. Stil sloot ik de deur en besloot mijn op-één-na-oudste eens onder vier ogen te spreken. Na enig verzet –en mijn (loos) dreigement dat ik zijn neusje eens tussen zijn twee oren zou plaatsen- kwam het er eindelijk uit. Hij miauwde het me toe in één lange adem en begrijpend en geduldig, luisterde ik aandachtig. Jasper wou uit zijn brave imago van sofasloor breken en nam het opeens gewoon iets te drastisch aan. In feite was hij het gewoon een beetje moe dat iedereen hem steeds voor ‘Brave Rikkie’ aanzag, de witte snoes die nooit iets mispeutert, de brave knuffel die altijd tevreden is, de zetelklever, die groenogige schat die altijd subliem naar de achtergrond verdwijnt als er wat te beleven valt. Dit laatste murmelde hij mij toe in keurige poestaal en neergeslagen blik. Echt waar, Algemeen Poezig Nederlands had er niets aan, en ik besloot terstond dat de voorziene represailles veel malser zouden worden dan eigenlijk gepland was.

“Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde…”

Sloeberstreken
Na zijn uitgebreide relaas werd ik even stil, heel stil, om vervolgens hard in lachen uit te barsten en mijn lievelingsJaspertje eens goed te knuffelen. Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde. Ach, misschien werd het gewoon weer tijd voor een nieuwe lading afleiding in ons traditioneel doordeweeks gezinspatroon. Tenslotte heeft iedereen al eens nood aan iets anders en met de zomer in het vooruitzicht… Jaspertje wilde gewoon eens de kwajongen in huis zijn, de witte bliksem die met zijn durf en kracht iedereen verbijsterd achterliet en dat verklaarde zijn sloeberstreken van de laatste dagen. Het was niet meer dan dat en ik beloofde hem dat indien hij het iets minder drastisch aanpakte, wij hem niet meer gingen behandelen als die grote slaapmuts die hij anders was, ook al dut hij dan stellig meer dan de andere katers.

Na wat over en weer gekwebbel kwamen we uiteindelijk tot een compromis en Jasper beloofde op zijn lievelingsBrekkies om nooit meer met spreekwoordelijk bestek te smijten en als ie een probleem had, hij dat sneller zou uiten. Ik op mijn beurt, beloofde een en al oor te zijn als hij een probleem aankaartte zonder hem uit te lachen. Waar zijn ouders anders voor.

J. Wolkmans
Weet je, al mocht ik het hem niet laten merken, in feite was ik eigenlijk stiekem blij dat mijn Brave Rikkie zich eens manifesteerde, vóór zijn assertiviteit verschrompelde door dat comateuze zetelkleven. Zo besefte ik ook weer dat we niets of niemand vanzelfsprekend moeten nemen omdat het in feite al jaren zo zijn gangetje gaat en zo komen die beentjes weer eens van de grond, want natuurlijk trok ik de opzettende twijfel door naar vriendlief… nog zo’n braverd. Misschien kwam het net door het contrast in de anders zo brave volgzame Jasper dat ik mezelf opeens betrapte op het feit dat ik daar misschien helemaal niet genoeg bij stil sta. Een mens vervalt immers al gauw in gewoonten en routines… Misschien moest ik mijn tête à tête met J. Wolkmans maar schijnbaar achteloos doortrekken naar een vruchtbaar kabbelend gesprekje met schatlief, voor ook hij eventueel drang zou krijgen opeens drastisch te gaan doen met guitenstreken of erger nog, snode plannen om zichzelf te manifesteren… zo met die zomer in zicht en zo. Men wete immers maar nooit en alles is beter dan vervallen in voorzichtige zinloosheid. Je hebt trouwens niemands karakter in je zak wonen.

Harmonie
Die avond had ik dus dat vruchtbaar kabbelend gesprek met mijn tweebenige lieverd en die vond een beetje prikkeling op zijn tijd best een aanlokkelijk idee. Naderhand besloten we in gezinsconclaaf om op tijd en stond terug regelmatiger iets ongepland leuks te doen en zo leuke emoties op ongeziene wijze in onze oude traditie te hergieten, zodat onze bekende harmonie in glorieuze ere wordt hersteld. Al verdacht ik Jasper ervan hem reeds stiekem op de hoogte gebracht te hebben, want in mijn ooghoek zag ik een vette knipoog van mannelijk verstandhouding…