RSS
 

Archief voor de ‘Humor’ categorie

Poes met klasse

30 nov

Zoals u ziet heb ik de looks van een basebalspeelpoes maar ben in feite een ware een salondanser, zij het zonder vrouwelijk heupgedraai.
Mijn witte broer daarentegen is fysiek de uiterlijke tegenpool van mij. Hij flaneert met zijn sierlijke 15 centimeter lange sneeuwpels en dito pluimstaart, maar is op en top man. Iets meer dan ik soms, hoewel, ik dat weer ten stelligste afstrijd in eender welke toevallige publieke ruchtbaarheid.

Klein verstandje
Zelf ben ik als een kind. Lief, ondeugend en toch weerbaar. Sommigen durven zeggen dat er niet veel kats in mij zit, maar dat is van domheid zeg ik dan.
Sommige mensen zeggen zelfs dat ik een klein verstandje heb als het op kat zijn aankomt, maar dat weerleg ik dan meestal op mijn eigengereide manier. Mijn poten jeuken steevast van zo’n lelijke opmerking en met een grol en een streepje versgeplaatste tattoo op hun arm, kunnen ze er dan later het hunne van denken. Een Tobiasje beledigt men niet voor niets. Daarna ga ik een kwartier misnoegd in mijn zetel liggen. Pfff.

Gecondenseerde melk
Ik ben zo kat als ik maar zijn kan. Iedereen heeft toch zijn eigenaardigheden? Kan ik er wat aan doen dat ik nu eenmaal liever bieslook eet dan gehakt? Dat ik gecondenseerde gesuikerde melk lekkerder vind dan Whiskas? Dat er maar één vleessoort is die me kan verleiden en waar ik mijn droge korrels voor laat staan zijnde bloederig rosbief. En zeg nu niet dat dát niet kats is.

Elegante billen
Wanneer mijn bazinnetje eens een lekkere pitaschotel meebrengt, ga ik mooi in smeekmodus naast haar bord zitten (op de toegelaten en aangeleerde afstand). Doch, als ze dan even niet kijkt, besluip ik in stilte die hoop lekkernij en kidnap daar de lekkerste griekse peper af. Dat doe ik dan met zo een elegantie dat zelfs de meest opmerkzame kijker niet merkt dat er een putje verdwenen is uit de berg eten. Ooit durfde een attentere bezoeker mij daarvoor uitlachen. Hij beweerde dat zulks geen kattenmanieren waren. Dat ik wel een vreemd beest moest zijn, afgezant van een of andere aliën, en dat enkel en alleen omdat die peper me toevallig meer aansprak dan dat pitavlees. Nou geloof me maar, die zin zal die onverlaat nog lang heugen. Meteen heb ik mijn elegante billen naar hem gedraaid, en voor hij op zijn knieën vergiffenis vraagt voor deze lelijke uitlatingen, zal het tij bij mij niet keren. Liever op mijn mat alleen liggen dan op een schoot van een mens die geen kats verstaat.

“Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties…”

Diefjesjacht
Trouwens, wanneer we dan eens de kans krijgen een pitaschotel te besluipen, komt mijn witte pluimstaartbroer gewillig helpen kijken. Hij vraagt mij ook steevast om voor de verandering toch eens een stuk van dat pitavlees te nemen, dan heeft hij ook wat.
Nou, mijn motto is, als ik dief dan dief ik mijn preferenties. En mijn voorkeur gaat nu eenmaal niet uit naar vlees. Dat neem je als er niets anders meer voorhanden is. Zo zit dat. Hij moet maar meer lef kweken en zelf op diefjesjacht gaan. Hoog tijd dat pluimstaartbroer op zijn eigen witte pootjes begint te staan. Voorproeven is al lang niet meer van deze tijd en Dexter en Felixjes bevestigen dat ruimschoots.

Kwietje
Daardoor vindt Jasper mij dan weer een raar kwietje, maar anderzijds kan ik net hetzelfde van hem zeggen. Ergens zijn wij elkaars tegenpolen en toch blijken we zo gelijk. Zo lust hij bijvoorbeeld geen rosbief, zelfs geen bloederige? Als je dat dan kat kan noemen?
Maar onze liefde voor ons moeke delen wij wel allemaal. Haar durven sommigen wel eens gezellig gestoord vinden, wij weten waarom.

Zo zie je maar. Ieder heeft zijn eigenaardigheidjes, zo ook wij. En ik ben er trots op een echt Tobiasje te zijn.

Tot miauws met poot en neusjeswrijfknuffelkus,

Tobiasje x

 

Pieteneuters

31 okt

Deze morgen, voor wekkertijd was ik al meermaals afgedwaald in mijn gedachtendromen. Niet dat mijn poezels wonderkinderen zijn, maar toch betrapte ik mijzelf erop twee gulzige tranen van geluk uit mijn slaapogen te vegen toen ik mijn vierpotige engeltjes knuffelde bij wijze van ochtendritueel. Nog amper adem durfde ik te happen terwijl ik behoedzaam de draad trachtte op te pikken van een zalige droom en waarachtig, het lukte een heel klein beetje. Toegegeven, het was ook een heel klein beetje een dekmantel om niet meteen uit die warme knusse bedstee te hoeven.

Imperfecties
Zo begon die vrijdag na een hectische donderdagavond met een lieflijk ronkend rumoer en het getrippel van speelpootjes die humoresk door de kamers dartelden. Een mens zou er met twee rechterbenen van uit zijn bed springen.
Zo verbeeldde ik me, met mijn nog ietwat suffe gezicht, hoe gelukkig we zouden zijn als we eindelijk samen konden buitenspelen in een park van een tuin, zonder dat daar angst moest zijn voor domme imperfecties, ongezonde uitlatingen, lelijke onverlaten of verloren lopende sniepjes.

Bemoeinisrandje
Het is nu eenmaal een geboorterecht van een kat om eens in de zoveel tijd de kwajongen uit te hangen en ik zou ze niet anders willen. Medelijden heb ik, met die arme onbegripvolle anti-dierenvrienden (in mijn ogen) die altijd onbegrijpbaar stamelen als ze je recht in je gezicht moeten aankijken wanneer ze weer eens een betoog afsteken over een lek in het dak dat waarschijnlijk door een asfaltsnoepende kat is verzorgd, of katten die gelokt worden om aan de voordeur te spritsen door op één-hoog-wonende-binnenhuis gesneden katers die nooit een poot op de vensterbank zetten, potten die breken (net of ik kan geen hele rits breekbaars uit mijn handen laten glippen) en nog zo van die kul. -Je zal het maar meemaken.- Iedere baas in zijn stek krijgt zo wel een bemoeinisrandje.

Olifant
‘Lichtzinnig sollen met verworven ingebeeldheid,’ zo placht ik het te noemen om mezelf een beetje te paaien en tegelijkertijd niet meteen in een bulderlach te schieten. Moesten de uitlatingen soms niet zo flagrant zijn, een mens zou zich er zelfs niet over opwinden. Maar ach, de Heer heeft van alles zijn tal nodig zo schijnt en we zullen er ons dan maar bij neerleggen dat die arme drommels er waarschijnlijk ook niets aan kunnen doen, dat het een uiting van bittere verveeldheid is, of dat ze zichzelf niet graag zien, of dat ze de hele dag niets anders te doen hebben dan te zitten kniezen over waar nog eens over te zagen… Al kan het knap lastig zijn als een speelpoesje op één hoog dat achter zijn floeren muis zit in een huiskamer bij wijze van vergelijk haast vergeleken wordt met een wild stampende paard -net of iemand dat in zijn huiskamer heeft lopen.- Of dat iemand in een ander appartement blijkbaar gestoord wordt door een katje dat van een kast van anderhalve meter springt – het is toch geen olifant begot?

Onzin
Wanneer ik dan voor de zoveelste keer mijn idee over zoveel kortzichtigheid achter mijn kiezen bijt en tracht niet geanimeerd op te veren, ben ik naderhand toch gelukkig om mij in naam van alle dierenvrienden niet in ‘dat straatje’ geduwd te laten hebben. Maar zoals ik al zei, ‘het kan best knap lastig zijn als je met zulke merkwaardige en bevreemdende opvattingen geconfronteerd wordt,’ redeneerde ik die ochtend met mezelf en een sigaretje terwijl mijn pluisjes een voor een hun knuffel kwamen halen vóór de serenade van de lege bordjes begon. Geen enkel normaal mens gelooft trouwens zulke onzin en die nare donderdag was gelukkig ook weer voorbij voor hopelijk een jaar.

“Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé…”

Pieteneuten
Wonderlijk plechtig zat ik onder Jaspers aristocratische knuffelbeurt meteen middenin het positieve van de poging-tot-bijna-verteerde-ongemakken van de avond voordien en liet me verleiden door het vakkundig advies dat ik las in zijn opgewekte aanblik. ‘Weg met die zever,’ lachte hij me toe en ik gaf hem graag gelijk. Mensen die zo pieteneuten zijn onze energie niet waard. Het gaat tenslotte toch niet over een tros blaffende honden die de hele buurt wakker houden hé. Al zou je het niet gezegd hebben als je sommige… Maar neen, het is trouwens haast te gek voor woorden en vandaag geen negativiteit, er is al genoeg drukte geweest om wat lucht in een fles. Nu is het tijd voor leuke dingen.

Het besef alleen al dat zo’n warm harig lijfje een mens zijn dagelijks lot kan plezieren, lijkt misschien meer een opvatting uit een of andere roman, maar hier was het die vrijdag je reinste realiteit.

Tobiasbillen
Op weg naar de keuken betrapte ik Dexter op een krachtige uitdrukking van zijn rechtervoorpoot richting Tobiasbillen die hem hongerig-ongeduldig voorbijschoten en voor ik hem kon terechtwijzen werd hij reeds door Jasper op zijn plaats gezet, waardoor hij zich meteen nederiger opstelde en braafjes in de rij aansloot. Die Jasperse ridderlijkheid gaf Tobias net dat beetje kracht om terug op zijn streepjes te staan. Tenslotte is hij de oudste van de bende en moeten de kleintjes naar hem luisteren. Het kleine vagebondje gaf een prietig miauwtje zonder stemverheffing om aan te geven dat hij de les begrepen had en dook braafjes in zijn bord. Tobias, om zijn leiderschap kracht bij te zetten, duwde Dexter zelfs even opzij om in diens bordje te zitten. Drie brokken liet ik hem op zijn strepen staan, maar daarna wisselde ik snel de bordjes om zodat iedereen weer zijn portie at.

Geen sinecure
Het leven kan zo schoon eenvoudig zijn dat het raadzaam is en blijft om je ten allen tijde begripvol op te stellen. Zelfs naar onbegripvolle mensen toe, al is dat geen sinecure. En het is steevast beter als met een ploertendoder over straat te lopen zwieren want er is al genoeg miserie in de wereld…

 

Pixarpoes

05 sep

Mijn agenda gaf aan dat het weer tijd werd voor mijn maandelijkse bijdrage aan mijn favoriete kattensite en ik was er helemaal voor gaan zitten met een glaasje roze pompelmoessap van Appelsientje (iedereen heeft zo zijn favorietjes.)

Vast
Met een hoop gedonder op de achtergrond probeerde ik enkele tellen de rampzalige dreiging van een woest sneeuwonweer dat hier boven de dakpannen zweefde te vergeten. Nadenkend over wat we nu weer zouden gaan schrijven, monsterde ik mijn lievelingen en hoopte stiekem dat ze me als altijd op een grandioos idee zouden brengen. Het ergste van de hele zaak was eigenlijk dat ik amper durfde te bekennen dat het verlangen om een heerlijk stukje te schrijven groter was dan mijn schrijfmuze actief. Nu moet ieder normaal denkend mens toegeven dat het helemaal niet zo’n schande is om even ‘vast’ te zitten, al is het knap frustrerend voor iemand die de gewoonte heeft zijn beloften in te lossen.

Sokkenbreier
Ondertussen zat vriendlief bij mijn tokkelend gepruttel tegen mijn bierkaai ongegeneerd te grijnzen met die zachte uitstraling van iemand die wel eens sokken durft te breien (al heeft hij zich daar nooit aan gewaagd).

Tobiasje lag onderwijl geruststellend met regelmatige ronkvibratie mijn schoot op te luisteren met zijn verrukkelijke versie van: ‘Ik snor de pannen van het dak,’ van ‘Myra Miauw, terwijl Jasper gehypnotiseerd naar buiten keek. Gefrustreerd tokkelden mijn vingers er wat op los met een mengeling van bezorgdheid en verwarring omdat er maar geen lijn kwam te zitten in mijn losse flarden.

Witte frutseltjes
In een ooghoek zag ik hoe Felixje bij het raam aanschoof, geïntrigeerd door die rare witte frutseltjes die uit de lucht bleken te vallen en eens op de grond in het niets verdwenen. Dat het tot nog toe smeltende sneeuw betrof begreep hij niet. Wist hij veel en als binnenhuistijgertje hoefde je al die buitendingen ook niet onder de poezenknie te krijgen, hé.

Gebiologeerd staarden twee kopjes dus door het raam en de andere twee kopjes met pluizige oren hielpen mij vlijtig bij mijn zoveelste huzarenstukje waarbij ik halsstarrig tracht niet in herhaling te vallen. Schattig toch als de taken zo verdeeld zijn zonder dat er vergaderingen aan te pas komen. Onbewust hadden mijn poezels de basisregels van wellevendheid aan elkaar overgeleverd. Mijn hart zwol van trots in mijn borstje, wij hadden hier flinke kindjes.

Vertelserenades
En toen opeens trad mijn verhalend verstand in werking, ik kreeg een verbazingwekkende zachte ingeving, voelde de spanning tot in mijn lendenen en tokkelde de stoom uit mijn klavier met een vage glimlach rond mijn mond omdat ik gelukkig weer bespaard zou blijven van een zware psychologische kater door het niet kunnen inleveren van een verhaaltje. In de plaats van een echt verhaaltje te schrijven zou ik even experimenteren met een broeierige mix. Een zogenaamd lijstje dat het zware werk van een gelegenheidscolumnist weergeeft, aangevuld met enkele speciale eigenschappen van mijn schatjes en ik besloot met Dexterman te beginnen. Hij is immers zo’n altijd gelukkig poesje dat wanneer ik al zijn vertelserenades per strekkende meter rode loper zou kunnen leggen, ik een halve stad kon doorkruisen op twee dagen.

Hypergestileerd
Dexter, terstond helemaal opgetogen dat hij zijn naam op mijn scherm zag verschijnen, kroop langs mijn borst omhoog om zich half op de leuning en half over mijn schouders te draperen, draaide een hypergestileerde krul in zijn staartje, gaf mij een natte-neus-kus tegen mijn oor en trok vervolgens met zijn oogjes op leesonderzoek. Je zag hem denken; ‘eindelijk ze is gelanceerd geraakt!’ Ook charmezanger Tobias was nog steeds in topvorm.

Ik tokkelde verder… ‘Op zijn prettig gestoorde manier die hem alleen zo eigen is, snorde hij voorbij met zijn hoofd naast zijn billen en uitte daarbij een indianenkreet om ú tegen te zeggen. Je moet het bijna beleefd hebben om te begrijpen, deze manoeuvre is haast onbeschrijfbaar…’ Dexter was het er mee eens, deze manier van doen was zijn specialiteit en had niemand anders zo onder de stijve knietjes.

Mijn lijnen vulden zich… Het is nu eenmaal weerom een bewezen feit; schattige poesjes verzorgen meer leesvoer dan een meter worst.

“Ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje…”

Pasgeboren nijlpaard
Dexter vond dat hij die worst eerst moest zien en ik noteerde: ‘eerst worst tonen aan Dexter en dan beslissen wat te doen met deze paragraaf.’ In de kamer hing een soft-focus-effect en niet veel later zette ik met een onwezenlijk opgeluchte glimlach het laatste punt van deze bijdrage. Mijn belofte aan mezelf was weer ingelost en nu kon ik met een gerust geweten het weekend ingaan. Dexter kroop even van mijn schouder en las de kladprint ter redigatie mee, even lief, onschuldig en onhandig als een pasgeboren nijlpaard toen hij van te veel voorzichtigheid tijdens het afdalen de tafel afdonderde. Zijn springpootjes zijn nog steeds niet wat ze moeten zijn en twee dingen gelijk doen zijn niet echt aan hem besteed.

Zonder ondertitels
Jaspertjes silhouet tekende zich ondertussen scherp af tegen de onweerlucht die stilaan leek uit te klaren. Het viel mij op hoe hij daar zat, leesbaar als een film zonder ondertitels; snor naar beneden, oogjes wijd open, pootjes op half zeven en zijn achterwerkje werd bekroond door een pluizige droomkrul die hij trots en met veel omhaal in zijn staartje draaide. Met een gerichte beweging plofte hij zijn hoofdje vervolgens schijnbaar verveeld op zijn voorpoten, liet even een zucht tussen twee luidruchtige hemeldonders door en ik bedacht hoe perfect hij model zou kunnen staan voor de mimiek van een Toy Story Pixarpoesje. Hij is immers zo knuffelbaar en heeft zoveel funky poses en een bijna mythische status in huize Dendermonde, dat hij vast een blitse kaskraaktrekker zou zijn.

Jasper beantwoordde mijn denkkronkel met een lange uitgerekte stretch waarbij hij mij ietwat bekeek met een blik waarin ik las dat hij zich duidelijk afvroeg of ik ze wel nog alle vijf op een rij had, maar dat deerde mij allerminst.

Communicatiesoftware
Ach, we lijken hier misschien voor velen een bizar allegaartje maar het is gewoon heerlijk hoe wij hier onze eigen draadloze communicatiesoftware toepassen. Onze inspiraties zullen nooit beteugeld worden en op onze eigen onovertroffen wijze ontbreekt het ons aan knuffelgehalte ook al niets. Van poesjes wordt je gewoon vrolijk en wat kan een mens nu in feite nog meer verlangen???

 

Column Sabine Luypaert: “Gesjareld”

11 jul

Iemand van de vakbond heeft hier hopelijk een oplossing voor, maar als ik de zomervakantie voel aankomen hou ik mijn hart al vast voor de vele arme huisdieren die her en der zomaar afgezet worden door onverantwoordelijke sujets. Ja, sujets, want iemand die zo iets doet is in mijn ogen geen mens. Van zodra de eerste vondelingverhalen weer de ronde doen, voel ik het al onder mijn huid kriebelen. Ongehoord maar helaas, elk jaar weer droeve realiteit.

Laf
Geen ervaringsdeskundige zijnde maar wel al genoeg geconfronteerd met nestjes en dozen kittens, hondjes die aan bomen gebonden worden en ander leed, wordt een dierenliefhebber er steeds bewuster mee geconfronteerd dat er een andere gemoedelijkere wereld moet bestaan voor de arme schepseltjes die deze laffe daden niet overleven.

Sleurhut
Gelukkig zijn er wel nog mensen die hun huisdier graag zien. Zo zijn er onze bijnaburen die elk jaar hun sleurhut uit de garage trekken, schoonmaken, volproppen en dan enkele dagen later, vrolijk toeterend met hun hele gezin, waarvan twee kinderen, twee honden – en geen kleintjes – een poes en een hamster de uittocht richting Frankrijk inzetten. Een mens wordt er warm van en steevast komen ze een dikke drie weken later terug… met sleurhut, hebben en houden, de hele santenboetiek dieren, kinderen inclusief, en een immense navakantielach met dito kleur. Helemaal uitgewaaid en herbrond voor een nieuw jaar vol sleur, school, werk en verplichtingen. We wuiven ze graag uit, het is ook steeds zo’n leuke bende om te zien vertrekken. Telkens dat moment aanbreekt heb ik zo het gevoel van ‘nu is het echt zomer’ en dan krijgt een mens zin in de gekste dingen. Het seizoen van BBQ, Mojito, klussen en leuke daguitstapjes is dan officieel aangebroken.

Uitwuiven
Enkel Jasper heeft het helaas niet zo op die uitwuifperikelen. Van zodra hij het nogal uitbundige gelach van de vertrekkende vakantiegangers opmerkt, zie je hem vol afschuw kijken en binnen enkele tellen wisselt hij zijn zo comfortabele en favoriete plekje in voor een donker hoekje waar hij dan steevast enkele uren gaat zitten monkelen terwijl hij door een deurspleet zodanig alles afspiedt dat hij er haast scheel van kijkt.

Oeroud instinct
Wanneer de vrolijke meute vertrokken is en de omgeving weer lijkt tot rust te komen, zie je hem na een halfuurtje quasi verbaasd uit zijn veilige oord trippelen met die typische Jasperhumor, terwijl hij haast als een brutaaltje zijn witpluizige achterwerk vrolijk heen en weer schudt. Niets wijst er dan nog op dat hij enkele uren tevoren angstig weggesniept was. Op Dexters snoet, die je dan bijna achterwaarts – jaja, inderdaad achterwaarts, geen zicht maar wel erg grappig – in diens zog ziet waggelen, lees je de pienterheid van een oeroud instinct dat hem ingeeft de ‘oudere groten’ voor te laten gaan om de veiligheid te testen en daarna als een volleerde toneelspeler – zo leek hij immers stoer en nergens bang voor – elegant in de buurt van grote broer te nestelen alsof er van de hele dag geen vuiltje aan de lucht geweest was. Na vijf minuten schijnbare onderdanigheid liggen de twee dan vriendschappelijk tegen elkaar leunend groot toilet te houden, waarbij geen enkele teen overgeslagen wordt.

“Voor ons gerijpte poezenliefhebbers het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen en een schrijfmoment voor mij…”

Siësta
Die dag, na de vrolijke uittocht van onze bijna-buren en toen de zwoelte van de zomer zich liet gevoelen, gingen we na een iets te lang uitgevallen siësta en een badkamerbezoekje allemaal okselfris de namiddag tegemoet. Het is te zeggen, buiten Jasper om dan, die was na zijn vermoeiende schoonmaak weer in slaap gevallen op zijn pootjesbed en snurkte met open mond ongegeneerd nog een boompje door.

Grijze cellen
Voor ons gerijpte poezenliefhebbers het ideale moment om onder een zacht bulderende radio van barbecueburen-met-bezoek enkele huizen verder, een onkruidverwijderend moment voor vriendlief in te lassen en een schrijfmoment voor mij, want volgende week is het weer mijn beurt op De Kattensite en het wordt dus de hoogste tijd om die grijze cellen nog eens te kriebelen.

Columnkriebel
De avond tevoren hadden we helaas naar de SM-rechter gekeken en ik geloof dat mijn katermannetjes daar allemaal nog zo van onder de indruk waren dat geen van allen puf leek te hebben om zelfs maar een minicapriooltje uit te steken dat mijn columnkriebel eer aan kon doen, of was het de zinderende warmte. Na enkele diepe zuchten van mijntenwege sleepte ik mijn stilaan verbrandende lichaam deemoedig richting schrijfzetel en verorberde van pure wanhoop nog drie rode pruimen en een half smeltende Leoreep. Omdat mijn inspiratie weg bleef, nam ik er een roman bij van een schrijvende vriendin ter tijdpassering en twijfelde of ‘het’ vandaag nog zou komen.

Wit wolkje
In mijn ooghoek zag ik opeens enkele weldoorvoede gestalten naderbij schrijden en het eerste aanbiddelijk silhouet met gestroomlijnde rug werd even later enkel van mij gescheiden door een lange schaduw. Al snel streelde een witte natte neus de mijne om aandacht op te eisen en hoewel ik mijn uiterste best deed mijn zogenaamde aandacht op mijn boek te houden, werd Jaspers volhouden al snel knuffelend beloond. Vertederende aanbiddelijkheid heeft hij, mijn witte wolkje en probeer daar maar eens tegenin te gaan. Tobiasje bracht zijn rode speelmuis mee tussen zijn tanden en liet ze vallen naast mijn voeten om er meteen – veel kunstiger dan ik verwacht had – op te vliegen. Pootjes die grotendeels in het luchtledige maaiden van verrukking, maakten al snel geen onderscheid meer tussen speelmuis en moekesbeen. Auw.

Zomer
Felix had er intussen zijn zomerse vocabulaire bijgenomen om aan te geven dat hij ook nog naar een plaatsje solliciteerde op mijn schoot. Waardoor Dexter jammerend begon te kneuten omdat mijn met mij gevulde zetel vol lag met broeremansen en hij er niet meer bij kon terwijl de anderen hem – buiten Tobias – voldaan en slaperig beloerden. Dat stond hem allerminst aan. U merkt het, de macht en de aard van de poezelige omstandigheden zorgden er voor dat er niet meer gelezen en nog veel minder geschreven werd, want probeer dat zelf maar eens onder zo’n berg friemelend gemiauw. Ik kon het wel zwetend schudden voor vandaag. Maar ach, ik had nog enkele dagen en het is maar één keer officieel zomer… toch?

 

Column: “Levensles van een sofasloor”

13 jun

Met een blik die het midden hield van iemand die leed aan chronische tulpenadoratie en er uitzag als vervallen adel met zijn – ik-wil-deze-week-absoluut-niet-luisteren-of-gekamd-worden-look, zou ik het vast mooi kunnen verwoorden in één rake zin, ware het niet dat ik zwak ben in stationsliteratuurschrijven. Maar zoals mijn witste vriendje daar zat op zijn disignerbedje, bleef het bij vrolijk fronsen en pijnlijk kijken naar mijn typvinger die absoluut niet mee wilde.

Witte broer
Jaspermans had tenslotte voor zichzelf besloten dat hij enkele dagen het varken ging uithangen en hield zich dus ook uitsluitend bezig met al wat in een normaal huisgezin vooral niet goedgekeurd kon worden. Zelfs Dexter, die normaal gezien zijn grote witte broer altijd steunt had er genoeg van – en dat wil wat zeggen.

Prutstpootjes
Hoewel Dexter duidelijk onderhevig was aan een voortdurende tweestrijd om zijn witte held ten allen tijde van straf te helpen ontlopen, goed te miauwen of te camoufleren én zijn uiterste best deed om de sfeer luchtig te houden, liet hij geregeld verstaan dat het voor hem heus wel iets minder wild kon en dat een beetje minder onstuimigheid vast beter was voor ieders welzijn. Helaas, de schervenweek was ingezet en Jaspers prutspootjes waren nooit ver weg.

Gareel
Jasper had zich trouwens eveneens keihard voorgenomen om elke straf aan zijn adres vierkant naast zich neer te leggen en daarna lustig te hernemen wat hij reeds gestart was. Het lijkt zwak om dit toe te geven, maar niets hielp om hem in het spreekwoordelijke gareel te houden. Charmant en demonstratief negeerde hij dus elke verwittiging of berisping van mens en medebroerpoes.

Felix die normaal de ‘hardy’ (lees bengel) in huis is, bleek al helemaal van zijn melk door het manifesterende gedrag van J. Wolkmans en dat kon je geregeld van zijn verwonderde snoet aflezen.

Shampoodood
Toen Jasper tenslotte statig de badkamer uitsniepte nadat hij alle potjes voor de tweede keer die dag in bad had gefriemeld en gekieperd waarbij Felixje dankzij enkele levensreddende reflexen – hem aangeboren – amper aan de shampoodood ontsnapte en daarna met zijn grootste heiligengezicht ging zitten triomferen, was ook voor hem de maat vol. Bedelend, miauwend en met een dikke hanglip kwam hij vertellen dat het zo echt niet langer meer kon. Een hoognodig mensmoeder-katzoon gesprek drong zich weeral op. Jasper moest en zou tot de orde geroepen worden. Als mens die alle rommel meestal diende op te ruimen, kon ik niet anders dan zijn verzoek pruilend inwilligen. Wij (de mensen) trokken na kort overleg onze conclusies en gingen onze mensenoudersinvloed wel eens even netjes en geweldloos laten gelden dat het hem lang zou heugen, want ondanks het feit dat de rommel die witte prutsmans veroorzaakte wel wat narigheid met zich meebracht, was het toch knap vervelend om een anders zo lieverdje hard te straffen. Het was vast een fase en iedereen heeft al eens zo’n fase vond ik, wat niet wil zeggen dat hij overal naadloos mee weg mag en kan blijven komen natuurlijk.

Algemeen Poezig Nederlands
Toen ik na het zoveelste gezinsonvriendelijk vandalismegetint prutskapriool mijn moment zag, schoot ik me achter mijn witte smurf aan die zichzelf ondertussen weeral geheel onschuldig maar met gespijkerde blik in de spiegel zat te bewonderen. Stil sloot ik de deur en besloot mijn op-één-na-oudste eens onder vier ogen te spreken. Na enig verzet –en mijn (loos) dreigement dat ik zijn neusje eens tussen zijn twee oren zou plaatsen- kwam het er eindelijk uit. Hij miauwde het me toe in één lange adem en begrijpend en geduldig, luisterde ik aandachtig. Jasper wou uit zijn brave imago van sofasloor breken en nam het opeens gewoon iets te drastisch aan. In feite was hij het gewoon een beetje moe dat iedereen hem steeds voor ‘Brave Rikkie’ aanzag, de witte snoes die nooit iets mispeutert, de brave knuffel die altijd tevreden is, de zetelklever, die groenogige schat die altijd subliem naar de achtergrond verdwijnt als er wat te beleven valt. Dit laatste murmelde hij mij toe in keurige poestaal en neergeslagen blik. Echt waar, Algemeen Poezig Nederlands had er niets aan, en ik besloot terstond dat de voorziene represailles veel malser zouden worden dan eigenlijk gepland was.

“Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde…”

Sloeberstreken
Na zijn uitgebreide relaas werd ik even stil, heel stil, om vervolgens hard in lachen uit te barsten en mijn lievelingsJaspertje eens goed te knuffelen. Verbouwereerd keek die mij enkele tellen aan, priemde toen zijn pluimstaart in de lucht en gaf me een dikke natteneuzenwrijf terwijl ik hem vrolijk door zijn pels woelde. Ach, misschien werd het gewoon weer tijd voor een nieuwe lading afleiding in ons traditioneel doordeweeks gezinspatroon. Tenslotte heeft iedereen al eens nood aan iets anders en met de zomer in het vooruitzicht… Jaspertje wilde gewoon eens de kwajongen in huis zijn, de witte bliksem die met zijn durf en kracht iedereen verbijsterd achterliet en dat verklaarde zijn sloeberstreken van de laatste dagen. Het was niet meer dan dat en ik beloofde hem dat indien hij het iets minder drastisch aanpakte, wij hem niet meer gingen behandelen als die grote slaapmuts die hij anders was, ook al dut hij dan stellig meer dan de andere katers.

Na wat over en weer gekwebbel kwamen we uiteindelijk tot een compromis en Jasper beloofde op zijn lievelingsBrekkies om nooit meer met spreekwoordelijk bestek te smijten en als ie een probleem had, hij dat sneller zou uiten. Ik op mijn beurt, beloofde een en al oor te zijn als hij een probleem aankaartte zonder hem uit te lachen. Waar zijn ouders anders voor.

J. Wolkmans
Weet je, al mocht ik het hem niet laten merken, in feite was ik eigenlijk stiekem blij dat mijn Brave Rikkie zich eens manifesteerde, vóór zijn assertiviteit verschrompelde door dat comateuze zetelkleven. Zo besefte ik ook weer dat we niets of niemand vanzelfsprekend moeten nemen omdat het in feite al jaren zo zijn gangetje gaat en zo komen die beentjes weer eens van de grond, want natuurlijk trok ik de opzettende twijfel door naar vriendlief… nog zo’n braverd. Misschien kwam het net door het contrast in de anders zo brave volgzame Jasper dat ik mezelf opeens betrapte op het feit dat ik daar misschien helemaal niet genoeg bij stil sta. Een mens vervalt immers al gauw in gewoonten en routines… Misschien moest ik mijn tête à tête met J. Wolkmans maar schijnbaar achteloos doortrekken naar een vruchtbaar kabbelend gesprekje met schatlief, voor ook hij eventueel drang zou krijgen opeens drastisch te gaan doen met guitenstreken of erger nog, snode plannen om zichzelf te manifesteren… zo met die zomer in zicht en zo. Men wete immers maar nooit en alles is beter dan vervallen in voorzichtige zinloosheid. Je hebt trouwens niemands karakter in je zak wonen.

Harmonie
Die avond had ik dus dat vruchtbaar kabbelend gesprek met mijn tweebenige lieverd en die vond een beetje prikkeling op zijn tijd best een aanlokkelijk idee. Naderhand besloten we in gezinsconclaaf om op tijd en stond terug regelmatiger iets ongepland leuks te doen en zo leuke emoties op ongeziene wijze in onze oude traditie te hergieten, zodat onze bekende harmonie in glorieuze ere wordt hersteld. Al verdacht ik Jasper ervan hem reeds stiekem op de hoogte gebracht te hebben, want in mijn ooghoek zag ik een vette knipoog van mannelijk verstandhouding…