SEROOSKERKE – Het dumpen van huisdieren in natuurgebieden begint een hardnekkig probleem te worden. Staatsbosbeheer krijgt alleen al in haar gebieden op Schouwen-Duiveland jaarlijks met enkele honderden gevallen te maken.
Boswachter D. Fluijt heeft zo’n beetje alles al een keer aangetroffen. Tamme ganzen die gedumpt werden in de Prunje, complete nesten kittens die in de Boswachterij Westerschouwen aan hun lot werden overgelaten tot aan konijnen, krielkippen, hanen en tamme Kaapse eenden aan toe.
Vervuiling
Fluijt: “Het is echt al jaren aan de gang, het gebeurt stelselmatig en het is gewoon faunavervuiling. Er komen dieren in een gebied waar ze helemaal niet thuis horen. “Als bijvoorbeeld katten verwilderen, worden het echte rovers die schade aanrichten onder de vogelpopulatie. In de Westhoek gebeurt het behoorlijk vaak en daar hebben ze bijvoorbeeld op campings regelmatig last van verwilderde katten.”
Geen kans
Dat mensen hun Flappie goedbedoeld de vrijheid geven, wil er bij Fluijt niet in. “Ze willen gewoon van de beesten af. En ze weten donders goed dat bijvoorbeeld een tam konijn geen schijn van kans heeft om te overleven in het wild. Die dieren weten gewoon niet hoe ze aan hun eten moeten komen en ze zien ook geen gevaar. Ze verhongeren, verdrinken of worden doodgereden.” Tegen de tijd dat de gedumpte dieren gevonden worden, is het vaak al te laat om ze nog te kunnen redden en worden de dieren afgemaakt.
Verdwenen
Betrappen van mensen die dieren in natuurgebieden dumpen, lukt maar zelden. Boswachter Fluijt: “De mensen die dat doen zijn slim genoeg om het niet overdag te doen. Ik heb één keer gezien hoe de kofferbak van een auto open ging en er tamme witte ganzen gedumpt werden. Ik stond op dermate grote afstand dat ik zonder kijker het nummerbord van de auto niet kon lezen. Tegen de tijd dat ik er aankwam, was de auto al lang en breed verdwenen. Er valt erg weinig tegen te doen.”
Bron: Provinciale Zeeuwse Courant







