3 augustus 2004 – Ze kan gerust de kattenvangster van Ommen en Hardenberg genoemd worden.
Astrid Koningen, vrijwilligster bij de Dierenbescherming, besteedt minstens
een dag per week aan het vangen van verwilderde katten.
Het is veel werk, maar de waardering is er naar, zo laat ze weten. Dat wil zeggen, van de burgers, want de waardering komt niet zozeer van de dieren zelf. Dat zijn bepaald geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. ‘De katten die ik vang voor behandeling zijn echt wilde dieren. Ik moet mezelf echt beschermen, want ze halen echt flink uit als ze zich bedreigd voelen.’
De Ommense vertelt dat een beetje wilde mannetjeskat bepaald niet voor een kleintje vervaard is. ‘Die pakt net zo makkelijk een veldmuisje als een forse rat.’
Een kattenvangactie begint al enkele weken voor de daadwerkelijke vangdag. Koningen benadert soms zelf campings waarvan ze vermoedt dat er verwilderde katten rondlopen – ‘ze komen vaak op plekken waar het hele jaar door mensen zijn’ – of wordt via de dierenarts ingeschakeld. De regel is dat de campingeigenaar of boer eenderde van de dierenartskosten voor zijn rekening neemt en dat de Dierenbescherming de overige kosten betaalt.
Vervolgens maakt ze een praatje met de betreffende boer of campingeigenaar over het plan van aanpak. ‘Het gaat erom dat de dieren vertrouwen krijgen en op dezelfde plek terugkomen, zodat ik ze daar kan vangen’, legt Koningen uit. Op één bepaalde plek wordt dan gedurende een aantal weken een bakje voer neergezet. ‘De avond voordat ik met mijn kooien langs ga, krijgen ze geen voer. Als ik dan de kooien – met een hapje als lokmiddel – plaats, duurt het soms maar tien minuten voor ze in de kooi zitten.’, aldus Koningen. Aangezien ze maar drie kooien heeft, kan ze ook maar drie katten per keer vangen.
Bovendien is ze de enige vrijwilliger van de Dierenbescherming die zich in Hardenberg en Ommen met deze actie bezig houdt. De katten worden na vangen door de dierarts nagekeken en gesteriliseerd. ‘Bij één boer heb ik 23 katten gevangen, dan blijf je dus op en neer rijden van de boer naar de dierenarts en weer terug.’ Op campings schat ze de gemiddelde wilde kattenroedels op tien tot vijftien stuks.







