In een notendop
De lens achter de pupil buigt de lichtstralen zo
dat ze op het netvlies vallen. Daarna zenden de
zenuwcellen op het netvlies de indrukken naar het
brein via de oogzenuw.
Niet alleen zwart-wit
Wetenschappers hebben lange tijd gedacht dat katten
alleen in zwart-wit kunnen zien omdat het onmogelijk
bleek ze het onderscheid tussen verschillende kleuren
te leren. Met genoeg geduld kan men katten echter
leren rood en blauw van elkaar en van wit te onderscheiden.
Maar groen, geel en wit ziet er voor hen waarschijnlijk
ongeveer hetzelfde uit, terwijl ze rood zien als
donkergrijs.
Tot 6 maal beter zien
Een speciale laag cellen die op het netvlies ligt,
werkt als een spiegel, die het aanwezige licht opvangt
en terugkaatst naar het oog. Dit verklaart mede
het buitengewone gezichtsvermogen van de kat (zes
tot tien maal beter dan bij de mens), vooral in
het donker en zelfs bij ultraviolet bereik.
Licht om te kunnen zien
Door de speciale laag cellen is het kattenoog lichtgevend
in het donker. Het is echter een misvatting dat
katten in het absolute donker zouden kunnen zien.
Ook een kat heeft, hoe donker het ook is, een glimpje
licht nodig om te kunnen zien. |
|
Het derde ooglid
De ogen zijn bedekt door een transparant vlies gelegen
in een ring van wit weefsel. Er bevindt zich een
derde ooglid, het knipvlies, aan de onderkant van
het kattenoog. De kleur kan zeer licht of heel donker
zijn en het is soms zichtbaar als het dier verschrikt
is of ziek. Dit is voor de dierenarts in sommige
gevallen een waardevolle aanwijzing.
Oogkleuren
Een van de opmerkelijke kenmerken van de kat is de grote diversiteit aan oogkleuren. Deze staat los van de vachtkleur. De oogkleur heeft betrekking op de kleur van de iris. De pupil is zwart.
De meest voorkomende oogkleuren bij katten zijn:
- oranje- of koperkleurig
- geel
- lichtbruin
- groen
- blauw (bij dominant witte katten)
- blauw (zoals bij Siamese katten)
|