
Huid
De huid zorgt voor de regeling van het warmteverlies
van het lichaam. Doordat de huid los om het lichaam
zit, zorgt het ervoor dat eventuele verwondingen,
bijvoorbeeld als gevolg van een gevecht, over het
algemeen oppervlakkig zijn.
Dubbele laag
De huid van de kat is taai en soepel en bestaat
uit twee lagen: de buitenste laag of 'epidermis'
en de binnenste laag of 'dermis'. Daarin bevinden
zich zweetklieren die helpen de lichaamtemperatuur
te regelen. Voor afkoeling is de kat echter op de
warmteafgifte aangewezen, terwijl de mens dit kan
via zweetkliertjes. De huid bevat tevens klieren
die 'sebum' uitscheiden, een olieachtige stof die
de haren omgeeft en beschermt.
Nagels zijn huidcellen
Ook
de klauwtjes bestaan uit speciale huidcellen, zoals
bij menselijke nagels. Bij alle katten, behalve
de jachtluipaard, kunnen ze worden ingetrokken en
liggen dan in de plooien boven de teenkussentjes.
Vacht
Het hele lichaam van de kat is behaard, behalve
de neus, de lippen, de voetkussentjes, de tepels,
de rand van de anus en het geslachtsorgaan en een
groter of kleiner gedeelte van het inwendige oor. |
 |
Haren
Haren groeien vanuit twee soorten haarzakjes. De
primaire of dekharen die de stugge buitenste laag
vormen. Deze groeien ieder in hun eigen haarzakje.
De fijnere onderharen waaruit de zachte onderste
laag van de vacht bestaat, groeien steeds in groepjes
bij elkaar in een haarzakje. De onderharen zijn
zeer verschillend van uiterlijk. De zogenaamde borstelharen
zijn aan de uiteinden met borstelachtige toppen
verdikt, terwijl de wol- of donsharen zeer dun en
krullend zijn.
Voelsprieten
Daarnaast heeft de kat zeer gevoelige tastharen
op de kop. Hieraan verwant zijn de wimpers, terwijl
ook gevoelige tastharen voorkomen aan de achterkant
van de voorpoten. De vacht van de kat werkt isolerend
doordat deze een laag lucht vlak tegen de huid vasthoudt.
Bij een verschrikte kat gaat het haar overeind staan.
Dit is een afweermechanisme dat de kat groter en
woester doet lijken om de aanvaller af te schrikken.
Onbehaarde huid
De onbehaarde delen van het kattenlichaam hebben
een afwijkende huidstructuur. De dikke maar gevoelige
huid van de neus heeft bijvoorbeeld geen zweet-
en talgklieren. De vochtige neus van een gezonde
kat is een gevolg van de afscheiding van het neusslijmvlies.
De dikke ruwe huid van de voetkussentjes zorgt niet
alleen voor een stevig oppervlak als bescherming
bij het lopen, maar ook voor een vaste greep op
een gladde ondergrond. De voetkussentjes zorgen
ervoor dat de kat geruisloos een prooi kunnen besluipen.
Deze huid is uiterst gevoelig voor druk en temperatuur,
waardoor de kat de voorpoten zowel kan gebruiken
om dingen te onderzoeken als om een prooi te grijpen
en vast te houden of om voedsel naar zijn bek te
brengen. |